Ik kijk geamuseerd toe hoe de Amerikaanse eeuw, not with a whimper but with a bang, ten einde loopt in het Midden-Oosten. Ironisch toch hoe het wanhopig slecht geïnformeerde beeld dat de Amerikaan van deze wereld en zijn complexiteiten had, heeft en blijft hebben door het doldwaze, op leugens en desinformatie gebaseerde ingrijpen van Bush, Cheney, Blair en andere potsierlijke Lords of Darkness, er toe geleid heeft dat het déconfiture van de Christelijke Heilstaat nu met de steeds verder om zich heen grijpende Islamitische Staat zijn finale apotheose kent. Laatste update: de ware gelovigen knagen aan de grens van Turkije, het land waar Erdogan tot enkele weken geleden nog in het diepste van zijn gedachten zich al tot de Grote Ottomaan gekroond had.
The mind boggles dat die naïeve Amerikanen, een natie die nog geen 250 jaar op de kilometerteller heeft, echt hebben gedacht dat na de val van de muur in Europa het einde van de geschiedenis nu echt wel gekomen was. Met het evidente gevolg dat er nu peis ende vree zou heersen onder het wijze richterschap van de alom de zegeningen van de liberale democratie uitbazuinende Verenigde Staten van Amerika. Grenzen lagen voor eeuwig vast en iedereen zou zich als vanzelfsprekend neerleggen bij de idee van de good old Westphaliaanse natiestaat, stevig gestoeld op individuele vrijheden en eeuwige economische groei. Hallelujah!
Bleek dat deze zelfverklaarde profeten van het Omega der Beschaving er geen rekening mee gehouden hadden dat er best nog wel volkeren op deze planeet rondlopen die weinig ophebben met individualisme en vrije meningsuiting en die sinds mensenheugenis de stam, de clan en de geloofsgemeenschap (gebruik uw verbeelding en voeg daar nog de voorouders en de kaste aan toe) als primordiaal beschouwen. Wat een atavisme! Wat een primitieve gedachten! Reactionairen in dierenhuiden zijn het! En deze woeste en baardige kaftandragers geloven nog in brutaal fysiek geweld ook. In tegenstelling tot laffe precisieaanvallen met telegestuurde robotvliegtuigen rijgen zij de vijand aan het kromzwaard en zetten zijn hoofd op een stok, begraven de ongelovige met adem en al, en doen de Kalashnikov en granaatwerper bulderen dat het geen aan heeft. Je houdt het toch niet voor mogelijk? Dat zoiets in deze tijd van Facebook, smartphones en ongebreideld consumentisme nog mogelijk is. Dat Starbucks, McDonalds, Google en Apple dit niet hebben kunnen voorkomen! Haro!
Nog erger: in plaats van het superieure Westen rustig te laten knikkebollen in virtuele paradijzen en beschroomd, uit het zicht van de camera, Yeziri's, Sji'ieten, Assyrische Christenen en andere Koerden bij bosjes over de kling te jagen, durven deze bloeddorstige barbaren het aan om een Amerikaan, een Brit en een Fransman het hoofd van de romp te snijden. En dat zomaar in prime time! Men zou zich nog in de zongedroogde tomaatjes verslikken. Een hele fles cava verpest!
Misschien waait dat hele strijdgewoel nog wel over en wordt deze bloeddorstige veroveringsdrang alsnog in de kiem gesmoord. Maar, zonder in doemscenario's te willen vervallen, kan ik me evengoed gemakkelijk voorstellen dat een ontzaglijk groot gebied met als kardinale punten de Caucasus, het Arabische schiereiland, Turkije, de Maghreb en het Iraanse hoogplateau, met uitlopers rond de Sahara, Zuid-Siberië, Xinjiang en de grenzen van Indië binnenkort een grote oorlogszone is, waar diverse goddelijke wetten met elkaar in het strijdperk zullen treden. Geen boots on the ground? Dat wil ik nog wel eens zien als overmorgen de Saudi's voor de bijl gaan en de olie als bij donderslag opdroogt. De Iraanse olie zal opeens rijkelijk naar de Midwest vloeien. Khomeini, kom terug! Alles is vergeven!
De ultieme ironie van het lot is dan nog dat het overgrote deel van deze fanaten hun startkapitaal uit de zwarte kassen van de CIA, het Pentagon en diverse Amerikaanse senaatscommissies hebben verkregen.
Nee, dat hadden ze niet zien aankomen met hun spionagesatellieten en permanente doorlichting van elke scheet die iemand op het internet laat vliegen. Julian Assange en Edward Snowden trouwens ook niet. En die jongens weten nochtans echt alles.
