Een commentaar op Discogs - iedereen is nu ook commentator - beweerde dat de mensheid niet klaar is voor deze mix van Djrum. Ook op The Quietus gewaagt de recensent van kunst. Dat creëert verwachtingen die Djrum - ooit begonnen in de nadagen van dubstep als gewoon DJ Rum - natuurlijk nooit kan waarmaken. Dat is zijn schuld niet.
Voor mij betekent dat vooreerst dat je na beluistering besluit dat dit niet de laatste keer is dat je deze mix gaat afspelen. Klassieke cd's laat staan online mixes die herbeluistering verdienen mogen dan minder zeldzaam zijn dan je ze op de vingers van een hand kan tellen, niettemin ligt de lat ligt zeer hoog. Met - ik noem maar wat namen - Andrew Weatherall, Laurent Garnier, Jeff Mills, Ricardo Villalobos, Surgeon, Shackleton of I-F als leden van een mogelijk pantheon zal Djrum van goeden huize moeten komen.
Met 31 nummers in 82 minuten kan hem in elk geval geen ambitie ontzegd worden. Zoveel nummers riskeert een eclecticisme waarin moeilijk een thematische eenheid of lopende draad in te ontwaren valt. In de positieve zin betekent veel nummers dat je een narratief met pieken en dalen kan opbouwen. Omdat ik nu al een tijdje geen clubmuziek meer luister is er wel het persoonlijke voordeel dat ik van haast geen enkele van de artiesten hier heb gehoord. Verwachtingen heb je dan niet en context feitelijk evenmin.
Met die genoemde eenheid zit het wel snor. Er mogen dan genoeg ruststukken ingelast worden, de mix rust toch vooral op een festijn van percussieve ritmes en dendert vaker dan niet aan minstens 160 beats per minuut voorbij. Die nu ondertussen klassieke hyperactieve Britse ritmesculpturen van allerlei soorten gebroken beats - van hiphop en hardcore over jungle, drum & bass, dubstep, footwork tot onmogelijk complexe Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse, Oosterse en Aziatische ritmes - razen dan wel constant door als een ware wervelwind, ze vormen toch eerder een substructuur waar over en door hij heel erg subtiel en met veel gevoel voor muzikaliteit klassieke instrumentatie, ambient, field recordings (in dit geval de klassieke wildlife opnamen van Chris Watson) en zweverige wereldvocalen heen weeft.
Het primaat van de percussie en het relatieve gebrek aan bas - in die zin dat de mix er voor een keer niet in verzuipt - houdt ondanks de vaak onmenselijke snelheden het hele geluidsmozaïek ragfijn en welafgelijnd. Ik durf hier de vergelijking met andere meesters van de subtiliteit als Actress en Shackleton op tafel te leggen - in mijn wereld een groot compliment. Hier is lang over nagedacht en aan gewerkt en het resultaat mag er zijn.
Erg mooi ook is dat de scharnieras waarrond hij zijn hele constructie heeft opgezet zowaar het prachtige 'Only Loved by Night' van The Raincoats is. Opeens is het daar verrassend uit het niets als centraal ijkpunt dat je de oren doet spitsen en alles in perspectief zet. En daarmee meteen ook maar de postpunkwortels van het Britse dansgebeuren in de verf zet. Het maakt dat je de verdere aanstormende slagwerktsunami's weer even met frisse moed aankan.
Uiteindelijk blijken de hele tachtig minuten voorbij te vliegen en hoewel je na zo een niet aflatende aaneenschakeling van flipperkastritmes wel even blij bent met rust en ademruimte laat deze Dj-Kicks je voldaan achter. Met het bijkomende verlangen dat je dit wel eens op een goed geluidssysteem zou willen ervaren.
Of dit een absolute klassieker is, durf ik na drie beluisteringen nog niet te zeggen maar indrukwekkend en vooral vaak ontzettend mooi is dit wel.
