- George Steiner, Het oog van de Meester
zondag 15 april 2012
"Ervan uitgaan dat Sophocles of Dante of Shakespeare min of meer besmet zijn met een imperialistische, kolonialistische mentaliteit is klinkklare nonsens. Westerse poëzie of de roman van Cervantes tot Proust afdoen als 'seksistisch' is blindheid. Net als het verwaarlozen van de creatieve kracht van grammatica's en ontwikkeld vocabulaire onder druk van taalvandalisme en -verarming. Dat Bach en Beethoven niveaus van menselijk streven bereiken die hoger gaan dan rap of heavy metal, dat Keats inzichten uitlokt waar de songteksten van Bob Dylan geen weet van hebben, is vanzelfsprekend, of zou dat moeten zijn, ongeacht de politiek-sociale connotaties - en die zijn er - van zo'n overtuiging"
vrijdag 13 april 2012
Je kan veel beweren over Komrij. Maar niet dat hij - verdomme - geen gelijk heeft. Of had. Hetgeen dertig jaar na datum nog veel erger is.
vrijdag 6 april 2012
(via)
Hoewel ik best begrijp dat je als inwoner van de United States of Jesus na een tijdje je toevlucht neemt tot zulk taalgebruik, is het probleem natuurlijk dat je in deze tekst even goed 'science' kunt vervangen door 'economy', 'religion', of nog 'vaseline'. Wat ik wil zeggen: met de zwakzinnigen en andere geesteszieken die in een god geloven is het moeilijk discussiëren. Zelfs Thomas van Aquino was al zo eerlijk om toe te geven dat het bestaan van het opperwezen niet te bewijzen valt. Je gelooft of gelooft niet en dat is niet voor discussie vatbaar. Dus als het rad van fortuin je doet geboren worden in een land waar het overgrote deel van de mensenbeesten rotsvast gelooft in begrippen als zondeval, hellevuur en onbevlekte ontvangenis, dan heb je gewoon pech. Tenzij je heel spoedig een pil uitvindt die elk religieus fanatisme uit de hersenen wegvaagt (en die vervolgens ook nog eens via het drinkwater kan verspreiden) is verhuizen de enige optie.
Hoewel ik best begrijp dat je als inwoner van de United States of Jesus na een tijdje je toevlucht neemt tot zulk taalgebruik, is het probleem natuurlijk dat je in deze tekst even goed 'science' kunt vervangen door 'economy', 'religion', of nog 'vaseline'. Wat ik wil zeggen: met de zwakzinnigen en andere geesteszieken die in een god geloven is het moeilijk discussiëren. Zelfs Thomas van Aquino was al zo eerlijk om toe te geven dat het bestaan van het opperwezen niet te bewijzen valt. Je gelooft of gelooft niet en dat is niet voor discussie vatbaar. Dus als het rad van fortuin je doet geboren worden in een land waar het overgrote deel van de mensenbeesten rotsvast gelooft in begrippen als zondeval, hellevuur en onbevlekte ontvangenis, dan heb je gewoon pech. Tenzij je heel spoedig een pil uitvindt die elk religieus fanatisme uit de hersenen wegvaagt (en die vervolgens ook nog eens via het drinkwater kan verspreiden) is verhuizen de enige optie.
maandag 2 april 2012
Ik blijf maar redenen en andere uitwegen zoeken. Ben ik oud/volwassen aan het worden? Zodat ik die o zo belangrijke, aanstekelijke rush nauwelijks nog ervaar? Heb ik in mijn leven te veel muziek gehoord? Lees ik misschien liever dan ik luister? Teer ik op nostalgie? Ben ik blasé?
