zondag 29 oktober 2023

Notes on K-pop 1: How I stopped worrying and learned to love Blackpink

22 september 2023. Beetje vervelende vrijdagavond. Nog nooit een noot k-pop (ga het bij de kleine letter  houden, typt sneller) gehoord. Waarom niet eens samplen waar de hype om te doen is? Je bent een muzikale veelvraat en je hebt daar nog nooit echt iets van gezien noch gehoord terwijl een vierde deel van de meest nabije platenzaak erdoor ingenomen wordt. Je beseft ook dat je nu al een 10 tot 15 jaar geen enkele nieuwe westerse poptrend hebt gevolgd, laat staan interessant bevonden. 

Nu beseft zelfs iemand die niet op sociale media zit dat het dan op youtube (kleine letter maar weer) te doen is. Ok, net als iedereen heb ik ooit BTS wel eens gehoord. Omdat ik niet zo'n hater (waarover later meer) ben, zal ik het erbij houden dat dat mijn ding niet is. K-pop in het zoekvak en een paar uur later is het zover: Alice has tumbled down the rabbit hole. Uiteindelijk gestopt met kijken en luisteren (want je kan geen k-pop consumeren - het woord is, zo zal blijken, goed gekozen - zonder tegelijk de music video (de M/V) te kijken (vaker dan niet ondertiteld om de niet Koreaanse fan een ruwe - nu ja, ruwe, waarover later ook weer meer - vertaling te bieden van waar de teksten over gaan)) omdat de batterij van de smartphone naar nul begon te dalen (mijn telefoon is mijn pc, een ding dat ik niet bezit). 

Resultaat na een avond van 4-5 uur kijken en luisteren: een overprikkelde kop, beetje wazig voor de ogen, een lichaam dat zowel intern als extern lijkt te gloeien, oren die tuiten, endorfines die maar niet willen uitwerken en, het allerbelangrijkste, ik ga er ook meteen voor uitkomen: een totale verslaving aan de girl group Blackpink. Heroïne is niet zo verslavend. Ben ik zeker van.

Dat wat men sinds corona een bubbel noemt echt wel een realiteit is besef je wanneer je plots beelden ziet van Coachella 2023. Blackpink treedt daar niet zomaar op. Nee, Blackpink is de headliner. Je ziet een enorme arena - ik schat 100K mensen - met als enige verlichting... ROZE. Na een tijdje de spanning erin gehouden te hebben met een herhaald gefluisterd 'Blaaaaaack Piiiiiink' barst het los. Bombastische intro, veel rook, vuurwerk, een wall of sound van meisjesgekrijs en daar komen ze dan het fluoroze tempelvoorplecht uitgelanceerd. Vier meiden, uitgedost in, jawel, ROZE. Later uiteraard ook in het ZWART. De muziek is TO-TAAL overweldigend: een mix van zowat alles wat je maar kan bedenken dat in clubland en het meer gesofisticeerde hitparadevoer de laatste dertig jaar is voorbijgekomen: house, techno, electro, dubstep, crunk, trap, Baltimore en Jersey Club, trance, R&B, hiphop, wat Amerikanen EDM noemen zeg maar, allemaal nog eens aangelengd met oosterse motieven uit - uiteraard - Koreaanse, Arabische en Indische (ik mis er minstens nog een paar) muziektradities. De production values klinken haast wetenschappelijk afgewerkt en zeggen dat het uit de luidsprekers spat is een schier belachelijk understatement: het explodeert in je oren en er is geen vrije ruimte meer in je hoofd. De vier dames dansen (synchroon en in lijn, dat spreekt), rappen en zingen - dat wil zeggen een mix van playback en soundmix - anderhalf uur aan een stuk, met een interludium waarin ze hun soloprojecten (die ik 5 weken geleden nog als matig interessant kon beleven) aan de wereld mogen openbaren. Een juggernaut noemen ze dat in het Engels. Op het einde zitten ze ook nog sexy op een rij stoelen de reeds gloeiende hoofden op hol te jagen. Vreemd genoeg komt het woord sex zelfs niet in je op.

De meiden - laten we maar meteen met de deur in huis vallen, want ik ga de namen nog vaak genoeg moeten uitschrijven: Jisoo, Jennie, Lisa en Rosé - zijn allemaal ontzettend mooi, werkelijk flinterdun, gedragen zich zonder fout ontzettend cute en hebben een onuitwisbare smile op hun gezicht. Ze lijken ook van echt iedereen te houden. Dat wordt zelfs nadrukkelijk in de verf gezet tijdens wat ik later zal vernemen de ment wordt genoemd. Het hele muzikale circus wordt dan stilgelegd en de dames - ondertussen zijn ze toch allemaal de 25 voorbij - nemen de microfoon om ons te vertellen hoeveel ze wel niet van ons houden, dat ze zonder hun fans hier niet zouden staan, dat ze trots zijn om op Coachella te mogen headlinen, dat ze het allemaal niet kunnen geloven en zo verder en zo voort. Er wordt ongegeneerd gegriend.

Tot zover een korte impressie van een fenomeen waar ik tot 35 dagen geleden geen enkel, maar dan ook geen enkel idee van had: Blackpink is een van de grootste groepen ter wereld. Hun wereldtournee heeft ondertussen meer opgebracht dan die van de Spice Girls. Na Psy's Gangnam Style, dat er 11 jaar over gedaan heeft om aan 4,9 miljard views te komen, werden hun video's van DDU-DU DDU-DU en Kill This Love op respectievelijk vijf en vier jaar tijd 2,1 miljard en 1.9 miljard keer bekeken (BTS, die al sinds 2010 bezig zijn en een household name zijn staan er net achter). Elk van de vier meiden is zoals men dat in Parijs noemt égérie van een bekend modehuis of juweelontwerper, Lisa is zelfs de muze van Hedi Slimane van Celine (scheelt meteen dat ze zich niet moeten uithongeren om zich in een maatje 34 te wurmen). Ze waren te gast om hun dansje en oppervlakkig feelgood praatje te doen op zowat elke Amerikaanse Late Show, terwijl het Engels van Jisoo en in mindere mate dat van Lisa praktisch onbestaande is. Ze verkopen stadions uit van Thailand en Indonesië tot de UK, Australië en Japan. Blackpink zijn met andere woorden wereldberoemd, terwijl het overgrote deel van hun muziek toch in het Koreaans gesteld is. Ik had nog nooit van hen gehoord.

