Ik blijf erbij: Arnon Grunberg is de enige in het nederlandse taalgebied die iets te zeggen en schrijven heeft.
Letterlijk alles staat onder druk. Wereldwijd. Valt het allemaal nog reuze mee hier in West-Europa. Toch is het nog niet erg genoeg om te stoppen met blaten en huilen om niks.
Mijn moeder is momenteel in het ziekenhuis en als ik zeg dat ik tot nu toe op de afdeling geriatrie twee ziekenzusters of schoonmakers heb gezien die niet via immigratie, eerste of tweede generatie, in dit land zijn terechtgekomen, dan zal het veel zijn. Of het nu uit Oost-Europa of Afrika of India is. Bus- en trambestuurders: net hetzelfde. Haven van Antwerpen, toch de economische motor van Vlaanderen, waar ik zelf werkzaam ben: gemakkelijk de helft, als het al niet twee derde is, van de havenarbeiders op mijn tram en bus naar het havengebied zijn van buitenlandse afkomst. IT? Idem. En dan gaan we een potje zitten zeuren over immigratie.
Liever haat dan oplossingen. Als hun gezichten maar rood kunnen aanlopen en ze hun kelen maar schor schreeuwen kunnen. Omdat het allemaal niet meer om hen draait.
De volkswil. Laat me niet lachen.
Ik ben me momenteel door Alexandre Kojève's driedelige Essai d'une Histoire Raisonnée de la Philosophie Païenne aan het worstelen. En als ik zeg worstelen betekent dat dat ik na twee maanden nog steeds bezig ben met de inleiding van 180 bladzijden in kleine druk, hetgeen in feite een doorgedachte en volledig uitgeschreven versie van het Hegeliaanse systeem is - these - antithese - parathese - synthese. Waarom hij dat Hegeliaanse Système de Savoir nu al drie of vier keer heeft uitgelegd zal me hopelijk nog duidelijk worden.
Of Kojève 'gelijk heeft' of de filosofische waarheid spreekt doet niet ter zake. Wat me opvalt is dat we in de 21ste eeuw, en zelfs al in de late 20ste eeuw, zulk een onderneming gewoon als pure waanzin zouden beschouwen. Zelfs in tijden van techbros die elke zes maanden aankondigen het menselijke denken overstegen te hebben, is dat soort arrogantie waarlijk bewonderenswaardig te noemen.
Kojève reduceert heel de westerse filosofie tot een eenvoudige reeks: Parmenides en Heraclitus - Plato - Aristoteles - Hellenistische filosofie en Neoplatonisme - Kant - Hegel. Zes stappen. Al de rest is conceptuele variatie. En na Hegel, dat is bekend, is het gedaan, voltooid. Genoeg geweest. Het is allemaal gedacht.
Nu moet je Kojève nooit te serieus nemen. Zijn Introduction à la Lecture de Hegel leent vaak genoeg bij Marx en Heidegger (die hij naar ik aanneem beschouwt als variaties op respectievelijk Hegel en de presocratici). En het is nu niet zo dat hij gestopt is met denken na Hegel. Zijn discussies met en over Leo Strauss en Carl Schmitt zijn genoegzaam bekend. En ook over determinisme en quantumfysica heeft hij nog iets te zeggen gehad. Voor hij met Hegel zijn Damascusmoment had, heeft hij nog werk over atheïsme en Russisch mysticisme met de wereld gedeeld.
Maar te willen beweren en ook te willen verdedigen dat die zes stappen al moeilijk genoeg zijn en dat je het daar dus bij gaat houden, roept bij mij een vreemde nostalgie op, naar die 20ste eeuw waarin mensen waarlijk dachten dat ze het gezien, gevonden hadden. Waarna de Fransen het niet konden laten om de zuivere stroom te vertroebelen en alles weer zo wijds mogelijk open te gooien. En daartoe ironisch genoeg door diezelfde Kojève geïnspireerd werden.
Nu kan je met de huidige stand van zaken hem geen ongelijk geven. De liberale democratie hebben we gehad. Dat was het westerse hoogtepunt. Sinds kort is het opnieuw blood and guts en plat machtsvertoon. Politiek is niet langer voor mietjes. En dat het denken zelf al een tijdje doodziek is mag ondertussen ook wel duidelijk zijn.
Fulfilment - Moeilijk in het Nederlands te vertalen. Letterlijk vervulling, maar buiten een wens vervullen we haast niks anders. Verwezenlijking en voldoening, of bevrediging en voltooiing zijn al beter.
In elk geval veronderstelt het streven naar plénitude (nog zo'n woord dat niet volledig en eerder stuntelig vertaalt naar het Nederlands, want het impliceert ook overvloed, hetgeen een exces van vervulling is), volledigheid, afhandeling van een proces. Dus ook een terminus.
Nu, buiten in mathematische en technische zin (die feitelijk buiten de menselijke vervulling blijven), bestaat er wel zoiets als menselijke vervulling? In die zin dat enkel de dood de enige fulfilment van een menselijk bestaan is. Omdat de mens sterfelijk is moet hij sterven en dat is dus zijn vervulling (hetgeen ook meteen een verlediging is).
Je zou ook een biologische vervulling kunnen poneren. Het menselijke organisme als volgroeid waarna onmiddellijk na de vervulling de aftakeling begint. Waarbij opgemerkt kan worden dat er desondanks toch altijd delen blijven doorgroeien. Tanden groeien maar een keer, oren en nagels blijven doorgroeien of opnieuw groeien. (Is er misschien een relatie tussen biologisch groeien en de drang naar vervulling?)