De waarheid is, denk ik, dat 2012 tot nu toe (en 2011 was ook al geen hoogvlieger) barst van de middelmatige muziek. En dan vooral van muziek die niks, maar dan ook niks van originaliteit, visie en echtheid (of nog beter, om een oud en bestoft woord boven te halen, Waarheid) in zich draagt. Het is allemaal wel mooi om te stellen dat de huidige generatie muzikanten zijn invloeden en inspiratie all over the place zoekt en vindt, maar dat amalgaam levert al enkele jaren aan een stuk weinig echte visionaire muziek op. Waar is het Nieuwe in godsnaam gebleven? Is de bron ten langen leste helemaal opgedroogd? New wave, funk, no wave, hiphop, psychedelica, acid, dub, eighties kitsch, krautrock, IDM, industrial, metal, shoegaze, R&B, electro, ambient, soul, house, triphop, wat weet ik nog: allemaal zijn ze in de twaalf jaar dat dit millennium duurt in een nieuw kleedje gestoken, in Ableton getweet, door elkaar gemixt en als het nieuwste van het nieuwste aangeboden, terwijl iedereen die ook maar iets van de muziekgeschiedenis kent beseft dat het bijna allemaal herkauwen, uitspuwen en terug naar binnen werken is. Zombiemuziek.
(Ui-ter-aard zijn er uitzonderingen geweest in die twaalf jaar, maar ze zijn dun gezaaid in vergelijking met wat de jaren zeventig, tachtig en negentig ons hebben gebracht aan echt revolutionaire muziek.)
Ok, je kan je dan gaan laven - wat ik overigens net als zovele anderen ook wel doe (je blijft immers verslaafd aan muziek) - aan de muziekgeschiedenis en gaan graven in discografiën, reissues, unreleased tapes en archieven allerhande. Tegelijk blijf je snakken naar dat ene opwekkende moment, dat levensbevestigende geluid, dat DIT IS HET!-gevoel.
Waar zijn ze verdomme? De woede? Het bloed? Het zweet? De tranen? De Schrrrrrrrrreeeeeeuwww van Angst en Pijn.
Ik wil het NU! Wat zeg ik? Ik wil het gisteren.
De waarheid is, denk ik, dat 2012 tot nu toe (en 2011 was ook al geen hoogvlieger) barst van de middelmatige muziek. En dan vooral van muziek die niks, maar dan ook niks van originaliteit, visie en echtheid (of nog beter, om een oud en bestoft woord boven te halen, Waarheid) in zich draagt. Het is allemaal wel mooi om te stellen dat de huidige generatie muzikanten zijn invloeden en inspiratie all over the place zoekt en vindt, maar dat amalgaam levert al enkele jaren aan een stuk weinig echte visionaire muziek op. Waar is het Nieuwe in godsnaam gebleven? Is de bron ten langen leste helemaal opgedroogd? New wave, funk, no wave, hiphop, psychedelica, acid, dub, eighties kitsch, krautrock, IDM, industrial, metal, shoegaze, R&B, electro, ambient, soul, house, triphop, wat weet ik nog: allemaal zijn ze in de twaalf jaar dat dit millennium duurt in een nieuw kleedje gestoken, in Ableton getweet, door elkaar gemixt en als het nieuwste van het nieuwste aangeboden, terwijl iedereen die ook maar iets van de muziekgeschiedenis kent beseft dat het bijna allemaal herkauwen, uitspuwen en terug naar binnen werken is. Zombiemuziek.
(Ui-ter-aard zijn er uitzonderingen geweest in die twaalf jaar, maar ze zijn dun gezaaid in vergelijking met wat de jaren zeventig, tachtig en negentig ons hebben gebracht aan echt revolutionaire muziek.)
Ok, je kan je dan gaan laven - wat ik overigens net als zovele anderen ook wel doe (je blijft immers verslaafd aan muziek) - aan de muziekgeschiedenis en gaan graven in discografiën, reissues, unreleased tapes en archieven allerhande. Tegelijk blijf je snakken naar dat ene opwekkende moment, dat levensbevestigende geluid, dat DIT IS HET!-gevoel.