Het punt van heel deze uiteenzetting is dat ik niet enkel moet constateren dat Blackpink een wereldwijd fenomeen is. Ik vind het ook gewoon ontzettend goede muziek. En ik meen te mogen zeggen dat ik dat niet zo snel zeg. Maar het gaat natuurlijk verder, veel verder, dan dat. Ik ben fan, punt uit. En fandom betekent een emotionele investering in het onderwerp van dat fandom. Je wordt dus Blink, wat de naam is voor een fan van Blackpink. Ik kijk de reality serie Blackpink House en de vlogs van de members (Blackpink gaat boogschieten, Blackpink gaat op vakantie in Thailand, Blackpink gaat naar de zoo, Blackpink gaat naar de kerstmarkt van Keulen, Jisoo gaat de Kleine Zeemeermin bekijken in Kopenhagen). Ik heb het grootste deel van de Nextflix film Light Up the Sky gezien. Ik mis geen enkele roddel (Lisa heeft iets met Frédéric Arnault, zoon van Bernard van LVHM! Jisoo is uit elkaar met haar vriendje, een bekend Koreaans acteur!! Jennie zat naast Usher op die receptie of modeshow!!! Het is niet waar, het is niet waar!) of signalement (Rosé was in Parijs en New York! Lisa was in Thailand en Ho Chi Minh City! Jennie komt aan op Incheon airport!). Ik heb een Instagram account aangemaakt om mijn favoriete idols te volgen. Als er iemand me vraagt om aan een Blackpink poll mee te doen (Which Blackpink member is the cutest? Who has the best hairstyle? Which member looks best in black? Who is your bias in Blackpink?) dan wordt er geliket en geklikt. Ik heb een t-shirt van Pink Venom. Ik schaf me die ontzettend onhandige boxen aan die wel een cd bevatten (dinosaurus die ik ben wil ik die muziek ook wel eens af en toe door betere luidsprekers dan iPhone speakers horen), maar die toch voornamelijk om de fotoshoots lijken te draaien. Uiteraard kijk ik de m/v's talloze keren na elkaar om samen met mijn medeBlinks ervoor te zorgen dat Blackpink zijn zoveelste Guinness record haalt en er zijn dagen dat ik ga slapen en opsta met tekstflarden of zelfs heelder refreinen van Blackpink nummers die uit het niets opeens in mijn hoofd beginnen af te spelen. Ik heb ondertussen al 500 of meer pins van Blackpink op mijn Pinterest staan. Ik heb een lijn in het zand kunnen trekken toen ik bijna een poster ging kopen. Ging zelfs voor mij te ver. 

Maar voorgaande opsomming, het nieuwe normaal zeg maar, is voor mezelf elke dag opnieuw een verbazing. Ik luister effectief 90% van de tijd enkel nog k-pop. Iets anders dan elektronische dat wil zeggen synthetische muziek kan ik niet meer aan. Ik overloop zelfs elke week de nieuwe nummers in de Koreaanse hitparades. Ik zal er ook meteen bijvertellen dat het meeste redelijk generisch voer betreft en vaker dan niet is het suikergehalte zo hoog dat je er een beetje misselijk van wordt. Maar dat lijkt me blijkbaar niet tegen te houden om tussen vijf en acht uur schermtijd per dag te spenderen aan k-pop, waarvan 75% aan Blackpink. En eerlijk? Blackpink heeft 15 goede nummers op zeven jaar uitgebracht en dan hebben de meiden elk nog een handvol goede solonummers. Dat zijn 20 nummers, give or take. En dan moet je weten dat Blackpink misschien zelfs al is opgehouden te bestaan. Want hun 7-jarig contract met YG Entertainment is verlopen en geen enkele member heeft al verlengd. Binnen enkele weken (nee, binnen exact 17 dagen) zou het kunnen dat tranen over heel de wereld rijkelijk vloeien. Rituele zelfmoorden behoren tot de mogelijkheden.

Met deze notes on k-pop ga ik de komende tijd proberen te begrijpen hoe zoiets is kunnen gebeuren met iemand die volgend jaar 50 wordt. Hoe werkt dat proces waardoor k-pop zulk een obsessie, zeg gerust verslaving kan worden? Want als hyperzelfbewuste persoonlijkheid denk ik elke dag opnieuw hoe het in godsnaam mogelijk is dat dit mij kan overkomen. Uiteindelijk is dit toch muziek voor en door jonge tot zeer jonge mensen, die de totaalervaring van luisteren, kijken, liken, following, supporten en wat weet ik nog gewoon zijn omdat ze ermee zijn opgegroeid. In mijn vrije tijd luister ik normaal gezien naar complexe jazz, death metal, doom, obscure new wave en industrial, Braziliaanse en Japanse muziek, moderne compositie en alles wat weird en out is. Vaak zeer serieuze muziek dus. Ik ben geboren in 1974 en zelfs toen ik in de jaren negentig jong was, was het internet verre van de alomtegenwoordigheid die het nu is. Uiteraard kan je tot op zekere hoogte niet aan het online gebeuren ontsnappen, maar als iemand die het analoge tijdperk nog heeft beleefd, kan ik nog de keuze maken om het internet even on hold te zetten en terug naar de realiteit te grijpen, om het in Gibsoniaanse termen uit te drukken: to fall back in the flesh.  