Uiteraard bestaan er ontzettend veel korte termijn vervullingen (in de zin van hedonisme - bijvoorbeeld het orgasme - en consumptie - een volle maag, maar dat is dan weer biologisch), maar is die vervulling iets dat essentieel deel uitmaakt van de mens (een immer voorwaarts streven tot de dood er een einde aan maakt) of is dat socialisatie?
Las net een kort stukje uit Knausgaards The Reenchanted World essay, over het feit dat smartphones en computers niet in zijn dromen opduiken. Neem aan omdat hij net als ikzelf nog in het pre-digitale tijdperk is opgegroeid.
En inderdaad. Ik kan me met de beste wil van de wereld geen droom herinneren waarin iPhone, iPad of zelfs maar eender welk stuk technologie een rol spelen.
In mijn dromen besta ik op wegen en paden, in straten en huizen, en beweeg ik mezelf in landschappen.
De echte wereld bestaat nog. Zelfs in je dromen.
Ik las ooit Raymond Queneau's hoogst amusante Les Fous Litéraires. Daarin geeft hij een staaltje van allerlei dilettanten, amateurs en zelfverklaarde genieën uit de achttiende en negentiende eeuw die in zelf uitgegeven werkjes en pamfletten de zotst mogelijke filosofieën, religieuze profetieën en wetenschappelijke en geschiedkundige verklaringen met de mensheid wensten te delen. Schuddebuiken en schaterlachen verzekerd.
Nu, in die tijd, toen er nog veel minder mensen dan vandaag het lezen vaardig waren, laat staan een boek konden bekostigen, maakte dat allemaal niet zoveel uit. Zot zijn doet, zoals ze dat bij ons zeggen, geen zeer. En die mannen - dat waren ze over het algemeen - werden ook enkel maar in Queneau's naslagwerk opgenomen omdat ze terecht vergeten waren en hun dundrukken hoogstwaarschijnlijk nog enkel op de Parijse vlooienmarkt voor een stuiver te grabbel werden gegooid. Had Raymond er de humor niet van ingezien hadden ze nooit, zelfs niet als grap, herdrukt geweest.
Hoeveel erger is het met ons gesteld. Ik heb zelf nog de ingezondenbriefschrijvers ten overvloede mogen ervaren die in couranten en hebdomadaires allerhande hun opinies en meninkjes gelukkig niet van de daken konden schreeuwen. Zelfs tot op vandaag houdt elke krant of magazine wel een plekje opzij voor zij die 'het eens goed gaan zeggen'. Maar ook hun op papier gedrukte woedeuitbarstingen en hees geschreeuwde volksstemmen zijn nu voor het grootste gedeelte tot pulp verwerkt en vervolgens al vele malen tot tweedehands toiletpapier gerecycleerd. Nog iets lager op de intellectuele ladder is er dan nog de cafépraat, maar die ben je gelukkig vaak al vergeten is het niet na de volgende hijs dan zeker na de uitgewerkte kater die erop volgt.
Nu spendeer ik daags wel eens een uurtje op Twitter, of zoals de huidige eigenaar dat graag noemt, X. Door deze revolutionaire uitvinding kan werkelijk iedereen zijn mening de wereld in sturen en deze delen. Gezien we reeds een tijdje in het era van de massa mogen verkeren (ons is de Zaligheid!), was het natuurlijk maar een kwestie van seconden of de allerdomste, allergoorste, meest van de pot gerukte zelfverklaarde haatkoppen en minus habentes gingen hun semi-alfabetische schrijfsels, hersenveesten en gewoon ook wel withete waanzin aan humanity at large meedelen. En we weten allemaal dat domheid van alle plagen die de mensheid ooit geteisterd hebbende de meest besmettelijke is.
Nog een graad erger, want zichzelf als bijdragend aan het debat beschouwend, zijn dan uiteraard de pseudo-intellectuelen die niks vinden aan Citizen Kane of Ozu en Kurosawa ouderwetse meuk vinden, Parasite geen leuke film vinden omdat de klassenstrijd daarin afwijkt van het gedachtengoed van Lukacs en helemaal niet snappen waarom je Bob Dylan of Picasso, laat staan Shakespeare en Sophocles goed zou moeten vinden. Beyoncé, Megan Thee Stallion of de laatste K-pop sensatie zijn hun muzikale jaar nul. Met Tolstoi en Dostoevsky en Camus maken zij de kachel aan, want 'we staan nu ondertussen toch wel verder'. Wiskunde, chemie en sinds de geboorte van het universum geldende natuurwetten verklaren zij fake news. Het scheelt niet veel of ze vermelden hun IQ in de bio.
Nu ben ik zelf heel erg van de vrije meningsuiting, maar wat dit alles toch wel heel tragisch maakt is dat deze onwaarschijnlijke hoeveelheid absolute lulkoek voor eeuwig en altijd opzoekbaar blijft. Ontelbare datacentra behoeven elke dag opnieuw de energie van heelder continenten om deze laagst gemene delers van het menselijk vernuft bij te houden en indien nodig te delen en dus nogmaals te vermenigvuldigen. De eencellige drek en droesem van schrijven, spreken en denken tot in de oneindigheid opgeslagen en op verzoek consulteerbaar.