Interesting times.
dinsdag 30 september 2014
zondag 28 september 2014
"His list of things that disturb him include 'kids and choirs', 'predatory behaviour', 'ignorance' – and 'happiness'."
John Cale is zo te horen nog steeds op snee.
John Cale is zo te horen nog steeds op snee.
woensdag 17 september 2014
Q : Why do you think there’s such a close relationship with art
& techno? Does Downwards or techno producers in general use artwork
or installations as a way to put music into context to educate listeners
who may refer to it as “soulless repetitive club noise”?
A: Don’t you just hate it when ART does that? Makes things legit. What happened to good old fashioned getting off your tits to soulless repetitive club noise? England’s artless sons and daughters were far happier then.
Regis is een held.
A: Don’t you just hate it when ART does that? Makes things legit. What happened to good old fashioned getting off your tits to soulless repetitive club noise? England’s artless sons and daughters were far happier then.
Regis is een held.
zaterdag 2 augustus 2014
Dit zal zowat het enige verstandige stuk tekst zijn dat ik tot nu toe heb gelezen over het conflict in Gaza.
zondag 27 juli 2014
Het grootste probleem waarmee elke samenleving, maar de onze in zeer hoge mate, geconfronteerd wordt is dat mensen denken dat samenleven eenvoudig is en hun persoonlijkheid complex. Het is net andersom: samenleven is zeer complex, terwijl onze persoonlijkheid vaker dan niet zeer eenvoudig is. Het corollarium daarvan is dat een samenleving nooit tot ware bloei kan komen wanneer iedereen denkt dat hij uniek en de moeite van de complexiteit waard is.
"At the party for Barthes's 1977 inaugural lecture at the Collège de France, Foucault confronted Robbe-Grillet: 'I have you told you this already and I will say it again, Alain: when it comes to sex, you are, and always have been misguided!' Barthes rose to his defense, reminding Foucault that Robbe-Grillet was, at the very least, a pervert. Foucault replied: 'Ça ne suffit pas!' "
Werden ooit, in amper vier zinnen, drie karakters beter samengevat?
(uit: London Review of Books, 31 juli)
Werden ooit, in amper vier zinnen, drie karakters beter samengevat?
(uit: London Review of Books, 31 juli)
dinsdag 22 juli 2014
zaterdag 12 juli 2014
Pinch B2B Mumdance
Toegegeven, het zijn harde tijden. Het is iets anders om dat op zo'n brutale en beukende manier te toonzetten als het duo Pinch en Mumdance. Pinch is een ouwe getrouwe die mee was met de eerste dubstepgolf. Mumdance is een jonkie dat kickt op metallieke, door techno en jungle geïnspireerde basmuziek. Samen met geestesgenoten als Beneath en Logos maakt hij het mooie (nuja) weer op onder andere Keysound, het label van Blackdown, dat de UK hardcore traditie nu al vele jaren probeert in stand te houden.
Op deze archi-ongenadige mix, die voornamelijk uit eigen werk voorleest, kom je er niet zomaar met de schrik vanaf. Op een dystopische achtergrond van dreigende hooverbassen en de sfeer van ruige achterbuurten en stinkende ondergrondsen ferm in het achterhoofd gebeiteld dreunt het duo je helemaal in het hoekje waar dreiging, angst en overspanning heersen. Als dat als een cliché klinkt, dan is dat omdat het dat ook is.
Het Underground Resistance van 'The Theory', de vroege nog niet gelikte 4Hero en verder zowat alle muzikale stijlen die de laatste vijfentwintig jaar op de dansvloeren van het Verenigd Koninkrijk zijn gepasseerd worden in de mixer gegooid en wat overblijft is een Spartaans aandoend technoaftreksel voor hopeloze en depressieve grotestadsmensen, een gemeen brouwsel dat Metalheadz-afdankertjes op halve snelheid paart aan ongenuanceerde hardcore-imitaties. Zelfs in Blade Runner schemerde er meer positiviteit door dan op deze door en door grimmige mix. Het ontbreekt hier op alarmerende wijze aan soul en emotie. Daar gaan obligaat ingemixte kreten als 'move your body' en 'oh yeah' niks aan veranderen.