Ik zal ermee volstaan dat ik daar momenteel nog amper toe in staat ben. Stray Kids, aespa en Le Sserafim volg ik ook. En gezien ik een laatkomer ben, zijn er ondertussen honderden groepen - het zijn voor het overgrote deel groepen, geen soloprojecten - om je in te verdiepen en ik kan me dus voorstellen dat deze obsessie (voor mij een obsessie, voor vele anderen blijkbaar de normale manier om met k-pop om te gaan) nog wel flink wat toekomst in zich heeft. Maar ik moet dit gewoon nu uitschrijven zonder filter.

Het leek me verder ook wel leuk om, net zoals dat in k-pop het geval is, om in de taal te schrijven die me op dat moment het meest gepast lijkt. Ik zal dus regelmatig overschakelen tussen Nederlands en Engels, met whenever the fancy takes me een stukje Frans, Duits en Latijn ertussen. Gewoon omdat dat de talen zijn waarin ik in mijn hoofd mijn gedachten orden. 

De hele waarheid is dat ik er zelfs al aan heb gedacht om minstens de rudimenten van Koreaans te leren. En was ik 18 jaar, dan lag mijn vliegtuigticket naar Seoul nu klaar (kan nog altijd, laten we eerlijk zijn). K-pop zit momenteel in mijn bloed en dreigt zich aan mijn DNA te gaan hechten. Het is waarlijk everything everywhere all at once en er is geen ontsnappen aan. Dat is overdreven natuurlijk, maar ik heb er voluit voor gekozen om voor de totale onderdompeling te gaan. Laat de wereld maar branden. K-pop = Life. Of zoiets, dat ik, ondanks het overduidelijk irrationele aspect ervan rationeel wil proberen te duiden. De vraag die ik me constant stel: is hetzelfde mogelijk om zelf nog bewust die omschakeling tussen ratio en het irrationele te maken. 

Ik vind dit alles (muziek die alle andere gewoon op non-actief zet, fandom, de consumptie van iets wat als het totale betekeningloze niets omschreven kan worden, girl en boy groups, constant hyped up zijn), zulk een vreemde gewaarwording dat ik na vele jaren nog eens voor het scherm plaatsneem om dit te documenteren, zij het alleen al voor mezelf. En omdat het best mogelijk is dat Blackpink binnen enkele weken ophoudt te bestaan, ga ik in sneltempo de woorden laten vloeien.

Zonder enige gêne zeg ik dan ook: BLACKPINK IS THE REVOLUTION!

zondag 25 december 2022

2022

Anteloper - Pink Dolphins
Dopplereffekt - Neurotelepathy
Gammelsaeter & Marhaug - Higgs Boson
Lucrecia Dalt - ¡Ay!
Midori Takada - Cutting Branches for a Temporary Shelter
Shomyo of Koya-san & Midori Takada - You Who are Leaving to Nirvana
Sun Ra and his Arkestra - Prophet
T.P. Orchestre Poly-rythmo - Afro-funk
The Comet is Coming - Hyper-Dimensional Expansion Beam
The Lord & Petra Haden - Devotional
VA - Ghost Riders
Wovenhand - Silver Sash
Yasuaki Shimizu - Kiren

Re

After Dinner - Paradise of Replica
Aroma di Amore - Zwarte Doos
Coil - Music to Play in thew Dark²
Coil - The Ape of Naples
Darkthrone - A Blaze in the Northern Sky
David Toop - Pink Spirit, Noir World
Dopplereffekt - Calabi Yau Space
Fred Anderson & Hamid Drake - From the River to the Ocean
Hiromasa Suzuki - Rock Joint Biwa
Hiromasa Suzuki - Rock Joint Cither
Interior - Interior
Kano - New York Cake
Masashi Komatsubara / Hideki Matsutake / Konae Imato - Edo
Masayuki Takayanagi and New Directions - Independence - Tread on Sure Ground
Robert Turman - Flux
Soisong - Soisong EP
The Threshold Houseboys Choir - Form Grows Rampant
VA - Japanese Jazz Spectacle
VA - Wamono Groove

donderdag 30 december 2021

2021

0. Van Der Graaf Generator - The Charisma Years

1. Richard Dawson & Circle - Henki

2. Seefeel - Rupt + Flex 94-96

3. Madlib - Sound Ancestors 

4. Faust - 1971-1974

5. William Parker - Mayan Space Station 

6. The Bug - Fire

7. Matt Sweeney & Bonnie ‘Prince’ Billy - Superwolves

8. Michael Mantler - Coda - Orchestral Suites 

9. Hasaan Ibn Ali - Retrospect in Retirement of Delay: The Solo Recordings

10. Low - Hey What

zondag 25 april 2021

Het Grote Technoarchief

Nu ik nauwelijks nog tot helemaal geen techno en house meer consumeer, ontstond enige tijd geleden - is er een beter moment dan een lockdown om een balans op te maken? - de drang om eens een lijstje te maken van wat er, sinds de beginjaren van pakweg 1986 tot ongeveer 2010, het punt waarop ik denk dat gestopt ben met op regelmatige basis technoplaten aan te schaffen (house sta ik me heel af en toe nog toe om in huis te halen), is blijven hangen van die muziek. 

Het is namelijk zo dat ik me niet kan voorstellen ooit nog te staan springen op stevige technobeats, maar dat ik er best nog veel naar luister. Uit de lijst komt naar voor dat ik nooit erg heb geloofd in techno en house als albumfenomeen. Techno en house zijn de marktplaats bij uitstek van vinyl 12-inches en de artiesten die er in geslaagd zijn om een albumcarrière uit te bouwen zijn eerder schaars gebleken. Enkelingen zijn erin geslaagd, maar meestal bleef het toch bij een onvergetelijk meesterwerk en dan het grote niets. Ik ben geboren in 1974, dus lijkt het me normaal dat een groot aantal artiesten voor mij hun beste werk hebben gemaakt in de periode 1986 tot 1994, dat laatste het wonderjaar van de techno. Het is ook voornamelijk een top-of-my-head lijstje: gewoon eens kijken wie er na 35 jaar in geslaagd is om een blijvende indruk na te laten en nog regelmatig aan rotatie toekomt.