Voor het eerst smeek ik onze ster - O Zon! - om een wel gerichte elektronische puls die alle elektriciteit op de planeet even onderbreekt en al dat hopeloze gelul in een klap wegveegt. Ik heb boeken genoeg en desnoods lees ik wel een paar dagen enkel bij daglicht. Misschien ga ik zelfs de straat op om met de eerste de beste medemens een praatje te slaan. Maar, in godsnaam, verlos ons van deze onzin.
Muziekgenres en tijdelijke voorkeuren en liefhebberijen komen en gaan, dus persoonlijk had ik niet vermoed na bijna twee jaar enkel Koreaanse popmuziek te luisteren nog steeds elke dag mee op de K-pop golf te surfen. Ondanks de dagen dat de kinderachtigheden, de fan wars op social media, de idiote cancellations voor de minste gepercipieerde faux pas, de rechtszaken en de vaak toch wel heel generieke nieuwe K-pop acts je allemaal de strot uitkomen, overwint de charme steeds opnieuw, gewoon ook al omdat er letterlijk duizenden K-pop nummers zijn om naar terug te grijpen als de current state of k-pop je even te veel wordt.
Blackpink heeft na twee jaar nog eens een hit gebaard, aespa blijft knaller na knaller uitbrengen, oude held Key heeft net een absolute topper met de wereld gedeeld en BTS staat nog steeds op non-actief. En dan heb ik het nog niet over de onwaarschijnlijke Netflix hit Kpop Demon Hunters, die ondanks - of misschien dankzij - de Amerikaanse makelij zowaar dreigt uit te monden in het grootste K-pop event ooit. Net iets te generisch om mijn ding te zijn, maar alles wat K-pop naar de massa brengt is beter dan andersom. Beter kan het feitelijk amper.
De voorbije jaren is het einde of minstens het absolute dieptepunt van K-pop al talloze malen afgekondigd. Ik moet daar eens smakelijk om lachen. En dit artikel in The Guardian slaat echt wel de nagel op de kop waarom dat zo is. Niet dat de gebruikelijke lacherigheid of het regelrechte onbegrip over K-pop hier helemaal vermeden wordt. Daarvoor beschouwen westerse schrijvers en commentatoren zich toch nog altijd iets te superieur over die rare Koreanen, met hun dansjes en kinderachtige melodietjes. Onzin uiteraard. Maar voor het eerst lees ik hier toch een zeker inzicht in het verschil tussen Koreaanse en westerse popmuziek. Dat niet merkwaardig eerder positief uitvalt voor het Koreaanse kamp.
Dat oosterlingen meer gefocust zouden zijn op het collectief, behoudender, zeg maar gerust conservatiever, en beleefder zouden zijn mogen dan ondertussen uitgewoonde clichés zijn maar het is ook waarheid. Voor een K-pop artiest is popmuziek geen lachertje, maar minstens ambacht en op zijn best kunstvorm. En om tot kunst te komen moet je hard werken. Wie zoals ikzelf fan is van een K-pop groep ziet het haast wekelijks voorbijkomen uit de mond van zijn favoriete K-pop sterren: I of We will work harder.
Het is ondertussen al een even groot cliché dat deze mentaliteit deel zou uitmaken van het fameuze hyperkapitalisme dat zich sinds de jaren tachtig meester heeft gemaakt van Zuid-Korea. Maar dat is onzin. Het zit gewoon in de Koreaanse genen. Leven is bijdragen aan de gemeenschap en dus werken. En K-pop idol zijn is een job als een ander. En als je daarin de beste wil worden moet je hard-harder-hardst werken. K-pop artiesten zijn letterlijk altijd aan het werk. Geen enkel zoveelste succes kan ooit een reden om op de lauweren te gaan rusten. Men reist van optreden naar award show, van buitenlandse showcase naar een fotosessie, van tv-show naar acte de présence zonder enige onderbreking, met YouTube interviews en vlogs en ontelbare social media posts daarbovenop. Rust en slaap zijn enkel biologisch verplicht. K-pop sterren die op gezette tijd een pauze moeten inlassen wegens pure uitputting en soms daardoor zelfs in het ziekenhuis belanden, daar kijk je als fan niet meer van op. Hoort er gewoon bij.
K-pop is uiteindelijk perfectie of helemaal niks.
Maar het is toch vooral dat collectieve aspect dat K-pop zo uniek maakt. Als K-pop Idol maak je altijd deel uit van een groter geheel. Dat is om te beginnen al de platenfirma, het productieteam, de managers (elk idol heeft zijn persoonlijke begeleider), de producers en songschrijvers en - belangrijk in K-pop - de back-up dansers van de choreografie. En dan komt nog het allerbelangrijkste: het fandom. Bij elke prijsuitreiking zijn het steeds eerst de fans en bij uitbreiding het grote publiek die de dankbetuigingen krijgen. Je eigen zelf als individu in het zonnetje zetten dat doe je niet. Komt gewoon niet in je op. Je mag best trots zijn maar je beseft dat je daar trots staat te zijn dankzij anderen.
Wat een verschil met het gebruikelijke, zeg zelfs maar verplichte, egocentrisme van de gemiddelde westerse popzanger/es. Zij kunnen gerust heel hun leven adolescent blijven en indien nodig een pauze inlassen, af en toe de mist ingaan, hun verslavingen en relatieperikelen en tegenwoordig hun trauma's en mental health problems met de wereld delen. Het draait gewoon allemaal rond hen. Maar hen vragen om tegelijk synchroon te dansen en te zingen? Om vier keer per jaar nieuwe muziek uit te brengen? Om hun vetes, onhebbelijkheden en slechte karaktertrekken voor zichzelf te houden? Om zich fatsoenlijk te gedragen en de vulgariteit in te tomen? Kunnen ze niet.
