Of deze jonge kerel het nu allemaal zelf heeft bedacht - hetgeen mooi zou zijn - of het gewoon van een blaadje afleest, maakt in feite niet uit. Er bestaat zoiets als de Waarheid. Dat zijn de meesten blijkbaar al lang vergeten. Blijkbaar moet je eerst niks hebben om de Waarheid durven uit te spreken. En vergeet niet: Wie bang is, krijgt ook slaag.
maandag 8 juli 2013
Of deze jonge kerel het nu allemaal zelf heeft bedacht - hetgeen mooi zou zijn - of het gewoon van een blaadje afleest, maakt in feite niet uit. Er bestaat zoiets als de Waarheid. Dat zijn de meesten blijkbaar al lang vergeten. Blijkbaar moet je eerst niks hebben om de Waarheid durven uit te spreken. En vergeet niet: Wie bang is, krijgt ook slaag.
zaterdag 6 juli 2013
zaterdag 29 juni 2013
Een bericht uit het verleden. Vandaag Bel Canto's White-out Conditions op vinyl gekocht en daar zat een, ondertussen uiteraard bijna vergeeld, opgevouwen krantenartikel in uit Het Volk (bestaat die krant nog? kan je je voorstellen dat mensen nog stukken krant in hun vinylhoezen steken? en dat die daad een teken van passie is?), gedateerd 2 maart 1988, met een interview met zangeres Anneli Drecker (ja mensen, er waren goeie zangeressen in Scandinavië tussen Abba en Lykke Li). Staat daar: "Geir is computerprogammeur van zijn vak (wat een vreemd Nederlands, hoewel waarschijnlijk geheel correct) en heeft een tijd synthesizers geprogrammeerd voor diverse Noorse bands."
Vreemd toch hoe reputaties op amper 25 jaar (vroeger een korte tijdspanne, nu een eeuwigheid) volledig om kunnen slaan. En hoe vijfentwintig jaren tijd een een geheel ander universum creëren. The past is a foreign country, indeed.
Vreemd toch hoe reputaties op amper 25 jaar (vroeger een korte tijdspanne, nu een eeuwigheid) volledig om kunnen slaan. En hoe vijfentwintig jaren tijd een een geheel ander universum creëren. The past is a foreign country, indeed.
maandag 24 juni 2013
Provocatief artikel over de Dood van de Roman, dat er natuurlijk - haast onvermijdelijk zelfs - spectaculair naast zit. Omdat de dood van de roman - net als de dood van house, de dood van de film, de dood van vinyl en de dood van rock n' roll - gewoon nooit zal plaats grijpen. Omdat er sowieso genoeg - ik zou zelfs zeggen te veel - romans geschreven zijn, genoeg om een heel leven te lezen en nog geen duizendste van alle 'te lezen' romans gelezen te hebben. En dan tel ik de her-lezingen nog niet mee (The Names heb ik al zes of zeven keer achter de kiezen, The Cold Six Thousand minstens drie keer, Neuromancer ook een vijftal keer).
Bovendien focust de auteur nogal hard op het nieuwste van het nieuwste en als postmodernen weten we ondertussen dat het nieuwste van het nieuwste de neiging heeft om snel stokoud te worden.
Dat gezegd zijnde is het redelijk lang geleden dat ik een vuistdikke roman van een nieuwe romanschrijver heb opengeslagen die ook maar aan de hielen van Cervantes, Stendhal, Dostojevski, Melville, Céline, Pynchon en andere klassiekers kan likken. Danielewski's House of Leaves was waarschijnlijk de laatste (hoewel je daar na schrappen van alle bladspiegelgimmicks niet meer dan een middeldik boek over houdt) die me totaal in de ban kon houden (Bolaño's 2666 is nog te vers om te weten of hij sporen gaat nalaten). Zelfs het geroemde Cloud Atlas vermocht dat uiteindelijk niet. Ook daar blijft het bij de betere poging. Hetgeen lang niet slecht is. Dat betekent allerminst dat de roman dood is, want grote boeken zijn onsterfelijk (we lezen Homerus na bijna 3000 jaar nog) en zelfs als ze op sterven dood zouden zijn, is er maar weinig nodig om ze uit de doden te doen oprijzen.
De dood van iets verkondigen kan tegenwoordig alleen maar provocatie en een oproep en/of uitnodiging tot discussie zijn. Daar kunnen stimulerende ideeën uit voortkomen, maar je zal vaker dan niet zien dat ook die nieuwigheden of progressies geleidelijk vervellen tot klassieke grondslagen.
Stel jezelf ook eens de vraag: Kan het nog minimaler dan Beckett, complexer dan Finnegan's Wake, moeilijker dan William Gaddis, gelaagder dan Pynchon? Is dat überhaupt nodig om jezelf te bewijzen? Begin al eens met gewoon een goed boek te schrijven. Dat is blijkbaar al moelijk genoeg.
Bovendien focust de auteur nogal hard op het nieuwste van het nieuwste en als postmodernen weten we ondertussen dat het nieuwste van het nieuwste de neiging heeft om snel stokoud te worden.
Dat gezegd zijnde is het redelijk lang geleden dat ik een vuistdikke roman van een nieuwe romanschrijver heb opengeslagen die ook maar aan de hielen van Cervantes, Stendhal, Dostojevski, Melville, Céline, Pynchon en andere klassiekers kan likken. Danielewski's House of Leaves was waarschijnlijk de laatste (hoewel je daar na schrappen van alle bladspiegelgimmicks niet meer dan een middeldik boek over houdt) die me totaal in de ban kon houden (Bolaño's 2666 is nog te vers om te weten of hij sporen gaat nalaten). Zelfs het geroemde Cloud Atlas vermocht dat uiteindelijk niet. Ook daar blijft het bij de betere poging. Hetgeen lang niet slecht is. Dat betekent allerminst dat de roman dood is, want grote boeken zijn onsterfelijk (we lezen Homerus na bijna 3000 jaar nog) en zelfs als ze op sterven dood zouden zijn, is er maar weinig nodig om ze uit de doden te doen oprijzen.