Naar gewoonte graaft het diep ondergronds, dus alles wat ook maar commercieel succes smaakt of ruikt werd resoluut geweerd. Het eerste housenummer dat ik ooit heb gehoord was "Mystery of Love" van Fingers Inc., hetgeen ik op een zondagmorgen in 1985 via mijn toenmalige stiefbroer op een cassettecompilatie te horen kreeg. Hetgeen enkel passend kan genoemd worden, want Larry Heard is zowat het nulpunt van alles wat later techno en house geworden zijn. Het is een cliché van heb ik je daar, maar sinds dat moment was niets nog hetzelfde. 

Of ik er ooit in ga slagen om over elk van de 32 een uitgebreid documentair of kritisch stuk uit te tikken, is nog maar de vraag, maar dat is in elk geval het plan. We zullen zien.

Hieronder zijn ze in onbepaalde volgorde, met de absolute nummers een en twee wel helemaal bovenaan. Als ik ooit naar een onbewoond eiland verbannen wordt, neem ik in elk geval mee wat ik in de kast heb staan van onderstaande kleppers. Geen enkele vrouw haalde de lijst, maar zwarten zijn in de meerderheid, zoals het moet. En de uitzondering niet te na gesproken is bijna iedereen afkomstig uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk of Duitsland. Meer dan een derde komt uit een bepaalde zelfde stad in Michigan. En dat is ook zoals het moet. Te velen om op te noemen die ik evenzeer aanbid hebben de lijst niet gehaald, niet omdat ze het niet verdienen, maar omdat 32 een mooi getal is en rechtvaardigheid en persoonlijke smaak tot nader order niks met elkaar te maken hebben. 

  1. Underground Resistance
  2. Jeff Mills
  3. Carl Craig
  4. Juan Atkins
  5. Black Dog
  6. K Alexi
  7. Luke Slater
  8. Dan Curtin
  9. Basic Channel
  10. Larry Heard
  11. Derrick May
  12. Mathew Jonson
  13. Global Communications
  14. Drexciya
  15. Aphex Twin
  16. Autechre
  17. Kevin Saunderson
  18. Joey Beltram
  19. Regis
  20. Surgeon
  21. Robert Hood
  22. Glenn Underground
  23. Moodymann
  24. Theo Parrish
  25. Richie Hawtin
  26. Daniel Bell
  27. Alden Tyrell
  28. Blake Baxter
  29. Shakir
  30. Wolfgang Voigt
  31. Spencer Kinsey
  32. Lil Louis
  33. Ricardo Villalobos

vrijdag 11 november 2016


Well I stepped into an avalanche,
it covered up my soul;
when I am not this hunchback that you see,
I sleep beneath the golden hill.
You who wish to conquer pain,
you must learn, learn to serve me well.
You strike my side by accident
as you go down for your gold.
The cripple here that you clothe and feed
is neither starved nor cold;
he does not ask for your company,
not at the centre, the centre of the world.

When I am on a pedestal,
you did not raise me there.
Your laws do not compel me
to kneel grotesque and bare.
I myself am the pedestal
for this ugly hump at which you stare.

You who wish to conquer pain,
you must learn what makes me kind;
the crumbs of love that you offer me,
they're the crumbs I've left behind.
Your pain is no credential here,
it's just the shadow, shadow of my wound.

I have begun to long for you,
I who have no greed;
I have begun to ask for you,
I who have no need.
You say you've gone away from me,
but I can feel you when you breathe.

Do not dress in those rags for me,
I know you are not poor;
you don't love me quite so fiercely now
when you know that you are not sure,
it is your turn, beloved,
it is your flesh that I wear.

donderdag 10 november 2016

Het is nu niet zo dat ik sta te juichen dat The Donald de volgende president van de Verenigde Staten gaat worden. Daarvoor zijn de ratio, sinds mensenheugnis geldende beleefdheidsnormen en een modicum aan goede smaak me iets te dierbaar. Evenmin ga ik nu zitten grienen, zoals de weldenkende linkse jongens en meisjes die nu voorspelbaar een snel naderende apocalyps verzekeren. Amerika is nu eenmaal Amerika en wie verbaasd is over wat er daar nu heeft plaatsgegrepen heeft weinig kaas van Amerikanen gegeten. Dat onnadenkendheid heden ten dage vaker zegeviert dan gezond verstand was allang duidelijk voordat er zelfs nog maar sprake was van 's mans kandidatuur.

Het vreemdste echter vind ik nog dat er, onmiddellijk nadat de eerstedagstorm, is gaan liggen, nu opiniërende lui opstaan die ons komen vertellen dat de man een revolutie gaat veroorzaken. Omdat hij zogezegd tegen de globalisering en het establishment zou zijn.

Tegen de globalisering kan je iets hebben, maar ik vrees dat je er weinig aan gaat veranderen. Mensen met een flink stel hersens menen nu opeens uit zijn incoherente praatjes op te moeten maken dat hij een mercantilist is. Dat betekent nog niet dat de wereldeconomie niet verderdraait als de zelfverklaarde Leader of the Free World morgen besluit om niemand het land meer in te laten en waanzinnige importtarieven op te leggen. De wereld bestaat, voor zover ik het weet, niet uit Amerika alleen. Misschien is het wel net dat idee dat eindelijk eens de wereld uit moet.

Dat, ten slotte, een wilde kapitalist uit New York, die uit een rijke broek komt geschud, vleesgeworden establishment is, lijkt me een open deur intrappen. Wie het tegendeel beweert raad ik een dringende afspraak met woordenboek en encyclopedie aan.