Ik heb het hier al geschreven en na twee jaar bijna elke dag maximaal geproduceerde K-pop, met de talloze op elkaar afgestemde stemmen en zanglijnen en onafgebroken reeksen inventieve melodieën door mijn oren te jagen kan ik het blijmoedig bevestigen: populaire muziek kan best ook zonder schreeuwerig beperkt Engels, zonder bitches en zonder fucks.
Omdat het leven te kort is en ik nog best wel wat muziek te ontdekken en te beluisteren heb, ga ik hier kort door de bocht gaan. Na Stars of the Lids And Their Refinement of the Decline - hun laatste plaat trouwens - gekocht en beluisterd te hebben kan ik besluiten dat dit niks voor mij is. Een miskoop dus. Soms laat je je al eens meeslepen door laaiende recensies en advies van subjects supposed to know.
De muziek is mooi, intiem, melancholisch en rustgevend en bedoeld als soundtrack om ver van de bewoonde wereld, pakweg in de woestijn of de Amerikaanse wildernis, des nachts urenlang naar de sterrenhemel te zitten turen. Dromerige Americana, mocht ik vrijgevig zijn met dergelijke clichés. Ik vermoed dat velen van magie hebben en zullen durven spreken.
Maar ik mis dus iets. Een scherp randje, gevaar, ambiguïteit, verruiming, lijnen om tussen te lezen. Alsof William Basinski met een detergent kraaknet werd geschrobd. Eno met Lanois of Budd, maar zonder de uniciteit van die gecombineerde talenten. Ik voel tevens constant een onderhuids sluimerende epiek en dus bombast die zich verbergen achter de schijnbare sereniteit. Een beetje als sneeuw zien smelten. Impressionistisch ja, maar van wat? Het is als staren op een onbeweeglijke watervlakte, een spiegel die er zichzelf niet kan toe brengen te reflecteren. De esthetiek van de verveling.
Ik ga mezelf niet beloven dat ik deze plaat nooit meer ga spelen. Daarvoor is ze te moeilijk te onderscheiden van geluidsbehang, iets dat ik te zijner tijd wel kan velen als ik een tegenvallend middelmatig boek aan het lezen ben dat ik toch wil uitlezen in de hoop dat er toch een zekere mate van verlossing aan het einde gloort.
Zonder twijfel uitermate geschikt voor documentaires over natuur en kosmos. Dat dan weer wel.
Ik heb de eerste Planet Mu (Mu-ziq's Salsa with Mesquite) nog in de winkel zien liggen en evenmin vermoed je dat Mike Paradinas zelf had gedacht dat hij het tot 30 labeljaren en 470 serienummers zou schoppen. We zijn nu beiden wat een bepaalde demografie oud pleegt te noemen. Maar terwijl Aphex Twins Rephlex, eerder het absolute centrum van alles wat met IDM te maken had, er allang de brui aan gegeven heeft draait het handeltje van meneer Mu-ziq als voorheen en luister ik nog steeds naar Planet Mu. Aan het begin van de eeuw heeft hij het label een tweede leven gegeven door zwaar in te zetten op eerst dubstep en iets later op Chicago footwork (nog voor Hyperdub dat deed) en sindsdien is het platen blijven regenen in elk mogelijk elektronisch genre. Nog steeds gaat amper een maand voorbij zonder een nieuwe Planet Mu. Je kan zonder meer volhouden dat Paradinas trouw aan zichzelf blijft.
Zo is het ook met deze 25 nummers tellende verjaardagscompilatie. Naast Mu-ziq zelf staan daar ouwe getrouwen als Luke Vibert, FaltyDL, Speaker Music en Venetian Snares te pronken naast voetwerkers Jana Rush, Jlin, RP Boo en Elmoe en redelijk jonge honden als Saint Abdullah & Eomac, Rian Treanor (geboren in revolutiejaar 1988!) en James Krivchenia. Dat trouw blijven aan zichzelf mag je letterlijk nemen. Niemand hier kleurt buiten eigen lijntjes en naar goede 21ste-eeuwse gewoonte klinkt alles als een klok op Pluto die je tot op aarde hoort tikken.
Daarmee is meteen ook gezegd dat je hier zelden of zelfs nooit de revolutionaire herrie in je nek gezweept krijgt die bijvoorbeeld Mu-ziq's debuut op Rephlex zo'n verpletterende ervaring maakte. Verbazingwekkend hoe iedereen het hier netjes houdt en niemand wil opschrikken. Enkel bij de nummers van het sowieso redelijk geniale Speaker Music, IDM held Luke Vibert en footworkpionier Jana Rush verwaardigde mijn muziekorgaan zich in te spannen. Maar misschien is dat wel de bedoeling van een verzamelaar vandaag. Geen grote statements maar eerder een aansporing om de wondere wereld van Planet Mu zelf dieper te verkennen.
Dit gezegd zijnde valt het op dat anno 2025 alle elektronische muziek en zeker alles wat naar IDM ruikt een grote pot nat geworden is. Uiteindelijk is iedereen op deze plaat een afstammeling van Richard D. James en zijn maatjes uit Cornwall (geen verwijt want Mike Paradinas was een van die maatjes), met dezelfde obsessie voor primitieve electro, gebroken beats en vervreemdende sferen. Let wel: je vindt hier geen enkel slecht nummer en je kan niet kwaad zijn dat bijna 40 jaar na de acid house revolutie mensen nog steeds genoeg inspiratie vinden in deze programmeertaal. Maar we kunnen er niet onderuit dat elektronische dansmuziek ergens is gestopt met te evolueren. Net als popmuziek is het een gesofisticeerde machine geworden die elk ander genre in zich kan opnemen. Zulk een status wreekt zich altijd in de gedaante van een zekere drang naar classicisme. En klassiek is hetzelfde als veilig.