Waar zijn ze verdomme? De woede? Het bloed? Het zweet? De tranen? De Schrrrrrrrrreeeeeeuwww van Angst en Pijn.
Ik wil het NU! Wat zeg ik? Ik wil het gisteren.
vrijdag 30 maart 2012
“Altogether, I think we ought to read only books that bite and sting us. If the book we are reading doesn’t shake us awake like a blow to the skull, why bother reading it in the first place? So that it can make us happy, as you put it? Good God, we’d be just as happy if we had no books at all; books that make us happy we could, in a pinch, also write ourselves. What we need are books that hit us like a most painful misfortune, like the death of someone we loved more than we love ourselves, that make us feel as though we had been banished to the woods, far from any human presence, like suicide. A book must be the axe for the frozen sea within us. That is what I believe.”
- Franz Kafka, in een brief aan Oskar Pollak
woensdag 28 maart 2012
"As Marx wrote, towards the end of the first volume of Capital,
‘man is distinguished from all other animals by the limitless and
flexible nature of his needs.’ Limitless needs we see all around us and
they’ve brought us to where we are, but we’re going to have to work on
the flexible part."
Eindelijk eens iemand die op een intelligente, niet hysterische, en vooral niet ideologische manier over Marx schrijft.
Eindelijk eens iemand die op een intelligente, niet hysterische, en vooral niet ideologische manier over Marx schrijft.
zondag 25 maart 2012
Heeft deze man gelijk? Of heeft hij gelijk?
Overigens denk ik dat het, zoals zo vaak, niet eens met arrogantie te maken heeft, maar gewoon met domheid.
Overigens denk ik dat het, zoals zo vaak, niet eens met arrogantie te maken heeft, maar gewoon met domheid.
"Het actieve leven is een vrouwelijke deugd; het beschouwelijke is mannelijk. Iets dat aan mijn aanwezigheid in deze eeuw betekenis zou kunnen geven is mijn missie, die bestaat uit het tenietdoen van de mythe van Leopardi en Nietzsche volgens welke het actieve leven boven het contemplatieve zou staan. Aantonen dat de waardigheid van de grote mens bestaat uit het geen concessies doen aan het werk, aan het maatschappelijke, aan de bourrage. Uiteraard zonder op te houden dostojevskiaans te leven. Al die hartstochten, laat ze maar komen. Maar niet vergeten dat men waard is wat men is en niet wat men doet."
Uit 'Leven als Ambacht' van Cesare Pavese.
Leid nooit uit het verschijnen van een fragment, citaat of een mening op deze blog af dat ik het volledig eens zou zijn met wat de schrijver of spreker te zeggen heeft. Uiteraard blog je nooit woorden waarmee je het volledig oneens bent. Het zijn de zogenaamde elective affinities. (Zullen wij, postmodernen, er ooit nog in slagen om ons fanatiek achter een Grote Gedachte te scharen?) Eerder is elke uitspraak een knuppel in het hoenderhok van je geest. Niet alleen is er inderdaad geen hors-texte (zoals er ook nooit een hors-politique kan zijn), maar er is ook niet zoiets als een fin de texte. Geen enkel woord kan het laatste zijn. (Is dat niet onze diepste tragedie, dat er enkel nog een Permanente Revolutie van Het Woord kan bestaan? Daarin verschillen we overigens weinig van Nietzsche, die de Permanente Waardenrevolutie predikte van achter een schrijftafel, na een verkwikkende wandeling in de bergen.)
Uit 'Leven als Ambacht' van Cesare Pavese.