De dood van iets verkondigen kan tegenwoordig alleen maar provocatie en een oproep en/of uitnodiging tot discussie zijn. Daar kunnen stimulerende ideeën uit voortkomen, maar je zal vaker dan niet zien dat ook die nieuwigheden of progressies geleidelijk vervellen tot klassieke grondslagen.
Stel jezelf ook eens de vraag: Kan het nog minimaler dan Beckett, complexer dan Finnegan's Wake, moeilijker dan William Gaddis, gelaagder dan Pynchon? Is dat überhaupt nodig om jezelf te bewijzen? Begin al eens met gewoon een goed boek te schrijven. Dat is blijkbaar al moelijk genoeg.
zondag 23 juni 2013
Een zéér lang artikel van Perry Anderson over de regeringsperiode van Lula en Roussef in Brazilië. Maar voor mij is het een voorbeeld (in de morele betekenis van het woord) van hoe je er, tegen alle tegenstand en tegenslagen in, in slaagt om op zijn minst probeert om een maatschappij rechtvaardiger te maken, ook al moet je daarvoor een beetje geluk hebben en regelmatig je handen even vuil maken als die van de corrupte tegenstander. Links, niet naïef, maar ook niet plat op de buik voor de dictaten van het grote geld. Dat het nog bestaat is alleen al een wonder. Moge het een inspiratie zijn voor onze linkse politici. Maar ik vrees dat in Europa links pas opnieuw stemmen gaat winnen wanneer bijna iedereen tot de bedelstaf is veroordeeld. We zijn te verwend en te angstig om iets van onze enorme rijkdom op te geven.
Je merkt het verschil ook: Roussef beloofde gisteren verandering aan de betogers (of ze dat kan en gaat waarmaken is een andere zaak, maar zelfs de belofte van verandering is voor het overgrote deel van de altijd angstige - want altijd enkel en alleen aan de volgende verkiezingen denkende - politici al een stap te ver), terwijl Erdogan en de Chinese leiders (over een echte smeerlap als Poetin heb ik het dan nog niet eens, the man is beyond contempt) voor dictatoriale repressie kiezen. Dat noemden ze vroeger een staatsman (we zullen hopelijk in de toekomst aan het woord 'staatsvrouw' gewoon mogen worden), het soort persoon dat we in onze contreien node missen. Het soort politicus dat ongegeneerd ideologisch durft te denken, maar flexibel genoeg is om naar de omstandigheden te handelen en zich op de middenklasse en proletariërs richt in plaats van enkel de belangen van de bezittende klasse voorop te stellen.
Bovendien is Perry Anderson (zijn boek over Jameson en het postmodernisme is een aanrader), een zeldzaam voorbeeld van een Brit die zijn filosofische inspiratie uit de continentale traditie put, altijd goed. Jameson, maar dan zonder het moeilijke gedoe.
Je merkt het verschil ook: Roussef beloofde gisteren verandering aan de betogers (of ze dat kan en gaat waarmaken is een andere zaak, maar zelfs de belofte van verandering is voor het overgrote deel van de altijd angstige - want altijd enkel en alleen aan de volgende verkiezingen denkende - politici al een stap te ver), terwijl Erdogan en de Chinese leiders (over een echte smeerlap als Poetin heb ik het dan nog niet eens, the man is beyond contempt) voor dictatoriale repressie kiezen. Dat noemden ze vroeger een staatsman (we zullen hopelijk in de toekomst aan het woord 'staatsvrouw' gewoon mogen worden), het soort persoon dat we in onze contreien node missen. Het soort politicus dat ongegeneerd ideologisch durft te denken, maar flexibel genoeg is om naar de omstandigheden te handelen en zich op de middenklasse en proletariërs richt in plaats van enkel de belangen van de bezittende klasse voorop te stellen.
Bovendien is Perry Anderson (zijn boek over Jameson en het postmodernisme is een aanrader), een zeldzaam voorbeeld van een Brit die zijn filosofische inspiratie uit de continentale traditie put, altijd goed. Jameson, maar dan zonder het moeilijke gedoe.
zaterdag 22 juni 2013
Het is woedetijd. Mooi zo! Laat ik mezelf nog maar eens gaan? Meneer (ik blijf beleefd, nietwaar?) Jan De Nul, eigenaar van de grootste baggeraar van België (zowel zijn naam als de soortnaam van zijn beroep zijn in dit geval goed gekozen) bestond het gisteren, als de zoveelste bedrijfseigenaar, om bij een prijsuitreiking (voor wat feitelijk? omdat hij zo veel geld verdient?) de werklozen op hun plichten te wijzen. Zij willen immers niet werken, worden teveel gepamperd met allerlei steunbijdragen van de overheid en het systeem leidt er zelfs toe dat het voordeliger is om niet te werken. Enfin, alle neo-fascistische (laat dat neo-liberale masker maar vallen, meneer de bedrijfsleider) clichés die een bijdetijdse ondernemer maar kan bedenken.
Laten we even op een rijtje zetten.
Meneer De Nul ziet er uiteraard geen graten in om te gaan baggeren in de oh zo democratisch ingestelde Emiraten, alwaar veilig aan land, ver weg van zijn blinkende, state of the art baggerschepen, talloze rechteloze Oost-Aziaten genadeloos worden uitgebuit. Natuurlijk zou meneer de dikke Nul liever hebben dat ook wij hier in Europa allemaal zo een arbeidscontract in de strot geduwd krijgen. Is wel zo makkelijk voor hem. Werken tot we erbij neervallen en dan hup-hup terug naar de stinkende slums waar je vandaan komt. Wie mag blijven omdat hij nog niet is kromgewerkt gaat, tussen zijn onmenselijk aantal werkuren door, maar even uitpuffen in een container in de woestijn. Lekker fris, lekker anders!