Het probleem van deze mix is vooral dat hij aantoont hoezeer de huidige Engelse scene in een navelstaren, immer een creatieve cul-de-sac, is verzeild geraakt. Sinds het momentum van dubstep voorbij is en zich naar alle kanten van de wereldbol heeft verspreid, blijft men aan de overkant van het kanaal zoeken naar een waardige opvolger. De geest van jungle moet en zal herleven. De tijd heeft uitgewezen dat hoeveel moeite Engelse producers ook doen om originaliteit te distilleren uit de voortdurende mutatie van enkele vaste, nu al vele jaren meegaande elementen, het er de laatste jaren toch voornamelijk op neerkomt dat ze gewoon knarsende zielloze techno aan het maken zijn. Zichzelf opeten en de resulterende kak nieuw en spannend noemen is één ding. Aannemen dat we dat ook gaan geloven, is een brug te ver. Het verschil met de laatste, naar alle windstreken levenswil uitademende Hyperdub-compilatie kan niet groter zijn.
zaterdag 28 juni 2014
"Rick [Rubin] really over-simplified some of the parts that we thought were
unique, and just made them very digestible. He's got this thing about
representing the common man's ears—I'd rather jab the common man's ears.
If we don't, we'll never get to a place where future music exists."
- Cedric Bixler-Zavala
- Cedric Bixler-Zavala
vrijdag 13 juni 2014
Steeds vreemder toch dat de Verenigde Staten zich nog steeds als wereldleider beschouwen. Vietnam verloren. Uit Iran gejaagd als kleine stoute jongens. Irak dra een echt kalifaat - of nog erger een jaren aanslepende slachtpartij. In Afghanistan ondanks jaren borstklopperij niks klaargemaakt. De Krim niet uit Russische klauwen kunnen houden. Libië en Syrië veranderd in hele of halve failed states. Een groot deel van Centraal-Amerika in de greep van drugs, geweld en wreedheid. En bijna heel de wereld in economische depressie dankzij het geritsel van de slimme jongens van Wall Street. Wat een prestaties! Wat een daadkracht!
woensdag 11 juni 2014
Plastikman - EX
Jezelf de geschiedenis van techno voorstellen zonder Richard Hawtin uit Windsor, Canada is onmogelijk. Als ik 'Energy Flash' zeg, weet iedereen: Joey Beltram. Als ik 'Can You Feel It' zeg, roept iedereen: Mr Fingers. Als ik 'French Kiss' zeg, weten zelfs dertienjarigen: Lil Louis. Net zo weet iedereen als ik 'Spastik' zeg, dat je met een van de hoekstenen van de hedendaagse elektronische dansmuziek te maken hebt. Het is amper te geloven dat het nu al meer dan twintig jaar geleden is dat de eerste Plastikmannummers door zweterige discotheken, rokerige kelders en betonnen hangars schalden. Ik heb nog mensen gekend die het Plastikmanlogo op hun arm lieten tattoeëren. Nu, meer dan tien jaar na de laatste langspeler en veel te lang na het laatste nummer, is Plastikman, toch altijd Hawtins grand project, terug.
Sindsdien is er veel veranderd. Hawtin heeft zich als hyperenthousiaste pionier van het digitale dj'en een beetje teveel verloren in hard- en softwareliflafjes allerhande, waardoor zijn dj-sets alleen nog voor doorgedreven geeks en hardcore technosolipsisten aangenaam tijdverdrijf zijn. Met zijn label M_nus heeft hij bovendien een ont-zettende hoeveelheid mediocere minimale techno naar de massa's gebracht. Zelf heeft hij het al jaren liever over concepten dan over muziek. En over dat kapsel van een tijdje terug zullen we maar zedig zwijgen. Laten we, met de blijde inkomst van een nieuwe Plastikman in het achterhoofd, het er op houden dat hij er niets kan aan doen dat zijn acolieten niet over 's mans enorme talent beschikken.
EX is dan opeens de eerste liveplaat van Plastikman. Opgenomen in het Guggenheim, tempel van het Nieuwe Wereld modernisme, is het natuurlijk meteen ook een statement, een consecratie. De eerste nummers klinken imponerend, de ruimte nog aftastend. Donker, maar bijna deftig, te beleefd. Even denk je: "Museumtechno?"
Geen vrees. Al snel en haast ongemerkt word je opgezogen door die ijle sfeer, die sluiperig sublieme ultra-minimale acidloops, die droge kicks, die infinitesimaal afgemeten drums. Voor je het weet heeft Hawtin je in de ban en weet je dat hier een van de waarlijk groten aan het werk is. Iemand die uit de kleinst mogelijke verzameling elementen heelder werelden kan toveren.