Leid nooit uit het verschijnen van een fragment, citaat of een mening op deze blog af dat ik het volledig eens zou zijn met wat de schrijver of spreker te zeggen heeft. Uiteraard blog je nooit woorden waarmee je het volledig oneens bent. Het zijn de zogenaamde elective affinities. (Zullen wij, postmodernen, er ooit nog in slagen om ons fanatiek achter een Grote Gedachte te scharen?) Eerder is elke uitspraak een knuppel in het hoenderhok van je geest. Niet alleen is er inderdaad geen hors-texte (zoals er ook nooit een hors-politique kan zijn), maar er is ook niet zoiets als een fin de texte. Geen enkel woord kan het laatste zijn. (Is dat niet onze diepste tragedie, dat er enkel nog een Permanente Revolutie van Het Woord kan bestaan? Daarin verschillen we overigens weinig van Nietzsche, die de Permanente Waardenrevolutie predikte van achter een schrijftafel, na een verkwikkende wandeling in de bergen.)
zondag 11 maart 2012
"(...) while you can know a man by what turns him on, you can only really understand him by what turns him off."
(Noot: Overigens is het hele artikel alleen al leuk omdat Self hier, mijn insziens volkomen terecht, Owen Haterley - overigens nog een van de verstandigste en minst doordrammende leden van de K-Punk-bende - en zijn totaal voorbijgestreefde historisch materialisme (na een Stalin-biografie gelezen te hebben, heb je meer dan genoeg van permanente revolutie) op zijn plaats zet. Als er nu nog iemand bij The Wire op het idee komt om de nooit lachende lesbo-feministe-from-hell Nina Power te lozen, dan zijn we er helemaal. Of ben ik nu een male chauvinist pig omdat ik geen hardcore politieke en naar mannenhaat ruikende praatjes in mijn favoriete muziekmagazine wens aan te treffen? Een ding weet ik: het is niet omdat je goed kan schrijven, dat je ook iets te zeggen hebt. Ik weet ook nog een tweede ding: Revolutie en humor gaan blijkbaar zelden samen.)
- Will Self
(via)(Noot: Overigens is het hele artikel alleen al leuk omdat Self hier, mijn insziens volkomen terecht, Owen Haterley - overigens nog een van de verstandigste en minst doordrammende leden van de K-Punk-bende - en zijn totaal voorbijgestreefde historisch materialisme (na een Stalin-biografie gelezen te hebben, heb je meer dan genoeg van permanente revolutie) op zijn plaats zet. Als er nu nog iemand bij The Wire op het idee komt om de nooit lachende lesbo-feministe-from-hell Nina Power te lozen, dan zijn we er helemaal. Of ben ik nu een male chauvinist pig omdat ik geen hardcore politieke en naar mannenhaat ruikende praatjes in mijn favoriete muziekmagazine wens aan te treffen? Een ding weet ik: het is niet omdat je goed kan schrijven, dat je ook iets te zeggen hebt. Ik weet ook nog een tweede ding: Revolutie en humor gaan blijkbaar zelden samen.)
vrijdag 9 maart 2012
Na lezing van Montefiore's bepaald indrukwekkende Stalin moet je besluiten dat hij samen met Louis XIV en Mao een van de slechtste mensen was die ooit heeft geleefd. Hitler was gewoon gek, Stalin was echt door en door wraakzuchtig, paranoïde en bloeddorstig (hij liet kinderen, adolescenten en zelfs zijn eigen schoonfamilie in de gevangenis smijten). Maar - er is wel wat mij betreft wel degelijk een maar - langs de andere kant is zijn instelling filosofisch wel interessant. Om het eenvoudig te houden: hij stelde zich elke dag opnieuw de vraag of de mensen in zijn omgeving nog te vertrouwen waren. Elke dag opnieuw moest je jezelf bewijzen en jezelf afvragen of je nog wel een echte communist was. Filosofisch is dat het equivalent van het niet-bestaan van zekerheden. Natuurlijk is dat allemaal dictatoriaal en - op zijn minst - niet noodzakelijk, maar het feit dat iedereen schuldig is tot het tegendeel bewezen is blijft interessant, omdat je op die manier iedereen op het scherp van de snede houdt. Zenuwslopend? Zeker, maar ongetwijfeld een van de weinige keren dat iemand zijn wildste dromen heeft waargemaakt. De enige reden waarom we dat gruwelijk vinden is dat het amper tachtig jaar geleden is. Ik vraag me dan altijd af of Nietzsche in hem een Uebermensch zou gezien hebben.