Kan er mij ook eens iemand uitleggen waarom tegenwoordig in Vlaanderen, Land waar alleen middenstanders en eigenaars van KMO's echt schijnen te werken, in de ogen van bedrijfsleiders het enkel zij zijn die rechten hebben? Wat geeft iemand die investeert meer rechten dan degenen die voor die investeerder werken? Daarop zou ik nu eindelijk het antwoord wel eens willen horen? Het zal dan waarschijnlijk oorverdovend stil blijven. Ik dacht altijd dat investeren een risico was. Nee, het is een daad die blijkbaar recht geeft op een verzekerde return. Daarvoor moet uiteraard alles wijken.
Kan er mij ook eens iemand uitleggen waar meneer De Nul het vandaan haalt dat het enkel de bedrijfsleiders zijn die betalen voor sociale uitkeringen? Zo ver ik weet, sta ik, nauwelijks een grootverdiener te noemen, nog steeds rond de dertig procent van mijn loon af, dat de overheid vervolgens, in plaats van eens een echt beleid te voeren op het gebied van werkverstrekking, doordat ze zich elke keer weer in de hoek laat dringen door de dictaten van geld en winstmaximalisatie, in de bodemloze putten van schuldafbetaling en het subsidiëren van megalomane projecten van rijke patsers gooit. Die laatsten zijn natuurlijk tot hun rijkdom gekomen louter en alleen door hun harde werken, door niet elke avond op restaurant te gaan, door niet met die vulgaire patsersbak rond te rijden, door niet via allerlei fiscale spitstechnologie ervoor te zorgen zo weinig mogelijk van hun zuurverdiende centen aan de overheid (en dus de gemeenschap) te moeten afstaan.
Zou het gewoon niet beter meneer De Lul zijn?
Laten we even op een rijtje zetten.
Meneer De Nul ziet er uiteraard geen graten in om te gaan baggeren in de oh zo democratisch ingestelde Emiraten, alwaar veilig aan land, ver weg van zijn blinkende, state of the art baggerschepen, talloze rechteloze Oost-Aziaten genadeloos worden uitgebuit. Natuurlijk zou meneer de dikke Nul liever hebben dat ook wij hier in Europa allemaal zo een arbeidscontract in de strot geduwd krijgen. Is wel zo makkelijk voor hem. Werken tot we erbij neervallen en dan hup-hup terug naar de stinkende slums waar je vandaan komt. Wie mag blijven omdat hij nog niet is kromgewerkt gaat, tussen zijn onmenselijk aantal werkuren door, maar even uitpuffen in een container in de woestijn. Lekker fris, lekker anders!
Kan er mij ook eens iemand uitleggen waarom tegenwoordig in Vlaanderen, Land waar alleen middenstanders en eigenaars van KMO's echt schijnen te werken, in de ogen van bedrijfsleiders het enkel zij zijn die rechten hebben? Wat geeft iemand die investeert meer rechten dan degenen die voor die investeerder werken? Daarop zou ik nu eindelijk het antwoord wel eens willen horen? Het zal dan waarschijnlijk oorverdovend stil blijven. Ik dacht altijd dat investeren een risico was. Nee, het is een daad die blijkbaar recht geeft op een verzekerde return. Daarvoor moet uiteraard alles wijken.
Kan er mij ook eens iemand uitleggen waar meneer De Nul het vandaan haalt dat het enkel de bedrijfsleiders zijn die betalen voor sociale uitkeringen? Zo ver ik weet, sta ik, nauwelijks een grootverdiener te noemen, nog steeds rond de dertig procent van mijn loon af, dat de overheid vervolgens, in plaats van eens een echt beleid te voeren op het gebied van werkverstrekking, doordat ze zich elke keer weer in de hoek laat dringen door de dictaten van geld en winstmaximalisatie, in de bodemloze putten van schuldafbetaling en het subsidiëren van megalomane projecten van rijke patsers gooit. Die laatsten zijn natuurlijk tot hun rijkdom gekomen louter en alleen door hun harde werken, door niet elke avond op restaurant te gaan, door niet met die vulgaire patsersbak rond te rijden, door niet via allerlei fiscale spitstechnologie ervoor te zorgen zo weinig mogelijk van hun zuurverdiende centen aan de overheid (en dus de gemeenschap) te moeten afstaan.
Zou het gewoon niet beter meneer De Lul zijn?
vrijdag 21 juni 2013
Ik beken: ik ben absoluut geen sportfanaat, noch in performatieve zin, noch als het op fandom aankomt. Niemand zal mij doen ontkennen dat een wereldgoal, een geniaal geplaatst tennispunt of een bovenmenselijke atletiekprestatie mooi om te zien zijn. Maar het vaak bijna fascistische fanatisme van de supporters, het walgelijke geldgewin en de nu bijna overal doorgedrongen doorgestoken-kaart-cultuur hebben me de laatste jaren volledig van de sport doen afkeren.
Daarom ben ik blij dat een blijkbaar nogal groot deel van het Braziliaanse volk (dat nauwelijks ervan verdacht kan worden niet sportgek te zijn) eindelijk eens de puntjes op de i zet en blijft protesteren tegen de onverantwoorde sommen die tegen het wereldkampioenschap voetbal in eigen land aangesmeten worden. Hoe we in tijden van algemene crisis (die - nog zoiets dat niet schijnt door te dringen - een systeemcrisis is) nog kunnen verantwoorden dat er ontelbare miljarden geïnvesteerd worden om 22 man achter een balletje te zien aanhollen is voor mij althans volstrekt onbegrijpelijk, zeker als het in een land als Brazilië gebeurt, waar ondanks alle jubelberichten nog steeds het overgrote deel van de bevolking in bittere armoede leeft.