Net zoals bij die vriendelijk lachende Reagan, zou het me niettemin amper verbazen dat iemand die maar een richting kan op denken meer gedaan gaat krijgen dan de huidige generatie politici, die de laatste decennia steeds weer het vervelende, compromitterende midden hebben opgezocht en nu in zulke mate geen kant meer uit kunnen dat alleen de rauwe schreeuw van Trump hen nog uit hun eeuwige dagdroom dreigt te halen.

vrijdag 28 oktober 2016

Leuk heen-en weertje met The Spectator over de nieuwe film van Adam Curtis, dat zoals zo vaak meer over de recensent zegt dan over de film of regisseur.

"Plus, his political insights — on the rare occasions he deigns not to conceal them behind layers and layers of ambiguity — turn out to be pretty trite and tiresome. His illustration of Brexit: reaction shots of people staring aghast in the horror movie Carrie. Yes, that’s just what Brexit was like, Adam. Like a prom queen being doused with buckets of pigs’ blood. Clever, probing, insightful you!"

Nu snap ik natuurlijk dat de jongens van The Spectator dit wel haast moeten schrijven, maar dit is het absolute nulpunt van argumentatieniveau. Ik ben er bijvoorbeeld van overtuigd dat minstens de helft van de Britten wel degelijk met zulke "staring aghast" gezichten zijn teruggekomen van dat referendum. En"being doused with buckets of pigs’ blood" kan ook Curtis' punt niet zijn. Bovendien, Curtis zou geen beroep mogen doen op aspecten van paranoïa en samenzweringstheorie voor zijn film, terwijl het Brexitkamp niets dan dat heeft gebruikt in het echte leven? Even serieus blijven, toeschouwertjes.

Heeft de recensent ook niet net daarvoor opgemerkt dat "Curtis segues to the rather more ambitious notion that pretty much everything we know is a lie: our politicians make everything up, so to escape their lies we’ve retreated into our solipsistic safe spaces on the internet, where we entertain ourselves watching cats dressed in shark outfits spinning round the kitchen floor on Roomba robot vacuum cleaners."? 

Is die Carrie-vergelijking dan echt zo dom? Want heeft het Britse kiespubliek door zijn keuze dan niet de ene leugen (de verderfelijke, op het einde van de campagne bijna satanische EU - hetgeen te veel eer is) verruild voor de andere (de stoute jongens en komieken Farage en Boris)? Trekt dat kiespubliek zich dan nu niet terug in zijn materiële, aardse versie van "our solipsistic safe spaces on the internet", namelijk: op een eiland? Dat je vindt dat er geen antwoorden meer zijn, kan ik nog begrijpen. Maar de vraag zelfs niet stellen is een definitie van domheid.

Ik heb buiten de trailer van Hypernormalisation nog nooit iets van Curtis gezien en werd al duizelig van al die beelden- en ideeënstroom na drie minuten. Maar als ze met dat soort populistische argumenten contra komen aanzetten, word ik alleen maar nieuwsgierig.

zondag 23 oktober 2016

Het enige wat het CETA-akkoord ons heeft wijsgemaakt (buiten het feit dat er van democratie in ons politieke bestel geen sprake meer is - hetgeen eender welk persoon met enig gezond verstand al langer duidelijk was) is dat bedrijven nu hetzelfde soort rechtspersoonlijkheid gaan krijgen als natiestaten. Wie nu stilaan nog niet begrepen heeft dat multinationals langzaam maar zeker de staat hebben verdrongen als voornaamste uitreikers van de macht zal het wel nooit begrijpen. Waarmee de winst de overhand heeft behaald op het collectieve belang. Lang geleden werden voor zulke feiten wel eens revoluties opgestart. Nu slaapwandelt men gewoon verder in de collectieve mediahallucinatie.

maandag 17 oktober 2016

Ik heb niet opgezocht wie die Andrew Sullivan is, maar ik zou willen dat iedereen verplicht een afdruk van zijn stuk leest. Ja, het is een beetje een dreinerig mea maxima culpa dat hier weerklinkt en, ja, ook wat hypocriet (je verwacht een vertaling in de Groene Amsterdammer van volgende week), en, ja, het zal weinig zoden aan de dijk zetten, maar er zit tenminste een begin van waarheid in.

Als een van de weinige personen in mijn eigen omgeving die smartphone noch iPad bezit, Facebookpagina noch Twitteraccount heeft, die ongeveer tien jaar geleden zijn TV toestel heeft afgekoppeld en minstens een uur elke dag een echt boek leest - ik heb zelfs geen camera in huis, omdat afbeeldingen van de werkelijkheid me op een of andere vreemde manier altijd minder waarachtig hebben geleken dan mijn eigen herinneringen en indrukken - herken ik veel van wat hier wordt aangeklaagd.

Ik moet mezelf letterlijk elke dag meer en meer tegenhouden om mensen op straat, in de tram, op de trein, in de bus, aan tafel en in de sofa die verdomde apparaten uit hun vergroeide klauwen te rukken, of zelfs te meppen. Ik mag dan geen radicale luddiet zijn - dit is tenslotte ook een blogpost - en ook ik ontvang af en toe wel eens graag een mail, maar het mag toch ondertussen wel heel erg duidelijk zijn dat hoe alomtegenwoordiger technologie wordt, hoe minder menselijk het er op deze planeet aan toe gaat. In het klooster gaan mediteren mag dan overdreven lijken, maar het lijkt me echt geen slecht idee om dat voor iedereen eens eventjes een verplichting te maken.

Ik was laatst op bezoek bij mijn moeder om mijn twee nichtjes nog eens te zien en ik moest constateren dat ze alledrie tegelijk op hun eigen iPad gefixeerd waren (uiteraard staat ook de TV nog eens op). Nog erger wordt het als je dat aan derden vertelt: je ziet de schuldige blikken van betrapte stoute kinderen op hun gelaatsuitdrukkingen verschijnen. Je mag tegenwoordig blijkbaar al heel blij zijn als het nog om een echte gelaatsuitdrukking gaat. Als het zo verder gaat zal het overgrote deel van de mensen op deze planeet nooit meer worden dan dat: stoute kinderen.