Jeff Mills verkondigde dit jaar, als ware hij de Fukuyama van de Techno, dat het onmogelijk is om muzikaal verder te evolueren dan techno. Maar ook dat mensen altijd wel techno zullen blijven maken. Wie nog wel eens een dansvloer frequenteert weet dat je al zeker 15 jaar overal dezelfde muziek hoort. Hoeft geen ramp te zijn als de muziek goed is. Maar ergens spijt het toch dat de revolutionaire energie grotendeels is opgedroogd. Zo klinkt Rian Treanors afsluitend nummer redelijk noisy en stijlspringerig. Je zou het met wat goede wil een suite durven noemen. Maar als je ooit door Caustic Window van je sokken geblazen bent of de jonge Jeff Mils in een donkere loods je knalhard door een wormgat hebt voelen duwen, besef je dat dit herkauwen is. Iedereen doet hier goed wat hij normaal gezien goed doet. En dat is goed zeker?
Als muziekfanaat en wekelijks aanschaffer van fysieke muziekdragers (dat zijn dan vinyls en cd's, heel vroeger ook nog cassettes) sinds ongeveer mijn veertiende levensjaar durft het me wel eens gebeuren dat een plaat netjes in de kast gezet wordt en pas weken, maanden of zelfs jaren nadien een eerste beluistering toevalt. Het zal niemand die dezelfde neigingen is toegedaan verbazen (de bibliofiel, wat ik ook al ben, is niet onder de indruk).
Maar wat me vandaag overkwam is echt wel historisch. In een review in The Wire werd verwezen naar 'Forkboy' van Lard, een project van Jello Biafra en Minstry. Nu herinnerde ik me dat ik twee platen van Lard misschien nog wel ergens 'had steken', zoals wij dat onder platenbroeders wel eens plegen te omschrijven.
Na opzij zetten van stukken meubilair, het aannemen van tortionaire lichaamshoudingen die mijn huidig karkas geen plezier doen en bijkomend noodzakelijk crate digging diepte ik inderdaad The Power of Lard en The Last Temptation of Reid (en toevallig ook nog de plaat van de Canadese punks Nomeansno met Biafra) uit de onbekende archieven op.
Het heeft dan ook weer een paar dagen geduurd eer ik het juiste moment had gevonden om die muziek ook nog daadwerkelijk te gaan beluisteren. Dat gebeurde dus een paar momenten geleden. Wat bleek? Dat ik deze plaat, afgemeten aan de staat van het vinyl en de herkenbaarheid van de muziek nog nooit had gehoord. Met zekerheid is dit de eerste keer dat deze muziek door de trouwens toen ook al dienst doende uit de jaren zeventig van de vorige eeuw daterende luidsprekers schalde. Het klinkt trouwens, dat zal geen donderslag zijn, als Ministry met Jello Biafra op vocalen.
Even op de achterkant van The Power of Lard zoekend bleek dat deze plaat in het gezegende jaar 1990 werd uitgebracht. Dat betekent dat ik er minstens 33 jaar over gedaan heb om deze plaat een luisterbeurt te geven. Hetgeen toch een absoluut record met zijn.
Het hoeft geen betoog dat Yu Ji-Min - doopnaam Katarina, want ze is zoals veel Koreanen katholiek: gisteren zag ik haar in een bevreemdend moment nog de Bijbelse God bedanken aleer eten en binge drinken (jawel, in Korea drinken vrouwelijke idols zich lazarus on air) aan te vatten - er een aantal jaar terug niet uit zag als Karina. En je bent er zeker van dat als er aan de gebeeldhouwde trekken door natuurlijke aan- of uitgroei ook maar iets verandert, ze sito presto bij de plastische chirurg staat aan te schuiven. Nu ja, aan te schuiven: er staat een heel team full-time, dag en nacht van wacht mocht de godin een tweak hier of daar nodig hebben. SM Entertainment heeft er naar verluidt miljarden won voor over om haar onder contract te houden. Waarschijnlijker is dat ontwerp en vervolgens onderhoud van dat gezicht al miljarden won heeft gekost.
Cosmetische chirugie mag dan de gewoonste zaak zijn in k-pop (regelmatig bezoek aan de kliniek voor skin whitening is standaard procedure), de vier members van aespa - niet enkel Karina - in hun huidige staat zouden voor iedereen die hen tien jaar geleden op straat had ontmoet vandaag volslagen onherkenbaar zijn. Uiteraard circuleren de voor en na foto's op het net. Voor Karina is er zelfs een time-lapse te vinden. Maar nobody cares hoe ze er toen uitzagen. In de meeste gevallen herken je trouwens nog enkel de kijkers en wat residuele originele gelaatstrekken. De rest van het gezicht is een voortdurend werk in uitvoering, op zoek naar hoe een k-pop idol er moet uitzien. Minstens heeft iedereen een double eyelid correction ondergaan, zien alle kinnen en kaaklijnen eruit als een perfecte V en werd de neus piekfijn gesculpteerd. Punt is: de andere drie streven ernaar om op Karina te lijken. Dat alles naast het verplichte lelieblanke gelaat. Zo blank als een idol zijn Caucasians enkel als ze een paar uur dood zijn.