zondag 19 februari 2012
Ik kan uit de tekst niet echt goed opmaken wie hier nu feitelijk spreekt, Agamben zelf of Jean-Claude Milner (die hier geparafraseerd wordt, overigens zonder verwijzing naar een of ander werk van die laatste), maar onderstaand stuk uit Means without End is misschien wel de beste omschrijving waarom het de laatste dertig jaar zo ongelooflijk mis loopt (en veel meer dan zomaar 'mis' gaat blijven lopen als er niet snel en zeer drastisch - en daarmee bedoel ik: fundamenteel - wordt ingegrepen) met Links:
"The revolution used to have to compromise with capital and with power, just as the church had to come to terms with the modern world. Thus, the motto that has guided the strategy of progressivism during the march of its coming to power slowly took shape: one has to yield on everything, one has to reconcile everything with its opposite, intelligence with television and advertisement, the working class with capital, freedom of speech with the state of the spectacle, the environment with industrial development, science with opinion, democracy with the electoral machine, bad conscience with memory and loyalty. Today one can see what such a strategy has led to. The left has actively collaborated in setting up in every field the instruments and terms of agreement that the right, once in power, will just need to apply and develop so as to achieve its own goals without difficulty. (...) And while the citizens of goodwill are being called to keep watch and to wait for phantasmic frontal attacks, the right has already crossed the lines through the breach that the left itself had opened up."
Tegenwerpingen genoeg en voorlopig weinig oplossingen ter verweer, ik weet het. Maar spijtig genoeg is bovenstaande al te waar. Wie het spel speelt volgens de regels van de tegenstander mag eigenlijk op voorhand inpakken.
Zie ter illustratie trouwens ook het best wel treurige boekje van Luuk Middelaar (Politicide), waarin voor de zoveelste keer door een neo-liberale melkmuil in vermomming (niet dat hij overigens zelf zou begrijpen dat hij dat wel degelijk is) Foucault, Sartre, Deleuze et al. de mantel worden uitgeveegd wegens niet politiek genoeg. Dezelfde Middelaar schrijft nu de speeches van Herman van Rompuy, de eerste Pré-si-dent van Eu-ro-pa (wat klinkt dat heftig, zeg!), die ongelooflijk veel voor de Politiek heeft gedaan sinds hij is aangetreden. Inderdaad: hij heeft de Politiek begraven six feet under de oekazen van de Economie.
Ik ben benieuwd wat er nog van het lijk van de Politiek gaat overblijven als ze het nadien weer gaan opgraven. Wat ik wel weet is dat een opgegraven lijk een beetje tot zeer hard stinkt. Het enige voordeel van een lijk is dat je daarna weer opnieuw moet beginnen. Tijd om daar eens over na te denken, in plaats van almaar de meubelen proberen te redden.
"The revolution used to have to compromise with capital and with power, just as the church had to come to terms with the modern world. Thus, the motto that has guided the strategy of progressivism during the march of its coming to power slowly took shape: one has to yield on everything, one has to reconcile everything with its opposite, intelligence with television and advertisement, the working class with capital, freedom of speech with the state of the spectacle, the environment with industrial development, science with opinion, democracy with the electoral machine, bad conscience with memory and loyalty. Today one can see what such a strategy has led to. The left has actively collaborated in setting up in every field the instruments and terms of agreement that the right, once in power, will just need to apply and develop so as to achieve its own goals without difficulty. (...) And while the citizens of goodwill are being called to keep watch and to wait for phantasmic frontal attacks, the right has already crossed the lines through the breach that the left itself had opened up."