Natuurlijk kan Hawtin na meer dan twintig jaar de hoogtes of het verrassingseffect van 'Spastik' of 'Plasticine' niet meer evenaren - hoewel 'EXpire', apotheose van de plaat, een soort ultiem orgelpunt, een bekroning bijna, de canon gestadig uitbreidt. Het siert hem dat hij ook niet langer probeert om anthems in elkaar te knutselen. Liever werkt hij in alle luwte verder aan een uitgepuurd oeuvre, dat instant uit duizend herkenbaar is. Niemand doet dit beter.
maandag 9 juni 2014
Diamond Version - CI
Wanneer Olaf Bender en Carsten Nicolai, de adelaarsblikken die Raster-Noton bestieren en na de kantooruren als Byetone en Alva Noto door het artistieke leven gaan, samen aan de slag gaan weet je dat de menselijke component amper aan de bak gaat komen. Na vijf ep's op Mute vol scheermesscherpe, tot in de goddelijke details afgewerkte robo-techno is er met CI nu ook een langspeler.
Die ligt muzikaal in dezelfde lijn en put uit de erfenissen van industrial, techno en veertig jaar state-of-the-art Duitse geluidsarchitectuur. Want wat de invloed ook moge zijn van ooit rebelse en vooruitdenkende muziekstijlen als techno en industrial, de jongens van Raster-Noton slagen er toch elke keer weer in om hun muziek te laten klinken alsof er drie maanden van intensieve meditatie, ontwikkeling van theoretische modellen, en belachelijk intelligente input van een interdisciplinair panel aan zijn voorafgegaan.
Weinig alarmerend dan dat corporate speak het overkoepelende thema is. Je weet nooit of titels als 'Raising the Bar', 'Operate at Your Optimum' en 'Access to Excellence' als post-ironische memes ingezet worden of bloedserieus bedoeld zijn als afreageermuziek voor vergadertijgers. De loodzware atmosfeer van de nimmer aflatende metafunctionele, overgesatureerde beats en de algoritmes spuiende gastzangers - what's in a name? - doet de verdenking ontstaan dat het hier een heimelijke set computerinstructies betreft. Alleen op 'Were You There', waar Pet Shop Boy Neil Tennant de zang verzorgt, ontwaar je even een zweem van emotie.
Alsof CI door middel van bleeps en bytes een gigantische, hyperefficiënte, volledig onafhankelijk denkende en opererende, maar ook compleet nutteloze machine in elkaar zet. Technische perfectie heeft zo zijn prijs.
donderdag 29 mei 2014
"The European Union is run by technocrats who are more interested in Cartesian logic than in popular opinion."
Het zal niemand verbazen dat dit stukje uit een Engels dagblad komt (Let in dat verband op de impliciete gedachte dat Cartesiaans 'Frans' betekent en dat in 2014 voor een Engelsman 'Frans' meteen maar met 'Europees' wordt gelijkgesteld, wat neerkomt op een nauwelijks verhuld superioriteitsgevoel). En er valt natuurlijk wel iets voor te zeggen. Maar mijn nu bijna veertig jaren durend verblijf op deze planeet heeft me duidelijk heeft gemaakt dat de politicus die de publieke opinie volgt met nog grotere zekerheid de dieperik ingaat dan diegene die er helemaal niet om geeft (zie de Amerikaanse Republikeinen, die onder invloed van de Tea Party veranderd zijn in een bende extreemrechtse schreeuwlelijkaards).
Men vergeet blijkbaar al te graag dat moderne democratie zelden tot nooit betekent dat het volk de macht heeft. En dat dit, God beware ons, ook de bedoeling niet is. Een politicus moet vooral verkozen zien te geraken. Er bestaat geen democratische regel die oplegt dat hij daarna moet uitvoeren wat hij heeft beloofd. Dat kan hij overigens ook niet. Wie in de politiek restloos kan uitvoeren wat hij heeft beloofd noemen we gemeenzaam een dictator. De democratische politicus moet proberen tot een overeenkomst te komen met zijn tegenstanders, om daarna te proberen om uit te voeren wat hij heeft beloofd. En daar zal hij zelden tot nooit in slagen als hij iedere idioot die zijn mond opentrekt zijn zin geeft. Laat ik het wat beschaafder stellen: het gesundes Volksempfühlen is gewoon te diffuus om er een lijn in te trekken en de verkozen politicus kan daarvan ergo hoogstens een deel waarnemen. Overigens, wie kan beweren dat hij, naast politieke wensen, ook een plan heeft om die wensen uit te voeren? Mocht het publiek dat plan hebben, dan werd het waarschijnlijk zelf politicus.