God is dood en dit hebben we in de plaats gekregen?

donderdag 22 september 2016

De totale transparantie die men heden ten dage predikt, is niet zozeer verkeerd omdat het zogezegd tot een Orwelliaans of Huxleyaans (of nog, een Foucauldiaans) panopticon zou leiden. Belangrijker is dat totale transparantie strontvervelend is. Wie niets te verbergen heeft, is gewoon een oninteressant mens. Ik zal zelfs meer zeggen: hij of zij is geen Mens. Niet toevallig dan dat zij die vandaag de dag totale openheid en transparantie aan de man willen brengen dat enkel doen om de totale leegte van hun wezen te verhullen.

zondag 21 augustus 2016

"There are no genres, only talents."

- Jean-François Revel

vrijdag 24 juni 2016

Politiek gejuich vanaf de Zijlijn. Eindelijk kiezen de Engelsen ervoor om te blijven waar ze thuis horen: op hun eiland. Het volk heeft nooit bij Europa gehoord en feitelijk waren ze enkel in de Europese Unie om hun neoreactionaire - eerder nog dan neoliberale - programma erdoor te duwen. Laten we hopen dat daar nu alvast een einde aan komt - hoewel we daar absoluut niet zeker van moeten zijn. Uiteindelijk heb ik te doen met hen, want waar hebben ze nu eigenlijk voor gestemd? Ik denk dat ze het zelf niet weten. Je vermoedt ook dat folkloristische schertsfiguren als Boris Johnson eerder pro-Brexit zijn om te laten zien wat voor stoute jongens ze wel zijn en dan vervolgens leider van hun partij te worden, en dat ze, nu de afscheiding een feit is, niet goed gaan weten waar ze naartoe moeten. Het meest heb ik nog te doen - hoewel niemand medelijden verdient, wegens niet constructief - met de gewone pro-Brexit Brit (die voornamelijk gepensioneerd en laagopgeleid is, het kiesvee aller landen van populisten), die zeer waarschijnlijk niet het minste idee heeft wat de voordelen zijn van eender welke unie. Het zijn voornamelijk zij die nu de zure, en waarschijnlijk zelfs oneetbare, vruchten van de wil van immorele rijkaards en upperclass imperiumnostalgici gaan mogen plukken. De echte les van dit debacle is dan nog maar eens dat het zelden loont om de slecht geïnformeerde en puur op emoties fungerende volkswil ter wille te zijn en dat je de zwijgende onderbuik beter laat doen wat hij zou moeten doen: zwijgen. Ik hoop dat de andere Europese politici er iets uit leren. Hoewel ik voorlopig vermoed dat er nog veel ergere dingen gaan moeten gebeuren alvorens de gehele politieke klasse uit de droom ontwaakt.

woensdag 22 juni 2016

Wat je bijna nooit leest in een boekbespreking is hoe de recensent het boek gelezen heeft. Komt waarschijnlijk omdat lezen (behalve misschien voor poëzierecensenten) voor zo iemand een job is, waar boeken toch vooral in een context geplaatst moeten worden. Het valt mij in elk geval op dat ik pakweg de laatste drie boeken van DeLillo bijna proevend gelezen heb (of lees, zoals Zero K momenteel). Toen ik het boek kort na uitgave kocht heb ik zes of zeven hoofdstuken na elkaar gelezen en toen werd me duidelijk dat ik dit boek langzaam (misschien zelfs steeds langzamer) zou moeten gaan lezen. Elk hoofdstuk afbakenen en laten doordringen wat er gezegd, geschreven is (er is wel degelijk een verschil tussen wat een boek zegt en wat het schrijft). Tijdens het lezen nauwkeurig en intuïtief proberen te speuren waarom bepaalde woorden en zinnen een eenheid vormen en andere een verschillende. Waarom staat iets hier en een ander daar. Welke woorden en letters gebruikt de schrijvende. Welke zijn genoeg, welke teveel. DeLillo is voor mij de enige fictieschrijver bij wie dit nog kan (bij Beckett en Blanchot kon dat ook), tegelijk lezen over iets en lezen met iets, de taal zelf.

zaterdag 18 juni 2016

Brexit, burn-outs, NATO-oefeningen, vluchtelingen, shoot-outs, NMBS-stakingen: allemaal goed en wel. Ondertussen staat, zonder dat je er iets van hebt opgemerkt, Rick Astley opnieuw op nummer 1 in Engeland.

zaterdag 23 april 2016

Na de dood van Prince durft The Independent het aan om een artikel te laten verschijnen met de titel "Why so many celebrities are dying in 2016".

Lezen ga ik dat niet, maar enige educated guesses zijn hier wel aan de orde. Een geval van post-religieuze gematria? Het voorbijtrekken van de recent gehypothetiseerde Tiende Planeet? Zijn de in de vorige post vernoemde oeroude Egyptische laserstralen eindelijk in handen gekomen van de programmeurs bij Apple? Of komt men als men alle geboorte- en sterfdata van de recent gestorvenen bij elkaar optelt aan een oplossing van een vergelijking die de zin van The Life of Pablo aan ons, louter stervelingen, openbaart?