Tegenwerpingen genoeg en voorlopig weinig oplossingen ter verweer, ik weet het. Maar spijtig genoeg is bovenstaande al te waar. Wie het spel speelt volgens de regels van de tegenstander mag eigenlijk op voorhand inpakken.
Zie ter illustratie trouwens ook het best wel treurige boekje van Luuk Middelaar (Politicide), waarin voor de zoveelste keer door een neo-liberale melkmuil in vermomming (niet dat hij overigens zelf zou begrijpen dat hij dat wel degelijk is) Foucault, Sartre, Deleuze et al. de mantel worden uitgeveegd wegens niet politiek genoeg. Dezelfde Middelaar schrijft nu de speeches van Herman van Rompuy, de eerste Pré-si-dent van Eu-ro-pa (wat klinkt dat heftig, zeg!), die ongelooflijk veel voor de Politiek heeft gedaan sinds hij is aangetreden. Inderdaad: hij heeft de Politiek begraven six feet under de oekazen van de Economie.
Ik ben benieuwd wat er nog van het lijk van de Politiek gaat overblijven als ze het nadien weer gaan opgraven. Wat ik wel weet is dat een opgegraven lijk een beetje tot zeer hard stinkt. Het enige voordeel van een lijk is dat je daarna weer opnieuw moet beginnen. Tijd om daar eens over na te denken, in plaats van almaar de meubelen proberen te redden.
zondag 12 februari 2012
Check de volledige We Must Become the Pitiless Censors of Ourselves ook maar meteen. Want die had achteraf gezien in mijn top 10 van 2011 gemoeten. De satanische versie van Twin Shadow, die Maus. En hij werkt momenteel aan een proefschrift in politieke filosofie. My kind of guy.
(En ja, het doet denken aan 'Golden Brown', hetgeen bij mij thuis nog altijd een pro is)
zaterdag 11 februari 2012
"Look, Gramsci, the Italian Marxist, believed in pessimism of the
intellect, optimism of the spirit. You must look at what's happening
now. If it's unpropitious, say it's unpropitious. Don't fool yourself.
Analyse the conjuncture that you're in. Then you can be an optimist of
the will, and say I believe that things can be different. But don't go
to optimism of the will first. Because that's just utopianism."
- Stuart Hall in The Guardian
donderdag 2 februari 2012
dinsdag 24 januari 2012
maandag 23 januari 2012
zondag 22 januari 2012
Indien niet ernstig, gelieve zich te onthouden
Ik ben op een punt in mijn levensloop gekomen dat ik liever niet (om het met Bartleby te zeggen: "I'd prefer not to") praat met of luister naar iemand die geen discours kan ontvouwen of een wereldbeeld presenteren dat er binnen een redelijk korte tijdspanne in slaagt om mij te interesseren. Ik weet dat het zeker tegenwoordig (maar ik vermoed – nee: ik weet wel heel zeker - dat dat altijd wel zo geweest is en zal zijn) veeleisend klinkt, maar ik kan absoluut geen gesprek meer voeren met mensen die niet op zijn minst zich bepaalde vormen van kennis eigen gemaakt hebben, mensen die niet – in overdrachtelijke zin – meerdere talen spreken.
Ik verwacht van een ieder die met mij een onderhoudend gesprek wil aangaan dat zij/hij op zijn minst kan en wil meepraten over een van volgende kennisgebieden en liefst meerdere tegelijk:
Filosofie (dat wil zeggen: de fundamenten van wat het betekent om als mens in de wereld te staan); geschiedenis; muziek die véél verder gaat dan wat in de hitparade en de krant terecht komt en ‘het liedje’ beschouwt als slechts de buitenste concentrische cirkel van wat voor muziek doorgaat; de klassiekers en verborgen schatten van de filmgeschiedenis; de literatuur en poëzie van op zijn minst de 19e en 20e eeuw (en liefst ook nog klassieke, dwz Latijnse en Griekse literatuur); economie; sociologie; linguïstiek, filologie en etymologie; rudimententaire kennis van de stand van zaken en de openstaande vraagstukken in de astronomie, geologie en geografie, wiskunde, biologie, neurologie, physica en chemie; politiek (waarbij men begrippen als ‘het volk’, ‘links’, ‘rechts’ en ‘waarden’ resoluut uit haar/zijn vocabularium schrapt) en de werking en uitdagingen van de democratie; de kunsten van Lascaux tot en met vandaag.