Het punt is natuurlijk - houdt dat woord even vast - dat als je fan/stan bent van een k-pop groep je dat niks interesseert. K-pop is cultuur en wat natuur is heb je elke dag al. Meer daarvan heb je echt niet meer vandoen. Onnatuurlijk is net het hele punt.
Dan valt het mee dat aespa ooit werd opgezet met een zorgvuldig uitgewerkt concept en verhaallijn over artificiële intelligentie en avatars. Dat hier helemaal uit de doeken doen en toelichten zou te ver voeren en het klinkt, ondanks het feit dat het op muzikaal en cinematografisch vlak klopt, ook gewoon een beetje belachelijk. Bottom-line is dat elk aespa member een tegenhanger heeft in de virtuele realiteit, hun eigen ae. Wat dan weer de afkorting is van avatar experience. Narratief bezien is het totaal van de pot gerukt, maar aespa heeft met de verhaallijn toch minstens drie of vier comebacks kunnen volmaken. De teksten van de nummers zitten dan ook tjokvol met zwartromantische cyberspeak en de beeldtaal van de music videos situeert zich ergens op het snijpunt van het kinderlijke Stargate S-1, de onderhuidse slijmerige dreiging van Aliens en de absurd doorgedachte realiteit van Alice in Wonderland. Ondertussen lijkt het hele virtual reality concept wat op de achtergrond geraakt en hoewel de stans alweer om een terugkeer van de ae's zitten te zeuren, gaat het misschien ook niet terugkeren.
Maar dat is dus helemaal geen probleem. Want aespa heeft nog steeds Karina, die een verpersoonlijking is van het hele concept. Karina is het enige k-pop idol dat er werkelijk elke keer als je haar ontwaart anders uit ziet. En dat betekent dan niet enkel op het gebied van kledij, kapsel, make-up en styling. Karina kan de ene dag lijken op een super cute kind van 12 jaar, pluisbeest incluis, terwijl ze dezelfde avond voor de dag komt als een glamoureuze filmster die een decennium in het vak op de teller heeft. De volgende dag loopt ze er bij als faux American cheerleader of skater girl en de week daarna als vleesgeworden high-fashion model of net uit de doden opgestane gothic ice queen. Daarnaast heb je de casual Karina in werkbroek, hoodie of t-shirt. Zelfs de Karina zonder make-up krijg je af en toe te zien. Uiteraard is die voortdurende metamorfose haar handelsmerk, maar het kan zelfs voor een fan zeer desoriënterend zijn. In die mate dat je soms twee keer moet kijken om je ervan te vergewissen dat je hier wel degelijk met hetzelfde wezen te maken hebt. Op sommige ultrabewerkte conceptfoto's is het trouwens moeilijk om Winter en Giselle en Karina en Ningning nog van elkaar te onderscheiden. Het is niet creepy, in de zin van uncanny valley (hoewel het verdraaid dicht in de buurt komt), maar wel uniek, zeker in k-pop, en misschien wel wereldwijd.Een X'er was gisteren net voor middernacht zo gul om het volledige optreden van aespa in de Tokyo Dome te uploaden. Meer dan 2 uur en dertig minuten zonder pauze of forwarden uitgekeken, blik strak op de smartphone en de oren hoofdtelefoongewijs grondig doorgebeukt. Van de twee uur en half minstens een half uur ment in het Japans, zonder enige ondertitels of vertaling.
Zeg nu nog dat je van overmatig schermgebruik aan aandachtsstoornis gaat lijden.
Het was onmogelijk de laatste maanden om k-pop fan te zijn en niet op de hoogte te zijn van de zaak Lee Sun Gyun, een van de hoofdacteurs in Parasite. Het is meteen het perfecte voorbeeld van hoe er in Zuid-Korea gekeken wordt naar en omgegaan met beroemdheden als muzikanten, acteurs en andere entertainers. Er gelden daar andere normen en dat is een groot deel van de fascinatie die, althans voor mij, van de Zuid-Koreaanse cultuur uitgaat. Maar als het daar dus fout loopt, loopt het ook meteen goed fout.
Zowel rapper en producer G-Dragon (een van de bekendste k-popsterren ter wereld en tot voor kort collega van Blackpink bij YG Entertainment) als Lee Sun Gyun werden verdacht van druggebruik. Dat is in Zuid-Korea niet de gewoonste zaak ter wereld. In onze cultuur, als het al niet toegelaten is of oogluikend toegestaan, wordt dat redelijk vlotjes door de vingers gezien en zeker als je bekend bent en de nodige fondsen ter beschikking hebt, kom je er hoogstwaarschijnlijk vanaf met hoogstens een geldboete. Gezien het druggebruik in Korea de laatste jaren stevig de hoogte in gaat staan daar minstens zware boetes tot in het slechtste geval gevangenisstraffen op. Zuid-Koreanen kunnen zelfs gestraft worden als ze drugs gebruiken in een land waar het wel toegelaten is.
En als beroemdheid in Zuid-Korea kan je maar beter geen strafblad hebben. Je carrière staat terwijl het onderzoek loopt minstens on hold en als er echt meer aan de hand is kan je het gewoon helemaal vergeten. Een sex and drugs and rock and roll levensstijl wordt daar niet als cool beschouwd. Roken en drinken zijn sociaal nog net acceptabel. Drugs is een no pasaran.