Het einde van alle denken is nu echt wel zeer dichtbij.

zondag 27 maart 2016

Zonder enige twijfel de beste op Wikipedia tot nu toe:

"The Conimbricenses were Jesuits who took over the intellectual leadership of the Roman Catholic world from the Dominicans at the end of the 16th century with Ancient Egyptian laser beams."

zondag 24 januari 2016

zondag 17 januari 2016

Ik ben het hier vol-ledig eens mee. Lang geleden is dat.

zondag 3 januari 2016

Een nieuwe B


Na (in die volgorde) Ballard, Burroughs, Bataille, Blanchot, Beckett en Bernhard is het nu tijd om Benjamin aan mijn persoonlijk pantheon van Dragers van Waarheid toe te voegen. Momenteel ben ik bijna aan het einde van A Critical Life, de intellectuele biografie van Eiland en Jennings en vanaf de eerste bladzijden weet je dat je met een uitzonderlijke intellegentie te maken hebt. Ik ben er nu al zeker van dat 2016 grotendeels in het teken zal staan van de lectuur van zijn werken. Het heeft er zelfs al toe geleid dat ik al meer dan de helft van zijn Ursprung des deutschen Trauerspiels nu achter de kiezen heb, een moeilijk en ondoorgrondelijk werk, waarvan ik bij eerste lezing niet durf zeggen dat ik het begrijp.

(Een ironisch mooi maar ook wreed detail is dat dat werk deels was geïnspireerd door Carl Schmitts soevereiniteitsleer en dat Benjamin het hem bij verschijnen heeft laten opsturen. Uiteraard kon de verstokte antisemiet die Schmitt, zeker toen toch, was, het niet over zijn hart krijgen om hem een bericht terug te sturen. Bij Schmitts overlijden werd - haast natuurlijk, zou ik durven zeggen - een volledig geannoteerde Ursprung in zijn persoonlijke bibliotheek teruggevonden.)

Het belangrijkste is, zoals steeds wanneer je een denker en schrijver van dat onvergelijkbare kaliber ontmoet, dat je nieuwe manieren van zien, horen en begrijpen aangeleerd krijgt, terwijl tegelijk vermoedens die al heel lang ondergronds in je cerebellum sluimerden door 's mans pregnante en nauwkeurige omschrijvingen nu naar de oppervlakte van je denken worden gestuwd. Het moet er uiteindelijk toe leiden dat ik een nu al veel te lang uitgestelde taak ga moeten volbrengen, namelijk het onder de knie krijgen van de Duitse taal. Een titanenopgave, maar een die zich elke dag op mijn reis door de literatuur meer en meer opdringt. Franse en Engelse vertalingen zijn allemaal wel goed en wel, maar een confrontatie met iemands denken in het originele kader is een wereld van verschil.

De grootste aantrekkingskracht van Benjamin is wellicht voor mij dat de man in echt alles geïnteresseerd was. Vreemd genoeg - of juist niet - heeft dat er toe geleid dat hij ondanks vriendschappen met Scholem, Adorno en Brecht tijdens zijn leven nauwelijks begrepen werd en ergo zijn literair bestaan grotendeels in de marge heeft moeten doorbrengen, net omdat hij altijd mordicus (en ook dat kon hij onderbouwen) weigerde om zich in een hokje te laten duwen en zijn interesses te bundelen in een specialisatie. Hij was de man die altijd tussen twee stoelen viel en in tegenstelling met de rigide denkstructuren van zijn tijd- en lotgenoten de paradoxen net opzocht, in plaats van deze als onoverkomelijk te beschouwen. Tijdens en na de Nazimachtsgreep leefde hij dan ook van niet meer dan aalmoezen van gulle gevers en tijdelijke opdrachten waar hij zelf nauwelijks achter stond. Zijn grote productie is daar misschien wel een rechtstreeks gevolg van. Het tekent hem bovendien dat de kwaliteit van de stukken die hij puur om te overleven moest schrijven bijna elke hedendaagse criticus in de schaduw stellen.

Het laatste stuk van de biografie, die Benjamins langzame wegzinken in depressie en andere aan de ziel knagende ziektes beschrijft (waarvan honger en dorst vaak niet de minste waren) is van zo'n grote treurnis dat ik soms nog amper de moed had om door te lezen, vooral ook omdat je weet dat alles eindigt in een anonieme hotelkamer met het nemen van zijn eigen leven. Het zegt ook veel over zijn zogenaamde medestanders van de latere Frankfurter Schule (Adorno, Horkheimer), die zich daarna voor toch minstens een deel op zijn denkbeelden hebben gebaseerd, dat ze zijn immigratie naar Amerika zo lang mogelijk hebben uitgesteld omdat ze zijn intellectuele rivaliteit in hun onstabiele positie van émigrés daar niet konden hebben. Het zat Adorno overigens ook niet lekker dat zijn echtgenote Gretel een van de hardnekkigste correspondenten en steunpilaren van Benjamin was. Horkheimer maakte dan weer deel uit van de fractie op de universiteit van Frankfurt die Benjamins Ursprung afwees als doctoraat en heeft dat tijdens Benjamins leven laf nooit durven vertellen. De kleinheid van mensen uit zich vooral tegenover de waarlijk groten. Het heeft mijn intuïtieve antipathie tegenover de Frankfurter Schule, die ik op zijn minst gedeeltelijk verantwoordelijk houd voor de linkse uitwassen die nog tot op vandaag doorgaan (zie ook Habermas' vete met Sloterdijk) er zeker niet minder op gemaakt.

Omdat zulke openbaringen nooit op zichzelf staan wil het toeval dat ik gisteren ook het doctoraat van Lieven de Cauter, De Dwerg in de Schaakautomaat - Benjamins Verborgen Leer voor een tamelijk zacht prijsje op de kop heb kunnen tikken. Waarna ik een straat verder op Benjamins eigen Lumière pour Enfants stootte, een transcriptie van zijn radio-uitzendingen voor kinderen (Jostein Gaarder mag zich diep schamen tegenover Sophie als je die stukken leest). Het is gelukkig niet altijd kommer en kwel.