Ik verwacht dat zij/hij tussen al deze gebieden voldoende betekenisvolle verbanden kan leggen en al dan niet intuïtief op zoek is naar het sublieme, of dat sublieme nu voortvloeit uit hoge of lage cultuur (liefst van al heb ik nog dat zij/hij helemaal geen scheidslijn ontwaart tussen beide); Met andere woorden: dat zij/hij het adagium van Isaak Babel geïnternaliseerd heeft: "You must know everything."
Ik verwacht dat zij/hij tussen al deze gebieden voldoende betekenisvolle verbanden kan leggen en al dan niet intuïtief op zoek is naar het sublieme, of dat sublieme nu voortvloeit uit hoge of lage cultuur (liefst van al heb ik nog dat zij/hij helemaal geen scheidslijn ontwaart tussen beide); Met andere woorden: dat zij/hij het adagium van Isaak Babel geïnternaliseerd heeft: "You must know everything."
Zij/hij is bovendien goed tot zeer goed op de hoogte van de actualiteit en kan uit deze bijzaken en hoofdzaken distilleren. Ik verwacht dat zij/hij nadenkt voordat én terwijl zij/hij spreekt; dat zij/hij intuïtie en spontaniteit niet verwart met eender wat zeggen of voelen; dat zij/hij niet zeurt over haar/zijn tekortkomingen, trauma’s, ziektes en andere aandoeningen, laat staan dat zij/hij zich er laat op voorstaan; dat zij/hij wakker is in plaats van te slapen; dat zij/hij houdt van het leven en niet van de dood.
Ik verwacht dat deze persoon niet het minste parfum van dogmatisch geloof (of dat nu in een god of in het absolute primaat van de wetenschap is), racisme en andere discriminatoire, anti-democratische, niet-solidaire vertogen verspreidt en dat zij/hij zich een minimaal begin van een rechtvaardigheidsgevoel heeft eigen gemaakt. Ik wens dat zij/hij zijn oogkleppen heeft thuisgelaten en geen bovenmatig belang stelt in biologische functies als eten, drinken en seks, dingen die je doet maar waar het zelden boeiend over praten is, tenzij als opschepperij. Ik verwacht dat zij/hij, wanneer zij/hij haar/zijn emoties toont, niet vervalt in goedkoop sentiment, gemakkelijke psychologiseringen en zogenaamd 'spirituele' zweverigheid; dat zij/hij er niet van uit gaat dat "tout le monde il est beau, tout le monde il est gentil", maar er ook niet onmiddellijk van overtuigd is dat iedereen er op uit is om haar/hem de loef af te steken, uit te lachen, te vernederen of te bespotten; dat zij/hij niet meent dat niet elke ironische, cynische en sarcastische opmerking bedoeld is om te kwetsen; dat zij/hij dus voldoende (maar nooit te veel) kan relativeren, en karakterieel het midden houdt tussen realiteitszin en naïviteit en/of idealisme; dat haar/zijn humor het niveau van 'kak', 'pis', 'kut' en 'lul' verre overstijgt; dat zij/hij de begrippenparen ‘normaal’ en ‘abnormaal’, 'man(nelijk)' en 'vrouw(elijk)' ‘iedereen’ en ‘niemand’, ‘altijd’ en ‘nooit’, ‘mooi’ en ‘lelijk’ en het woord ‘misschien’ zo weinig mogelijk bezigt; dat zij/hij geen verkleinwoorden gebruikt tenzij echt nodig; dat zij/hij zich uitdrukt in een taal die het vormen van duidelijke en afgelijnde ideeën en oordelen toestaat; dat zij/hij clichés, boerenverstand en dito wijsheid achterwege laat; dat zij/hij er nooit van uit gaat dat de meerderheid altijd gelijk heeft. Last but not least, dat zij/hij niet gefocust is op het verwerven van zo veel mogelijk geld om het geld, bezit om het bezit, niet overdreven materialistisch (in de kapitalistische zin van het woord) ingesteld is en dat zij/hij haar/zijn leven dus niet laat beheersen door tv en beeldcultuur in het algemeen en steeds weer de laatste nieuwigheden op technologisch en andere vlakken; dat zij/hij winkelen niet als betekenisvol tijdverdrijf beschouwt.