Het zal misschien wel toeval zijn, maar je kan toch niet ontkennen dat de drie landen die in de Europese Unie nu echt serieus in de stront zitten veel te veel in sport investeren of geïnvesteerd hebben. Griekenland heeft de Olympische Spelen georganiseerd en is dat, zo wordt dan jaren nadien duidelijk, financieel nooit te boven gekomen (dat er in dat geval nog andere factoren meespelen weet ik ook wel, maar het aandeel daarvan is niet onsignificant). In Spanje en Italië blijven de meeste voetbalsupporters het blijkbaar normaal vinden dat hun topclubs jaarlijks miljarden uitgeven aan jongens die buiten het feit dat ze een wereldgoal kunnen maken mentaal nauwelijks de kleuterklas ontgroeid zijn, terwijl hun economie ijlings de dieperik blijft ingaan en steeds meer mensen geen baan hebben, laat staan een vooruitzicht daarop.
Ik mag dan een cultuurliefhebber zijn, maar zelfs ik besef dat in tijden van mondiale crisis (wie de bijna naar utopie ruikende rapporten over China, Brazilië, India, Mexico, Indonesië, Rusland en Zuid-Afrika gelooft moet in die landen maar eens een paar kilometer buiten de steden gaan kijken) prioriteiten gesteld moeten worden. Eerst werk voor iedereen (of zoveel mogelijk mensen), eerst eten op tafel, eerst iedereen een dak boven het hoofd, met indien mogelijk elektriciteit en stromend water, dan pas uitgaven voor sport, cultuur en andere liflafjes.
Ik heb het hier al vaker gesteld, maar met een dagelijkse aangroei van een nu al zeven miljard hoofden tellende wereldbevolking wordt het hoog tijd dat we allemaal eens wakker worden en beseffen dat het al tien na twaalf is. Met de materialen die we op deze planeet, die qua tolerantie (een verwijzing naar de steeds maar toenemende klimaatrampen zou niet nodig moeten zijn, maar blijkbaar is de menselijk te beperkt om de omvang van het probleem te vatten) volledig op zijn tandvlees zit, tot onze beschikking hebben is het niet prioritair dat iedereen op een plasmascherm de wereldbeker voetbal kan volgen.
Ik had een vijftien jaar geleden nooit durven denken dat ik het zou schrijven, maar op deze manier verder doen gaat ons allemaal in situaties brengen die Hiroshima en Auschwitz in de schaduw gaan stellen. Zelfs dan zal je nog zien dat enkelen Crystal Roederer zitten te drinken in hun Versace en Louboutins. Hebben we dan echt een dictatuur nodig om afstand te doen van ons vals veiligheidsgevoel en oneindige egoïsme? Je zou het gaan denken.
En dan lees je enkele dagen geleden dat het aantal miljonairs in deze wereld vorig jaar nog is toegenomen. Dan heb je toch zin om krijsend naar buiten te lopen en de ramen van de eerste de beste luxewinkel die je tegenkomt in de slaan en het interieur tot op het atoom plat te stampen?
Daarom ben ik blij dat een blijkbaar nogal groot deel van het Braziliaanse volk (dat nauwelijks ervan verdacht kan worden niet sportgek te zijn) eindelijk eens de puntjes op de i zet en blijft protesteren tegen de onverantwoorde sommen die tegen het wereldkampioenschap voetbal in eigen land aangesmeten worden. Hoe we in tijden van algemene crisis (die - nog zoiets dat niet schijnt door te dringen - een systeemcrisis is) nog kunnen verantwoorden dat er ontelbare miljarden geïnvesteerd worden om 22 man achter een balletje te zien aanhollen is voor mij althans volstrekt onbegrijpelijk, zeker als het in een land als Brazilië gebeurt, waar ondanks alle jubelberichten nog steeds het overgrote deel van de bevolking in bittere armoede leeft.
Het zal misschien wel toeval zijn, maar je kan toch niet ontkennen dat de drie landen die in de Europese Unie nu echt serieus in de stront zitten veel te veel in sport investeren of geïnvesteerd hebben. Griekenland heeft de Olympische Spelen georganiseerd en is dat, zo wordt dan jaren nadien duidelijk, financieel nooit te boven gekomen (dat er in dat geval nog andere factoren meespelen weet ik ook wel, maar het aandeel daarvan is niet onsignificant). In Spanje en Italië blijven de meeste voetbalsupporters het blijkbaar normaal vinden dat hun topclubs jaarlijks miljarden uitgeven aan jongens die buiten het feit dat ze een wereldgoal kunnen maken mentaal nauwelijks de kleuterklas ontgroeid zijn, terwijl hun economie ijlings de dieperik blijft ingaan en steeds meer mensen geen baan hebben, laat staan een vooruitzicht daarop.
Ik mag dan een cultuurliefhebber zijn, maar zelfs ik besef dat in tijden van mondiale crisis (wie de bijna naar utopie ruikende rapporten over China, Brazilië, India, Mexico, Indonesië, Rusland en Zuid-Afrika gelooft moet in die landen maar eens een paar kilometer buiten de steden gaan kijken) prioriteiten gesteld moeten worden. Eerst werk voor iedereen (of zoveel mogelijk mensen), eerst eten op tafel, eerst iedereen een dak boven het hoofd, met indien mogelijk elektriciteit en stromend water, dan pas uitgaven voor sport, cultuur en andere liflafjes.
Ik heb het hier al vaker gesteld, maar met een dagelijkse aangroei van een nu al zeven miljard hoofden tellende wereldbevolking wordt het hoog tijd dat we allemaal eens wakker worden en beseffen dat het al tien na twaalf is. Met de materialen die we op deze planeet, die qua tolerantie (een verwijzing naar de steeds maar toenemende klimaatrampen zou niet nodig moeten zijn, maar blijkbaar is de menselijk te beperkt om de omvang van het probleem te vatten) volledig op zijn tandvlees zit, tot onze beschikking hebben is het niet prioritair dat iedereen op een plasmascherm de wereldbeker voetbal kan volgen.