Het publiek dat zich over deze gang van zaken beklaagt moet zich maar eens afvragen hoe vaak het zelf volledig zijn zin heeft gekregen in zijn eigen leven. Wie ervan overtuigd is - zoals tegenwoordig de fanatieke N-VA'ers, of nog de halve garen die op haatzaaiers als Wilders en Farage stemmen - dat hun stem belangrijker is dan die van anderen, per toeval omdat ze nu even de wind in de politieke zeilen hebben, zijn in feite anti-democraten. En het komt een anti-democraat niet toe om af te geven op de democratie. Wel zo gemakkelijk natuurlijk dat je onder een democratisch regime een anti-democraat mag zijn. Andersom is dat namelijk niet het geval.
Al die politieke hysterici raad ik aan het levensverhaal van Georges Valois te lezen. Als ze daarna niet anders kraaien, baat voor hen geen hulp meer.
Het zal niemand verbazen dat dit stukje uit een Engels dagblad komt (Let in dat verband op de impliciete gedachte dat Cartesiaans 'Frans' betekent en dat in 2014 voor een Engelsman 'Frans' meteen maar met 'Europees' wordt gelijkgesteld, wat neerkomt op een nauwelijks verhuld superioriteitsgevoel). En er valt natuurlijk wel iets voor te zeggen. Maar mijn nu bijna veertig jaren durend verblijf op deze planeet heeft me duidelijk heeft gemaakt dat de politicus die de publieke opinie volgt met nog grotere zekerheid de dieperik ingaat dan diegene die er helemaal niet om geeft (zie de Amerikaanse Republikeinen, die onder invloed van de Tea Party veranderd zijn in een bende extreemrechtse schreeuwlelijkaards).
Men vergeet blijkbaar al te graag dat moderne democratie zelden tot nooit betekent dat het volk de macht heeft. En dat dit, God beware ons, ook de bedoeling niet is. Een politicus moet vooral verkozen zien te geraken. Er bestaat geen democratische regel die oplegt dat hij daarna moet uitvoeren wat hij heeft beloofd. Dat kan hij overigens ook niet. Wie in de politiek restloos kan uitvoeren wat hij heeft beloofd noemen we gemeenzaam een dictator. De democratische politicus moet proberen tot een overeenkomst te komen met zijn tegenstanders, om daarna te proberen om uit te voeren wat hij heeft beloofd. En daar zal hij zelden tot nooit in slagen als hij iedere idioot die zijn mond opentrekt zijn zin geeft. Laat ik het wat beschaafder stellen: het gesundes Volksempfühlen is gewoon te diffuus om er een lijn in te trekken en de verkozen politicus kan daarvan ergo hoogstens een deel waarnemen. Overigens, wie kan beweren dat hij, naast politieke wensen, ook een plan heeft om die wensen uit te voeren? Mocht het publiek dat plan hebben, dan werd het waarschijnlijk zelf politicus.
Het publiek dat zich over deze gang van zaken beklaagt moet zich maar eens afvragen hoe vaak het zelf volledig zijn zin heeft gekregen in zijn eigen leven. Wie ervan overtuigd is - zoals tegenwoordig de fanatieke N-VA'ers, of nog de halve garen die op haatzaaiers als Wilders en Farage stemmen - dat hun stem belangrijker is dan die van anderen, per toeval omdat ze nu even de wind in de politieke zeilen hebben, zijn in feite anti-democraten. En het komt een anti-democraat niet toe om af te geven op de democratie. Wel zo gemakkelijk natuurlijk dat je onder een democratisch regime een anti-democraat mag zijn. Andersom is dat namelijk niet het geval.
Al die politieke hysterici raad ik aan het levensverhaal van Georges Valois te lezen. Als ze daarna niet anders kraaien, baat voor hen geen hulp meer.
Nog eentje:
Everything in the culture argues against the novel, particularly the novel that tries to be equal to the complexities and excesses of the culture. This is why books such as JR and Harlot’s Ghost and Gravity’s Rainbow and The Public Burning are important—to name just four. They offer many pleasures without making concessions to the middle-range reader, and they absorb and incorporate the culture instead of catering to it. And there’s the work of Robert Stone and Joan Didion, who are both writers of conscience and painstaking workers of the sentence and paragraph. I don’t want to list names because lists are a form of cultural hysteria, but I have to mention Blood Meridian for its beauty and its honor. These books and writers show us that the novel is still spacious enough and brave enough to encompass enormous areas of experience. We have a rich literature. But sometimes it’s a literature too ready to be neutralized, to be incorporated into the ambient noise. This is why we need the writer in opposition, the novelist who writes against power, who writes against the corporation or the state or the whole apparatus of assimilation. We’re all one beat away from becoming elevator music.