Bekende mensen, die geëerd worden en veel geld verdienen, dienen het goede voorbeeld te geven en indien blijkt dat hun persoonlijke moraal niet strookt met hun publiek persona, dreigt minstens sociale uitsluiting. Beide heren werden door de politie onderzocht op basis van de beschuldiging van één persoon. In het geval van G-Dragon heeft het al redelijk lang geduurd voordat hij door de politie van alle schuld werd vrijgepleit, en dan nog enkel omdat er onvoldoende bewijs was. Door YG Entertainment, waar hij al meer dan 15 jaar onder contract stond werd hij bijna vanzelfsprekend niet voluit gesteund. Ondertussen heeft hij al getekend bij een ander agentschap, maar het geeft aan dat een beschuldiging alleen al serieuze gevolgen kan hebben voor je verdere loopbaan. Een muziekcarrière van bijna twintig jaar was bijna onherroepelijk voorbij.
Lee Sun Gyun heeft dus niet zoveel geluk gehad. Er was al sprake van ontrouw in zijn huwelijk met actrice Jeon Hye-Jin en dan bleek opeens dat hij in een Zuid-Koreaans equivalent van een uitzuipkroeg ofwel drugs had gebruikt ofwel dat men daar drugs in zijn drankje had gemixt. De dame die het etablissement in kwestie leidde had hem in elk geval daarmee gechanteerd en dat tesamen met de algehele schande en het feit dat hij nu al voor de derde keer bij de politie op gesprek had moeten komen - de ondervraging had zomaar even 19 uur geduurd - heeft er toe geleid dat hij zich daags na de ondervraging op 48-jarige leeftijd door middel van koolmonixidevergiftiging in zijn wagen heeft gezelfmoord.
Dat hij zelfmoord heeft gepleegd zal je trouwens in de Zuid-Koreaanse media nergens vernemen. Iedereen weet het, maar daar praat men niet over, hoewel Zuid-Korea van alle OECD-landen het hoogste zelfmoordcijfer heeft. Zijn afscheidsbrief was dan wel weer quasi onmiddellijk op het nieuws. Hij excuseerde zich daarin aan alle bedrijven waar hij contracten had lopen. Gecancelled bij alle series en films waar hij de komende tijd in ging acteren was hij al en de miljoenen die hij met allerlei publiciteitscontracten had opgestreken ging hij ook moeten terugbetalen. Beter dan de eer aan jezelf houden.
De dame die hem chanteerde, en naar je aanneemt ook beschuldigd had, is ondertussen aangehouden. Maar dat maakt nu dus niks meer uit. Lee Sun Gyun was gewoon niet perfect genoeg.
Als je er even bij stil staat besef je dat je waarschijnlijk niet zo'n k-pop fan zou zijn als al die gratis apps die pakweg de laatste 20 jaar zijn ontwikkeld niet op je telefoon zouden staan. Het bestaan van zo vele dingen heden ten dage is volledig virtueel. Leefden we nog in de jaren tachtig en zelfs nog in een flink stuk van de jaren negentig, dan was je aangewezen op platenwinkels die Koreaanse popmuziek importeerden en was de enige mogelijkheid om k-pop te beleven een vliegreis naar Seoul.
Wat oorzaak en wat gevolg is doet er niet zo erg toe. Feit is dat al die fijne apps die ik op nu op mijn telefoon heb staan om elke seconde van het publieke bestaan van mijn k-pop idols te monitoren uitstekend bij het huidige hysterische tijdsgewricht passen. Lang geleden heb ik besloten om nooit en te nimmer een Facebook account aan te maken en dat gaat er ook nooit meer van komen. Maar ik moet er niet flauw over doen: V Live, het medium bij uitstek voor k-pop idols om direct met hun fans te communiceren werd rond de tijd dat ik k-pop fan werd overgenomen door Meta en heet nu Weverse - een flauwe afspiegeling van Zuckerbergs, naar ik hoor, alweer stillletjes opgeborgen droom van het universele Metaverse.
Resistance is futile en ik denk dat als je dan toch verzet zou willen gaan organiseren je best offline middelen daartoe inzet, wat sommigen ook mogen denken over het potentieel van social media om revoluties in gang te zetten en, belangrijker, ze te doen slagen. Ik moet overigens de eerste echt geslaagde revolutie na 1989 nog zien voorbijkomen. Maar misschien heb ik een iets radicalere opvatting van het begrip revolutie dan anderen. Zoals Zhou Enlai het ooit verwoordde toen hem zijn mening over de Franse Revolutie werd gevraagd: it is too soon to tell. Wie de gevolgen van een echte duurzame revolutie in zijn eigen levenstijd verwacht te ervaren is politiek naïef. Dat revolutie, geschiedenis en andere nu echt wel helemaal opgedroogde concepten vandaag iets te snel ingezet worden mag duidelijk zijn.
Gezien dansen een van de voornaamste bezigheden van je idols is was er na enkele weken uitstel geen ontkomen meer aan: ook Tiktok moest op de telefoon. Nu is dat ondanks de ondertussen traditionele westerse paranoïa over Chinese spionage een volslagen onschadelijk medium zolang je zelf geen uploads doet. En zelfs als je een groot deel van de vrije tijd wil spenderen aan het documenteren van je dansende leven is het hoogst twijfelachtig dat het Chinese staatsapparaat tijd en moeite op overschot heeft om, zelfs met AI hulpmiddelen, wereldwijd al die filmpjes te screenen op zoek naar subversief gedrag om dat dan allemaal te archiveren voor later gebruik. Hetzelfde geldt overigens voor Instagram. Dat sommigen aldaar hun hele leven wensen te delen is hun zaak. Het leven van de meeste mensen is te oninteressant om daaruit af te leiden dat het einde van de beschaving nabij is. Het einde van een beschaving is overigens een proces en menen dat een app daarvan symptoom zou zijn is pseudo-intellectueel hysterisme.