Ik had een vijftien jaar geleden nooit durven denken dat ik het zou schrijven, maar op deze manier verder doen gaat ons allemaal in situaties brengen die Hiroshima en Auschwitz in de schaduw gaan stellen. Zelfs dan zal je nog zien dat enkelen Crystal Roederer zitten te drinken in hun Versace en Louboutins. Hebben we dan echt een dictatuur nodig om afstand te doen van ons vals veiligheidsgevoel en oneindige egoïsme? Je zou het gaan denken.
En dan lees je enkele dagen geleden dat het aantal miljonairs in deze wereld vorig jaar nog is toegenomen. Dan heb je toch zin om krijsend naar buiten te lopen en de ramen van de eerste de beste luxewinkel die je tegenkomt in de slaan en het interieur tot op het atoom plat te stampen?
zaterdag 25 mei 2013
"Zolang iemand verdwenen is, kan hij geen speciale behandeling krijgen, hij is een open vraag, een desaparecido, hij heeft geen entiteit, hij is niet."
- Jorge Videla
Deze - uiteraard zonder enige spijt en schaamte gedebiteerde - uitspraak van de Argentijnse oud-dictator benadrukt weer eens hoezeer de gruwel van de Zuid-Amerikaanse dictaturen (die een logische voortzetting zijn van wat Hitler, Stalin en de Franse koloniale aanwezigheid in Algerije voordien al tot in de details hadden uitgewerkt - het wordt wel eens vergeten dat het concept van counterinsurgency, met de daarbij horende stopzetting van burgerrechten en daaraan gekoppelde staatsterreur, uitgevonden en verfijnd werd door Franse militairen in de conflicten in Indochina en Algerije) tot op een schier metafysisch niveau doorwerkte (en doorwerkt, want Guantanamo is van het zelfde kaliber).
De persoon die in verzekerde/onzekere bewaring/bewaking wordt genomen door militairen en geheime diensten bestaat gewoon niet meer, hij is niet. Wie schamper doet over ontologie en identiteitsfilosofie moet zich maar eens proberen voor te stellen dat hij als persoon gewoon uit de realiteit wordt gekaapt en overgeleverd aan de willekeur van sadisten die zich op wetten en machten beroepen zonder daarvoor enige democratische verantwoording te moeten afleggen. In die uitzonderingstoestand (zie onder het citaat van Schmitt) wordt pas echt duidelijk wat het betekent om te mogen en kunnen zijn, wat voor een wereld van vrijheid er schuilgaat achter alleen die vier letters.
Nu bijna over de gehele wereld (op de gebruikelijke uitzonderingen na) de democratie - al dan niet wankel of tentatief - ingang heeft gevonden is er bijna overal wel een algemene consensus over de burgerrechten van personen die tot een natie behoren, waarbij het begrip natie gereduceerd wordt tot het bezit van de nodige papieren (cfr. Michael Winterbottoms Code 46). De ontzegging van burgerrechten gaat daarom nu over op de immigranten en anderszins staatlozen. De democratie kan blijkbaar - en Agamben heeft dat heel duidelijk uiteen gezet in zijn nog steeds aanzwellende Homo Sacer-serie - alleen verder bestaan bij gratie van de uitsluiting van een ander deel dat bepaalde rechten ontzegd wordt. Die mensen, die een precair bestaan leiden in kampen en detentiecentra allerhande of als illegaal elk moment in relatieve angst leven, bestaan voor ons niet, zij zijn effectief niet, zijn uitgesloten van onze levenssfeer. Zij zijn de belichaming van onze angst voor het Buiten , voor de krachten die we zo veel mogelijk uit het zicht willen houden, opdat wij zelf van een Binnen kunnen genieten.
En daar begint de perverse paradox van de tegenwoordige post-democratische vrijheid. Want ook dat Binnen is natuurlijk een afgesloten geheel. Hetgeen impliceert dat er buiten stappen quasi onmogelijk geworden is. Tenzij als uitzetting, als punitieve maatregel: One strike and you're out.
(Waar we dus naar op zoek moeten gaan is een nu nog ongedachte vorm gemeenschap, gebaseerd op een performant niet willen van onderscheiden als binnen en buiten, insluiting en uitsluiting, met burgerrechten bekleed en rechte(n)loos, een gemeenschap dus die gedacht moet worden zonder hiërarchie. Maar dat zou zo een fundamentele culturele en mentale (en uiteindelijk ook biologische) herschikking en omslag van onze faculteiten betekenen dat dit voorlopig nog toekomstmuziek blijft - misschien zijn de mogelijkheidsvoorwaarden er ook helemaal nog niet voor voorhanden. Zaak is dat er in elk geval op korte termijn over nagedacht wordt, want het lijdt geen twijfel dat deze manier van biopolitiek voeren (jij wel, jij niet) op lange termijn de ondergang van onze soort zal betekenen.)
- Jorge Videla
Deze - uiteraard zonder enige spijt en schaamte gedebiteerde - uitspraak van de Argentijnse oud-dictator benadrukt weer eens hoezeer de gruwel van de Zuid-Amerikaanse dictaturen (die een logische voortzetting zijn van wat Hitler, Stalin en de Franse koloniale aanwezigheid in Algerije voordien al tot in de details hadden uitgewerkt - het wordt wel eens vergeten dat het concept van counterinsurgency, met de daarbij horende stopzetting van burgerrechten en daaraan gekoppelde staatsterreur, uitgevonden en verfijnd werd door Franse militairen in de conflicten in Indochina en Algerije) tot op een schier metafysisch niveau doorwerkte (en doorwerkt, want Guantanamo is van het zelfde kaliber).
De persoon die in verzekerde/onzekere bewaring/bewaking wordt genomen door militairen en geheime diensten bestaat gewoon niet meer, hij is niet. Wie schamper doet over ontologie en identiteitsfilosofie moet zich maar eens proberen voor te stellen dat hij als persoon gewoon uit de realiteit wordt gekaapt en overgeleverd aan de willekeur van sadisten die zich op wetten en machten beroepen zonder daarvoor enige democratische verantwoording te moeten afleggen. In die uitzonderingstoestand (zie onder het citaat van Schmitt) wordt pas echt duidelijk wat het betekent om te mogen en kunnen zijn, wat voor een wereld van vrijheid er schuilgaat achter alleen die vier letters.