Niettemin stemt het toch zeer droevig dat het bijna vijfenzeventig jaar na Benjamins dood nog altijd niet mogelijk is om dat soort wijdvertakkende stukken, die culturele kritiek, filosofie en theologie in elkaar vlechten, aan pers en academia te slijten. Ik zou zelfs durven stellen dat met de huidige steile neergang van de cultuur en de immer voortschrijdende verarming van het ervaringsleven - die overigens al in de jaren dertig van de vorige eeuw door Benjamin werden voorvoeld - zulke methodes en schrijftranten in de nabije toekomst nog verder terrein gaan verliezen.

zondag 27 december 2015

2015 in Muziek

Hoewel ik zoals altijd in 2015 veel uitstekende muziek heb mogen aanhoren (gewoon omdat ik nu eenmaal ontzettend veel muziek luister), ben ik er voor het eerst niet in geslaagd om tien platen te nomineren die ik dit jaar de moeite waard vond. Veel ietwat interessante en vaag behaaglijke, maar niet uitzonderlijke platen: zo heb ik er heel veel gehoord. Het waren meestal juiste deze die het bij de meeste critici - of wat daar nog voor doorgaat - tot plaat van het jaar hebben geschopt. Ik vond ze overhypet, overschat en - een gewone gang van zaken in 2015 en vorige jaren - in het spotlicht gekatapulteert om de verkeerde redenen. Jlin's Dark Energy, zowat overal luid tot plaat van het jaar uitgeroepen, slaagde erin om footwork en juke van alle passie en sex te ontdoen. Visionists Safe, waarvan ik op basis van 's mans twee voorgaande ep's veel had verwacht bleek een herhalingsoefening. Hetgeen ook geldt voor Basinski's The Deluge. Zelfs de samenwerking van Fennesz en King Midas Sound kon amper op tegen het monumentale meesterwerk dat Kevin Martin vorig jaar op zijn conto schreef. De nieuwe Sunn 0)))? Wederom getapt uit hetzelfde vaatje. Het ergste nog was oude held Kode9, die met Nothing een gewoonweg vervelende plaat afleverde. Voor zoiets bestaan geen excuses. De nieuwe Carter Tutti Void was ook al een teleurstelling, met een ontzettend lelijk geluid erbovenop. Prurients Frozen Niagara Falls was bombastisch en extreem, maar ook weinig meer dan dat. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. 2015 was vooral het jaar van de teleurstelling en ontmoediging.

Het is dan wellicht geen toeval dat een groot deel van de muziek die ik dit jaar heb gekoesterd bestond uit oud werk. De overdonderende hoeveelheid Soundcloudtracks die Richard D. James dit jaar gratis aan de wereld prijsgaf was een goudmijn aan inventie en originaliteit en ik vond het meeste van dat archiefmateriaal vele malen beter dan Syro en de twee nakomers waar hij dit jaar mee op de proppen kwam. Bovendien belooft deze schat nog vele jaren luisterplezier.

De selectie die Trevor Jackson met Science Fiction Dance Hall maakte uit onvermoed spannend en onterecht halfvergeten On-U Sound-materiaal heeft dit jaar denk ik het meeste uit de luidsprekers geknald. Adrian Sherwood was en is een pionier en een held. Ook mooi was dat meer dan twintig jaar later, en na het overlijden van John Balance en Peter Christoperson, nu eindelijk de bedoelde mix van Backwards van Coil, ooit geprojecteerd als opvolger van Love's Secret Domain, het licht heeft mogen zien.

Als ik het dan heb over de platen die daadwerkelijk op 2015 gedateerd kunnen worden is zeker de gezongen terugkeer van Jim O'Rourke het evenement van het jaar. Simple Songs is een zeldzame parel van een plaat: rijk gearrangeerd, puntgaaf afgemixt en met scherpe teksten waarin de man zichzelf niet spaart. Wat wil een mens feitelijk meer? Een voldragen meesterwerk zoals je ze nog zelden tegenkomt.

Van de nieuwe lichting jonge rockhonden heb ik alleen het chaotische maar verschroeiende Holding Hands with Jamie van Girl Band onthouden. Ware jeugdige Sturm und Drang met gitaarnoise en monotoon-cynische zang die het beste van Sonic Youth en The Fall in herinnering brengt. Gewoon lekker rammen en roepen met het volume op elf.

Qua electronica was de oogst toch wel zeer teleurstellend dit jaar. Daarvan heb ik de stompende en ultra-opwindende studiosessie van EEK - Islam Chipsy et consortes - onthouden. Na enkele niet minder explosieve live opnames herinnert Kahraba je eraan dat Egypte en Cairo naast brutale dictaturen en fundamentalisme ook fantastische muziek kan voortbrengen die moeiteloos aansluit op courante vernieuwingen zonder de eigen wortels te verloochenen. Electro Chaabi heerst! Ook origineel was The Swedish Congo Record van Peder Mannerfelt, die besloot om The Belgian Congo Records Of The Denis-Roosevelt Expedition over te doen met post-2000 technologie en daarbij niet in de val van de hyperrealiteit trapte.

Mijn elektronische plaat van het jaar is echter het bevreemdende, beklemmende, ronduit verbluffende Communion van Rabit, een plaat die klinkt als de muziek die weerklinkt op de verlaten planeet die de soldaten van Aliens gaan verkennen. Wellicht de soundtrack die gered wordt van een nog pingende harde schijf als buitenaardsen ooit op bezoek komen op een volledig van menselijke wezens gezuiverde planeet Aarde. Een van de weinige platen die klinkt als zijn tijdperk, waarin de technologie de ziel van de soort die haar heeft voortgebracht langzaam maar zeker aan het kannibaliseren is.

Ten laatste waren er drie platen die nauwelijks boven de stilte uitstijgen, maar misschien net daarom zoveel indruk vermochten te maken. Akira Rabelais laat op zijn versie van Harold Budds The Little Glass weer eens horen wat voor een volslagen uniek en gevoelig artiest hij wel is. Philip Jecks Cardinal is pure ambientmagie die oscilleert tussen gloeiende extase en onderhuidse horror. En AMM'ers John Tilbury & Keith Rowe twijfelen op Enough Still Not To Know drie cd's lang tussen stilte, muziek en louter gebaar, zoals het pure poëzie betaamt.