- Don DeLillo (uit hetzelfde interview als hieronder)
De laatste zin is de belangrijkste. Groot werk, opus magnum, in elk soort kunst, is inderdaad maar een millimetertje verwijderd van de mediocriteit. Maar het is wel dat infinitesimale stukje dat een wereld van verschil maakt. De grote kunstenaar - die altijd daardoor een soort tovenaar, visionair, een leidsman, soms zelfs een priester, is - is diegene die de worsteling aangaat met de leegte die ontstaat tussen twee stukken 'gewone' realiteit (hij die deze wereld uitgaat met het idee dat er maar één wereld is, is er niet in geslaagd om te leven, wat hij ook denkt te hebben bereikt) en die leegte opvult met een onvermoede andere realiteit. De Kunstenaar, The Artist, de Artifex, der Künstler, leent ons zijn zintuigen opdat we anders zouden leren leven, in de volle betekenis van dat woord. Wie niet met de leegte, de eenzaamheid en de stilte kan leren leven en inziet dat dit niets complexer is dan eender welk stuk materialiteit, wordt nooit een kunstenaar. Zij of hij zal nooit leren vliegen.
Everything in the culture argues against the novel, particularly the novel that tries to be equal to the complexities and excesses of the culture. This is why books such as JR and Harlot’s Ghost and Gravity’s Rainbow and The Public Burning are important—to name just four. They offer many pleasures without making concessions to the middle-range reader, and they absorb and incorporate the culture instead of catering to it. And there’s the work of Robert Stone and Joan Didion, who are both writers of conscience and painstaking workers of the sentence and paragraph. I don’t want to list names because lists are a form of cultural hysteria, but I have to mention Blood Meridian for its beauty and its honor. These books and writers show us that the novel is still spacious enough and brave enough to encompass enormous areas of experience. We have a rich literature. But sometimes it’s a literature too ready to be neutralized, to be incorporated into the ambient noise. This is why we need the writer in opposition, the novelist who writes against power, who writes against the corporation or the state or the whole apparatus of assimilation. We’re all one beat away from becoming elevator music.
- Don DeLillo (uit hetzelfde interview als hieronder)
De laatste zin is de belangrijkste. Groot werk, opus magnum, in elk soort kunst, is inderdaad maar een millimetertje verwijderd van de mediocriteit. Maar het is wel dat infinitesimale stukje dat een wereld van verschil maakt. De grote kunstenaar - die altijd daardoor een soort tovenaar, visionair, een leidsman, soms zelfs een priester, is - is diegene die de worsteling aangaat met de leegte die ontstaat tussen twee stukken 'gewone' realiteit (hij die deze wereld uitgaat met het idee dat er maar één wereld is, is er niet in geslaagd om te leven, wat hij ook denkt te hebben bereikt) en die leegte opvult met een onvermoede andere realiteit. De Kunstenaar, The Artist, de Artifex, der Künstler, leent ons zijn zintuigen opdat we anders zouden leren leven, in de volle betekenis van dat woord. Wie niet met de leegte, de eenzaamheid en de stilte kan leren leven en inziet dat dit niets complexer is dan eender welk stuk materialiteit, wordt nooit een kunstenaar. Zij of hij zal nooit leren vliegen.
zondag 25 mei 2014
INTERVIEWER: How do you imagine your audience?
DeLILLO: When my head is in the typewriter the last thing on my mind is some
imaginary reader. I don’t have an audience; I have a set of standards.
But when I think of my work out in the world, written and published, I
like to imagine it’s being read by some stranger somewhere who doesn’t
have anyone around him to talk to about books and writing—maybe a
would-be writer, maybe a little lonely, who depends on a certain kind of
writing to make him feel more comfortable in the world.
INTERVIEWER: I’ve read critics who say that your books are bound to make people feel uncomfortable.
DeLILLO: Well, that’s good to know. But this reader we’re talking about—he
already feels uncomfortable. He’s very uncomfortable. And maybe what he
needs is a book that will help him realize he’s not alone.