Nu bijna over de gehele wereld (op de gebruikelijke uitzonderingen na) de democratie - al dan niet wankel of tentatief - ingang heeft gevonden is er bijna overal wel een algemene consensus over de burgerrechten van personen die tot een natie behoren, waarbij het begrip natie gereduceerd wordt tot het bezit van de nodige papieren (cfr. Michael Winterbottoms Code 46). De ontzegging van burgerrechten gaat daarom nu over op de immigranten en anderszins staatlozen. De democratie kan blijkbaar - en Agamben heeft dat heel duidelijk uiteen gezet in zijn nog steeds aanzwellende Homo Sacer-serie - alleen verder bestaan bij gratie van de uitsluiting van een ander deel dat bepaalde rechten ontzegd wordt. Die mensen, die een precair bestaan leiden in kampen en detentiecentra allerhande of als illegaal elk moment in relatieve angst leven, bestaan voor ons niet, zij zijn effectief niet, zijn uitgesloten van onze levenssfeer. Zij zijn de belichaming van onze angst voor het Buiten , voor de krachten die we zo veel mogelijk uit het zicht willen houden, opdat wij zelf van een Binnen kunnen genieten.
En daar begint de perverse paradox van de tegenwoordige post-democratische vrijheid. Want ook dat Binnen is natuurlijk een afgesloten geheel. Hetgeen impliceert dat er buiten stappen quasi onmogelijk geworden is. Tenzij als uitzetting, als punitieve maatregel: One strike and you're out.
(Waar we dus naar op zoek moeten gaan is een nu nog ongedachte vorm gemeenschap, gebaseerd op een performant niet willen van onderscheiden als binnen en buiten, insluiting en uitsluiting, met burgerrechten bekleed en rechte(n)loos, een gemeenschap dus die gedacht moet worden zonder hiërarchie. Maar dat zou zo een fundamentele culturele en mentale (en uiteindelijk ook biologische) herschikking en omslag van onze faculteiten betekenen dat dit voorlopig nog toekomstmuziek blijft - misschien zijn de mogelijkheidsvoorwaarden er ook helemaal nog niet voor voorhanden. Zaak is dat er in elk geval op korte termijn over nagedacht wordt, want het lijdt geen twijfel dat deze manier van biopolitiek voeren (jij wel, jij niet) op lange termijn de ondergang van onze soort zal betekenen.)
zaterdag 18 mei 2013
"We've all overseen the administration of further mediocrity. Don't pretend it's been otherwise."
- Lezer Mark Williams in een brief aan The Wire
Wie The Wire in huis heeft kan de nog veel pregantere kritiek op monstres sacrés Byron Coley en Mark Fisher er op nalezen, maar ik denk wat de man bedoelt - of zo versta ik het toch - is dat de ultieme erfenis van de twintigste eeuw een treurige (zelfs geen tragische), bijna zielige is. De twintigste eeuw heeft de idee van gemeenschap, laat ik het met de nodige pathos de hoop op een nieuw project voor de mensheid grondig uiteengescheurd, platgetrapt, verbrand en vervolgens de assen in een naamloos graf begraven. Dat was misschien begrijpelijk na de gruwelijke debacles van het fascisme en het communisme,Vietnam en de voortzetting en verspreiding daarvan door George W. Bush en zijn companen. Maar wat hebben we ervoor in de plaats gesteld? Nieuwe pogingen tot gemeenschap? Nieuwe horizonten? Verzet? Nauwelijks. We zijn nu allemaal consumenten, of dat nu van een nivellerende en vulgaire massacultuur à la Rhianna, Psy en Beyoncé is, of van microculturen die slechts schijnbaar verzet, want eerder terugtrekking in eigen, snel doorprikbare, zekerheden, aanbieden. Must try harder!
- Lezer Mark Williams in een brief aan The Wire
Wie The Wire in huis heeft kan de nog veel pregantere kritiek op monstres sacrés Byron Coley en Mark Fisher er op nalezen, maar ik denk wat de man bedoelt - of zo versta ik het toch - is dat de ultieme erfenis van de twintigste eeuw een treurige (zelfs geen tragische), bijna zielige is. De twintigste eeuw heeft de idee van gemeenschap, laat ik het met de nodige pathos de hoop op een nieuw project voor de mensheid grondig uiteengescheurd, platgetrapt, verbrand en vervolgens de assen in een naamloos graf begraven. Dat was misschien begrijpelijk na de gruwelijke debacles van het fascisme en het communisme,Vietnam en de voortzetting en verspreiding daarvan door George W. Bush en zijn companen. Maar wat hebben we ervoor in de plaats gesteld? Nieuwe pogingen tot gemeenschap? Nieuwe horizonten? Verzet? Nauwelijks. We zijn nu allemaal consumenten, of dat nu van een nivellerende en vulgaire massacultuur à la Rhianna, Psy en Beyoncé is, of van microculturen die slechts schijnbaar verzet, want eerder terugtrekking in eigen, snel doorprikbare, zekerheden, aanbieden. Must try harder!
donderdag 16 mei 2013
zondag 12 mei 2013
"(W)ie het niet verdraagt in de absolute ongewisheid te worden gestoten, kan maar beter zijn handen van de filosofie afhouden."
Deze parafrase van Heidegger uit Safranski's uitmuntende biografie is misschien wel de beste omschrijving die ik ooit gelezen heb van waar het hem in de filosofie, en bij uitbreiding in dit leven, om te doen is. Niets is nooit af, volledig verklaard, voor altijd zeker. Wie voor deze afgrondelijke vaststelling bevreesd is en vervolgens terugdeinst naar makkelijke zekerheden - of die nu geloof, wetenschap, samenleving, identiteit, subjectiviteit, geld, seks, politiek, bezit en wat weet ik nog heten - heeft uiteindelijk niets van dit leven begrepen. Angst is altijd angst voor het leven zelf.