Besluit uit bovenstaande rapsodie niet dat ik verwacht dat iemand identieke kennisgebieden bestrijkt als de mijne. Integendeel, ik verwacht dat ik van mijn gesprekspartner iets kan LEREN, dat zij/hij er oordelen, gevoelens en standpunten op nahoudt die mij verrassen, aan het werk zetten, doen op zoek gaan naar nieuwe vluchtpunten en nieuwe horizonten doet verkennen. Al het andere is tijdverlies en oninteressant (in alle betekenissen van het Latijnse werkwoord inter-esse). Als we het eens zijn: goed zo. Indien niet: even goed. Als het maar ergens naartoe gaat waar ik nog niet geweest ben. Ik verwacht met andere woorden dat we samen nadenken hoe het er met de mensheid voorstaat en waar ze naartoe gaat, waarbij we niets onaangeroerd laten en geen enkel taboe of andere beperkende idee ons daarbij in de weg laten staan; dat we onszelf niet als het middelpunt van het universum beschouwen en het dus verdomme niet heel de tijd over onszelf hebben, tenzij we onszelf proberen te denken als een springplank naar het omarmen van de realiteit in het algemeen.
Is het bovenmenselijk arrogant of irritant veeleisend om al deze dingen van je naaste te verlangen? Geenszins. Ieder van ons, spijtige uitzonderingen niet te nagesproken, heeft een goed tot uitstekend stel hersenen meegekregen, waarmee zij/hij zich hopelijk van de plant, het dier, de homo's erectus en habilis en neanderthaler onderscheidt en waarvan ik verwacht dat zij/hij het leert gebruiken, invullen en uitbreiden (Volonté de savoir noem ik dat).
Beantwoord ik zelf volledig aan het beeld dat ik schets? Verre van. Maar ik maak me sterk dat ik het tenminste probeer (Try again. Fail again. Fail better.) En dat is alles wat ik ook van mijn gesprekspartner verlang. Ik zoek vraagstellers in plaats van antwoorders, zoekers in plaats van vinders, twijfel in plaats van vastgeroeste en ingesleten zekerheid. Ik zoek intensiteit in plaats van middelmatigheid, gevaar in plaats van veiligheid, transgressie in plaats van vastliggende territoria en grenzen, transversaliteit in plaats van monomane gerichtheid op één domein en respect voor en dorst naar verschil en vernieuwing in plaats van nadruk op identiteit en herhaling.
En als het even kan breng je dit alles ook nog eens naar voren zonder enige vulgariteit en zo mogelijk zelfs met stijl.
zaterdag 21 januari 2012
vrijdag 20 januari 2012
“He paid careful attention to rain in movies. In foreign
films, set in northern or eastern Europe, it seemed, sometimes, to be raining
God or raining death.”
De
allereerste gedachte die bij me opkwam toen ik deze alinea indronk, was: “Hij
heeft het over Bergman, niet? Kan niet anders! Toch?”
Soms weet
ik gewoon zeker dat mijn leven er zonder DeLillo anders had uitgezien.
Abonneren op:
Posts (Atom)