zaterdag 17 mei 2014
Swans - To Be Kind
Platen als To be Kind maken ze pakweg de laatste tien jaar veel te zelden. Wie kan er nog een volle twee uur aanspraak maken op onze aandacht? Michael Gira en de zijnen kunnen dat. Met ondraaglijk intieme, loodzware en door boze geesten aangestoken broeierige oerrock, die als een emotionele pletwals immer ongenadig verderrolt, vaak akelig dicht op de huid, terwijl Gira als volleerde sjamaan de minst opbeurende verzen uit zijn oeuvre in Engels en Spaans afwisselend roept, loeit, schreeuwt, fluistert, krijst en dondert, tot aan de halfbezeten ululatie toe. Vijf nummers overschrijden vlotjes de tienminutengrens en het monumentale middenstuk 'Bring the Sun/Toussaint L'Ouverture' neemt zelfs bijna vijfendertig minuten in beslag. Niet dat Swans er niet in slagen om zelfs van een nummer van amper vijf minuten al een epische geestesaanroeping te maken. Dit is muziek met onbescheiden momentum, met olympische spanningsbogen, met een soms bijna ceremonieel sérieux, die tegelijk altijd verschroeiend hard en brutaal uithaalt en op een fysieke manier aanhoudend de confrontatie met de luisteraar opzoekt. Dit is geen mooie muziek en de volle twee uur van dit kathartische exorcisme in een marathonzitting voltooien is niet voor mietjes. De sfeer is duister en onderdrukkend, vol van verlies, diepe teleurstelling en vooral veel onderhuidse, nauwelijks in te houden noch te kanaliseren woede. Maar To Be Kind is wel een van de meest overrompelende ervaringen die je jezelf dit jaar kunt aandoen. Het is tijdens en onmiddellijk na een volledige onderdompeling in deze plaat moeilijk aan te nemen dat iemand de komende tijd nog betere muziek aan de wereld gaat schenken.
zondag 11 mei 2014
Fennesz - Bécs
Een nieuwe volwaardige Fennesz is een beetje vergelijkbaar met de nieuwe Autechre of Boards of Canada. Je weet dat je het altijd goed gaat vinden en zit niet te wachten op revolutionaire koerswijzigingen. Het is goed zoals het nu is. Mocht er toch een bocht naar nieuwe horizonten genomen worden, dan blijkt die meestal na een tijdje beraadslaging niet onoverkomelijk en alsnog in te passen in de al vertrouwde klankenwereld.
Fennesz breidt na mijlpalen als Endless Summer, Venice en Black Sea met Bécs (de Hongaarse naam van Wenen) zijn palet niet radicaal uit. Experimentele uitspattingen houdt hij voor zijprojecten als Fenn O' Berg (met Jim O' Rourke en zijn labelbaas Peter Rehberg) en zijn vele samenwerkingen (met onder andere Keith Rowe, Oren Ambarchi, The Necks en Polwechsel). Fennesz blijft wat het is: wondermooie, overrompelende, oceanische geluiden, doorkruist, ingekleurd en uit elkaar gescheurd door orgastische noise en vervormde gitaaruithalen. Een episch gevecht tussen ongefilterde emotie en rigide machinestructuren.
Opener 'Static Kings' klinkt zelfs voor zijn doen haast idyllisch, zij het dat het laatste stukje al even de onheilspellende muziekjes uit de kast haalt. 'The Liar' sluit daar netjes op aan en het onderhuids agressieve aspect van Fennesz komt dan opzetten, met heelder glitchlawines die aanzwellen tot muren van noise. Zo wisselt heel Bécs af tussen prachtige, soms ronduit sentimentele, gitaarambient en zwermen opdringerige nano-noise, die proberen het Arcadië te verstoren. Alsof keer op keer een stukje paradijs langzaam oplost in de ether.
Kassem Mosse - Workshop 19
Moeilijk is het niet Gunnar Wendel te onderschatten. Zijn platen komen uit met prozaïsche titels als Workshop 19 (gewoon het serienummer van het label), hij houdt zijn profiel bewust laag en brengt techno en house aan de man op zich links in het veld situerende platenlabels in de meest diverse formaten (7-inch, tape). Je bent dan geneigd om deze plaat, in feite Mosse's eerste opus magnum, zonder verwachtingen tegemoet te treden.
Mosse's grote kracht schuilt erin dat je bij de eerste noten van zijn nummers denkt: "Is het dit maar?" Maar wie langer doorluistert en de subtiele opbouw en de door elkaar kronkelende structuren tot zich laat doordringen, komt tot het besef dat hier een luie funker à la Theo Parrish of Kenny D. aan het werk is, die in de luwte klassieke house in de traditie van Larry Heard in elkaar knutselt. Dat Omar S hem op FXHE heeft geremixt komt dan ook niet echt als een verrassing aan.
De beats en geluiden zijn geprogrameerd in primitieve percussieve machinetaal en vaak absurd overstuurd. De funk barst vaak pas los als alle, geduldig, één voor één, geïntroduceerde klankelementen opeens in de juiste plooi samenvallen. Geen enkele klank hier is origineel of vooruitstrevend en vaak lijkt het alsof Mosse maar wat aanmoddert. Maar door eenvoudige, doch vernieuwende, combinaties ontvouwt elk nummer zich, vaak plots, tot een tijdloos housejuweel.