Dat klinkt natuurlijk radicaal en de evidente vraag is: wat moet je met die wetenschap? Karl Jaspers schreef dan ook over Heidegger: "Van de tijdgenoten de meest prikkelende denker, gebiedend, dwingend, geheimzinnig - maar je vervolgens leeg achterlatend."
Die opmerking mag dan misschien wel hout snijden, maar is dat fataal niet hetgeen waar het hem om te doen is: de vaststelling van die leegte moedig en optimistisch tegemoet willen treden? De zin van dit leven is dat het geleefd wordt. Niets meer, maar ook niets minder. En vaker dan niet betekent dit kiezen tussen angst en verwondering. Angstig zijn betekent geleefd worden, zichzelf aan de verwondering blootstellen betekent leven, zelfs als die verwondering betrekking heeft op datgene wat je niet onmiddellijk als positief of negatief kunt duiden.
Finaal is het opschorten van een oordeel wel de moeilijkste opgave. Oordelen is klasseren, weg-zetten, veilig stellen. Geen wonder dat we in de meest betekenisvolle menselijke verbanden, de liefde en de vriendschap, wel opletten om een definitief oordeel over de ander uit te spreken.
Als je de snerende opmerking van zekerheidsmandarijn Bertrand Russell over Heideggers opvatting van het niets als iets positiefs in herinnering brengt, besef je dat Nietzsche gelijk had: "De mens zoekt niet naar het geluk. Alleen de Engelsman doet dat." Het doet denken aan de anecdote over Wittgenstein's woorden aan Russell en Moore na zijn verdediging van de Tractatus: "Don't worry, I know you'll never understand it."
Deze parafrase van Heidegger uit Safranski's uitmuntende biografie is misschien wel de beste omschrijving die ik ooit gelezen heb van waar het hem in de filosofie, en bij uitbreiding in dit leven, om te doen is. Niets is nooit af, volledig verklaard, voor altijd zeker. Wie voor deze afgrondelijke vaststelling bevreesd is en vervolgens terugdeinst naar makkelijke zekerheden - of die nu geloof, wetenschap, samenleving, identiteit, subjectiviteit, geld, seks, politiek, bezit en wat weet ik nog heten - heeft uiteindelijk niets van dit leven begrepen. Angst is altijd angst voor het leven zelf.
Dat klinkt natuurlijk radicaal en de evidente vraag is: wat moet je met die wetenschap? Karl Jaspers schreef dan ook over Heidegger: "Van de tijdgenoten de meest prikkelende denker, gebiedend, dwingend, geheimzinnig - maar je vervolgens leeg achterlatend."
Die opmerking mag dan misschien wel hout snijden, maar is dat fataal niet hetgeen waar het hem om te doen is: de vaststelling van die leegte moedig en optimistisch tegemoet willen treden? De zin van dit leven is dat het geleefd wordt. Niets meer, maar ook niets minder. En vaker dan niet betekent dit kiezen tussen angst en verwondering. Angstig zijn betekent geleefd worden, zichzelf aan de verwondering blootstellen betekent leven, zelfs als die verwondering betrekking heeft op datgene wat je niet onmiddellijk als positief of negatief kunt duiden.
Finaal is het opschorten van een oordeel wel de moeilijkste opgave. Oordelen is klasseren, weg-zetten, veilig stellen. Geen wonder dat we in de meest betekenisvolle menselijke verbanden, de liefde en de vriendschap, wel opletten om een definitief oordeel over de ander uit te spreken.
Als je de snerende opmerking van zekerheidsmandarijn Bertrand Russell over Heideggers opvatting van het niets als iets positiefs in herinnering brengt, besef je dat Nietzsche gelijk had: "De mens zoekt niet naar het geluk. Alleen de Engelsman doet dat." Het doet denken aan de anecdote over Wittgenstein's woorden aan Russell en Moore na zijn verdediging van de Tractatus: "Don't worry, I know you'll never understand it."
zaterdag 20 april 2013
Toch maar even de aandacht vestigen op het nieuwe blog van OMC (die sinds kort Muñoz heet, maar een goed verstaander heeft aan een halve naam genoeg), omdat hij daar mijns inziens relevante en belangrijke vragen over het einde van de muziekgeschiedenis aan de orde stelt. Of hij het met die korte samenvatting eens zou zijn is dan weer een andere zaak. Maar dat is voer voor discussie. (En dan doemt weer die eeuwige droom op dat de commentaarbox onderaan een geschreven stuk een plek voor ware dialectiek zou zijn in plaats van een vrijplaats voor slecht geïnformeerde uit de aars pratende haatkoppen.)
vrijdag 19 april 2013
De vraag die waarlijk grote teksten, levensbelangrijke boeken en andere betekenisvolle literatuur moet oproepen is: "Hoe kan ik mijzelf ooit nog verklaren aan iemand die deze tekst niet heeft gelezen?"
(En dan volgt haast natuurlijk de gedachtenstroom: Waarom zou je een ander object nodig hebben om jezelf te verklaren, te definiëren? Is dat echt noodzaak? Is dat hoe een menselijke identiteit werkt?)
(En dan volgt haast natuurlijk de gedachtenstroom: Waarom zou je een ander object nodig hebben om jezelf te verklaren, te definiëren? Is dat echt noodzaak? Is dat hoe een menselijke identiteit werkt?)
Dit is zonder enige twijfel mijn favoriete beeldhouwwerk. Uren heb ik ik hier al naar zitten staren in het Middelheimpark hier in Antwerpen. Ik veronderstel dat het vooral het concept van de profeet (hier even abstractie makend van de traditioneel religieuze component), als de roepende in de woestijn, de verkondiger van ongemakkelijke waarheden, de klaroen van het ethisch reveil, hij die aandringt op het veranderen van leven en denken, dat me fundamenteel aanspreekt.