Iedereen die ooit twee houseplaten heeft gebeatmixt kent die momenten dat een mix net niet helemaal goed zit en dat de twee gecombineerde ritmes samen een heel eigen leven gaan leiden. Het is dat korte moment van imperfectie, maar tevens van nieuwe mogelijkheden, dat Kassem Mosse als filosofisch uitgangspunt aanwendt om de ingrediënten van zijn nummers aan elkaar te kleven. De perfectie bestaat maar ten gratie van de aanvaarding van de imperfectie. En Kassem Mosse is een genie als het erop aankomt die imperfectie tot in de perfecte puntjes te manipuleren. Onopvallend groots.
Deze morgen op de Vlaamse televisie: De Zevende Dag. Kort samengevat: Leugenachtige, door elkaar pratende, politci die enkel naar de eigen volslagen oninteressante navel aan het staren zijn en loze geldbeloftes doen aan de verzuurde, altijd zijn geldbuidel in het achterhoofd houdende, gemiddelde Vlaamse burger. Onderbroken door wel een stuk of zes momentopnamen van hij die in het diepst van zijn gedachten de Vlaamse Führer is.
Even zappen: Buitenhof. Een gesprek tussen Herman Van Rompuy en Arno Grünberg over wat er echt toe doet: Europa. Met een zeer scherpzinnige, nee, schrandere Grünberg (ik verdenk hem ervan een van de intelligentste mensen op deze planeet te zijn) die de juiste vragen (met de juiste klemtoon!) stelt en een Van Rompuy die ze omzichtig, maar geen moment aan zichzelf twijfelend, beantwoordt. Dit alles in een beschaafde atmosfeer en met elegante verwoording, zonder dat beide heren of de moderator elkaar onderbreken. Daarna bespreking van een pagina uit Le Monde (hetgeen de met een knoert van een minderwaardigheidscomplex opgezadelde gemiddelde Vlaming al tot stijgeren zou brengen) en nieuw werk van Bill Viola.
Laat ik toegeven dat de moed me even in de schoenen zonk.
Even zappen: Buitenhof. Een gesprek tussen Herman Van Rompuy en Arno Grünberg over wat er echt toe doet: Europa. Met een zeer scherpzinnige, nee, schrandere Grünberg (ik verdenk hem ervan een van de intelligentste mensen op deze planeet te zijn) die de juiste vragen (met de juiste klemtoon!) stelt en een Van Rompuy die ze omzichtig, maar geen moment aan zichzelf twijfelend, beantwoordt. Dit alles in een beschaafde atmosfeer en met elegante verwoording, zonder dat beide heren of de moderator elkaar onderbreken. Daarna bespreking van een pagina uit Le Monde (hetgeen de met een knoert van een minderwaardigheidscomplex opgezadelde gemiddelde Vlaming al tot stijgeren zou brengen) en nieuw werk van Bill Viola.
Laat ik toegeven dat de moed me even in de schoenen zonk.
maandag 5 mei 2014
Aymeric de Tapol - Winter Dance
Het Vlek-label is nu al aan zijn vijfde jaargang toe en ondanks onderhoudende platen van Cupp Cave, Sagat, Squeaky Lobster en een rits anderen had dit nog niet een echte doorbraakplaat opgeleverd. Brusselaar Aymeric de Tapol heeft daar op zijn eentje verandering in gebracht met deze op donkere ambient, luide drones en experimenteel minimalisme gestoelde zestracker.
De sfeer is van bij aanvang resoluut donker ingekleurd en enkel in het eerste nummer zet hij er nog een beat onder. Vanaf dan nemen mystieke drones en onheilspellende loops de zaak over. Zeker in nummers twee tot en met vier levert dat, ondanks de experimenteringsdrang en de daaruit resulterende voortdurende onderhuidse spanning, ontzettend mooie muziek op, die de concurrentie met andere grote namen uit de noiseambient gemakkelijk aankan.
Titelnummer 'Danse d'Hiver' gaat voluit voor de zeven minuten aangehouden toon en dan is het even doorbijten. Maar zelfs daar mikt de Tapol eerder op de trance dan op de intentionele lelijkheid van andere noiseadepten. Afsluiter 'Temple Gauche' sluit op dezelfde manier af, met een op tot op de grens van het dragelijke aangehouden orgeltoon die zich langzaam ontvouwt tot een bijna transcendente drone. Stevige aanrader van eigen bodem: een tijdje geleden dat ik dat nog heb kunnen zeggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)