Nauwelijks verwonderlijk dan dat de figuur van de profeet helemaal uit ons denkkader verdwenen is. Wie durft zich heden ten dage nog een profeet noemen? Profeet is men tegenwoordig, nogal lafjes, alleen nog achteraf, als de trein al van de sporen is gelopen. Voor de rest zijn er enkel nog Cassandra's.
Tragisch ook dat dit werk uit 1933 stamt, het jaar waarop het in Europa helemaal fout begon te lopen, een beetje zoals nu, als ik eerlijk mag zijn.
Een idee heeft men niet. Een idee ontvouwt men, bouwt men op, werkt men uit. De zich tragisch vastgezette gedachte dat een idee hebben genoeg zou zijn is de voornaamste oorzaak van de nagenoeg volledig oninteressante tijd waarin we leven, een tijd waarin elke kikker die zich hard genoeg opblaast al genoeg is voor een paar dagen obscene media-aandacht (of wat bij de meesten voor aan-dacht doorgaat) en de daaraan steeds verbonden nevenobscentiteiten, die zo mogelijk nog oninteressanter zijn dan de originele scheet in een fles. Het niets baart het niets.
Overigens, en dit terzijde (maar toch ook weer niet), mag er ook eens dringend een einde komen aan de weerzinwekkende en zelfvernederende neiging om deze en andere fenomenen op het conto van de 'media', 'de politiek' en andere abstracte entiteiten te schrijven. De samenleving dat ben jij, de politieke figuren heb jij verkozen en de media lees je, kijk je, link je, forward je, tweet je elke dag tot de bits, bytes, jpg's, mp3's en youtube-video's je porieën uitkomen.
Dus neem verantwoordelijkheid voor de keuzes die je hebt gemaakt (of niet hebt durven maken), stop met narcistisch te kankeren op onbestaande abstracties en werk aan een alternatief, ja, aan een idee dat langer dan zeven seconden kan boeien.
Maar ja, dat zou betekenen dat je de tijd neemt, dat je even stilstaat, even achterom kijkt in plaats van altijd naar voren, dat je weeral driehonderdzevenentachtigduizend vervliegende en nietige modes, hypes en leukigheidjes hebt gemist.
Fight, don't flight.
Overigens, en dit terzijde (maar toch ook weer niet), mag er ook eens dringend een einde komen aan de weerzinwekkende en zelfvernederende neiging om deze en andere fenomenen op het conto van de 'media', 'de politiek' en andere abstracte entiteiten te schrijven. De samenleving dat ben jij, de politieke figuren heb jij verkozen en de media lees je, kijk je, link je, forward je, tweet je elke dag tot de bits, bytes, jpg's, mp3's en youtube-video's je porieën uitkomen.
Dus neem verantwoordelijkheid voor de keuzes die je hebt gemaakt (of niet hebt durven maken), stop met narcistisch te kankeren op onbestaande abstracties en werk aan een alternatief, ja, aan een idee dat langer dan zeven seconden kan boeien.
Maar ja, dat zou betekenen dat je de tijd neemt, dat je even stilstaat, even achterom kijkt in plaats van altijd naar voren, dat je weeral driehonderdzevenentachtigduizend vervliegende en nietige modes, hypes en leukigheidjes hebt gemist.
Fight, don't flight.
zondag 7 april 2013
"Dat de barbaarse positie in het Europa van de twintigste eeuw zelfs door de vertegenwoordigers van de hogere cultuur een tijdlang als richtinggevend werd ervaren, tot een messianisme van de beschavingsloosheid aan toe, ja dat ze zelfs als utopie van het nieuwe begin op de tabula rasa van de ignorantie werd gekoesterd, illustreert de omvang van de beschavingscrisis die dit continent in de afgelopen honderdvijftig jaar heeft doorgemaakt - met inbegrip van de neerwaartse culturele revolutie die in onze regio de twintigste eeuw geheel beheerst en die haar schaduwen vooruitwerpt op de eenentwintigste eeuw."
- Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen.
- Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen.
zaterdag 6 april 2013
maandag 25 maart 2013
zondag 24 maart 2013
De Wilde Detectives mag dan een amusant en vlot geschreven boek zijn, in vergelijking met het indrukwekkende 2666 is het niet meer dan een vingeroefening. Ik ben er in geen tijd vierhonderd bladzijden ver in geraakt en kan het amper een half uur laten liggen. Qua opzet is het een combinatie van de zoektocht naar een Duitse schrijver die niemand ooit gezien heeft en een verslag van de moorden op arbeidersvrouwen in Cuidad Juarez (La littérature et le droit à la mort, quoi?). Maar belangrijker is de drukkende sfeer die doorheen het hele boek waait: de sfeer van het armoedige en altijd gewelddadige Mexico (dat een metafoor is voor de wreedheid van heel Zuid- en Midden-Amerika, vermoed ik), alsof een ramp zich voortdurend aankondigt, maar niet wil plaatsgrijpen, een apocalyps waar iedereen op zit te wachten, niet beseffend dat de apocalyps geen gebeurtenis, maar een doorlopend proces is. De atmosfeer ademt woestijnstof, ondraaglijke hitte, de alomtegenwoordigheid van drugs, alcohol, corruptie en uitbuiting. Ik let er wel mee op om de naam Pynchon (voor mij de beste schrijver ooit, met excuses aan Dostojevski) als referentie aan te stippen, maar dit komt wat betreft intensiteit akelig dicht in de buurt (hoewel Pynchon - ik zou zeggen: natuurlijk - duizend keer intelligenter is en honderden keren meer verbeelding heeft dan bijna alle andere schrijvers die ik heb gelezen tesamen). Een kopstoot van meer dan duizend bladzijden. Faut-le faire. Een must voor iedereen die grote literatuur genegen is.
Abonneren op:
Posts (Atom)