Nu ben ik op het gebied van vrije meningsuiting een totale libertariër, misschien zelfs nog iets radicaler dan de gemiddelde Amerikaan. Van mij mag iedereen alles zeggen en schrijven op eender welk forum, en bij uitbreiding overal en ten allen tijde. Dat we ondertussen niet meer moeten rekenen op zelfs minimale vormen van beleefdheid en welvoeglijkheid is een evidentie, dus zet al de kranen dan maar open. Dat bepaalde weldenkenden nog steeds menen dat mensen tegen meningen van anderen beschermd moeten worden (we kennen de versleten retoriek: ze zijn te kort geschoold, ze zijn niet intelligent genoeg, ze kennen het onderscheid niet tussen waarheid, leugen en fictie en andere drogredenen - alsof enkel laag opgeleide en domme mensen last hebben van vooroordelen en tot geweld, wreedheid en massamoord in staat zijn) is, alweer, futiel, en al even ideologisch suspect als de ideologieën waartegen men ons denkt te moeten beschermen. Technologie en geesten evolueren dezer dagen zo snel - in welke richting dat mag u zelf uitmaken - dat eender welke dam die men meent te moeten opwerpen tegen het vermoede kwaad een maat voor niets is. Bovendien, als je snel oplijst onder welke regimes men je beschermt tegen andermans meningen, dan krijg ik op dat vlak liever meteen de volle laag.
Waar je wel zeker van kan zijn is dat al die apps tesamen één groot spiegelpaleis creëren. Als je een keer daags gaat kijken wat je k-pop idols vandaag weer hebben uitgespookt moet je niet verwachten dat er op youtube, X, Instagram, Pinterest, Weverse en TikTok ook maar iets origineels gaat te kijken staan. Op elke app staat exact dezelfde informatie, of het nu foto of video of eender welk ander medium betreft. Het enige dat verschilt is de schrilheid en de mate van hysterie van het commentariaat. En zelfs dan doen de meeste mensen weinig meer dan liken, emoji's toevoegen, of nog, in weinig talige uitdrukkingen overdreven bewondering en afkeuring uitdrukken.
De meesten zijn tenminste nog nederig genoeg om te beseffen dat hun like of kort gestelde opinie volstrekt niks betekent. Erger - en dat dan voornamelijk op X / Twitter, de virtuele onderbuik van de planeet - zijn degenen die denken dat hun mening ook maar iets zou toevoegen aan de zaak. Ze zijn legio uiteraard en altijd degenen die de megafoon standaard in hun uitrusting hebben. Een recent voorbeeld is het boycotten van Starbucks en McDonalds door mensen die een Palestijnse vlag in hun account voeren. Ik heb mijn muziek liever apolitiek en wens dat ook zo te houden. Als ik een mening heb over politiek geef ik die in het stemhok, als ik er al van overtuigd zou zijn dat ook maar enige machthebbende op deze planeet in mijn mening geïnteresseerd is en er rekening mee gaat houden. Alsof mensen verbieden hun dagelijkse Americano bij Starbucks te betrekken ook maar een bom minder op Gaza gaat doen vallen, net als het posten van de Oekraïense kleuren de loopgraven geen centimeter in eender welke richting heeft opgeschoven. Zoals Hobbes al zeide: life is nasty, brutish and short. Mogen we daarnaast nog proberen het draaglijk te houden door luide lach en hersenloos tijdverdrijf?
Big data dus allemaal goed en wel. Maar wat als de Bigness (Biggity?) van die Data nu eens gewoon veroorzaakt wordt door het loutere feit dat de meeste data gewoon kopieën zijn van andere data? Die om te beginnen al niet zo ongelooflijk interessant waren. Het Large Language Model is een mooi idee en ik heb er al complexe lappen tekst over gelezen. Maar men gaat er dan weer eens onvoorzichtig van uit dat de menselijke soort veel betekenisvolle dingen te verklaren heeft. Begrijpelijk dat de meeste AI totaal ontoereikend is. Ze is namelijk gebaseerd op de gedachten en talige uitingen van een diersoort die veel minder te zeggen heeft dan ze zelf denkt.
Zij die menen dat big data de wereld gaat veranderen - in de 21ste eeuw is er elk jaar wel iets dat de wereld gaat veranderen - geef ik mijn gratis advies mee: hou het gewoon bij entertainment.
Met al dat obsessionele k-pop geweld zou ik nog vergeten dat ik tot en met 21 september 2023 op muzikaal gebied een k-poploos bestaan heb geleid. Hieronder een contextloos lijstje van wat er in een vorig muzikaal leven te beleven was in 2023. Gezien ik een ordentelijk verzamelaar ben houdt Discogs zulke dingen netjes bij.
2023:
Reissues & Compilaties:
Enkele voorafgaande opmerkingen aleer ik zes aparte stukken wijdt aan wat volgens mij het allerbeste is wat er in k-pop te vinden is.
Ik heb op drie maanden tijd uit de huidige k-pop scene dus exact zes acts kunnen weerhouden waarvan ik een reeks nummers keer op keer, desnoods bijna op loop, kan blijven beluisteren. Daarmee bedoel ik dat ik bijvoorbeeld Pink Venom van Blackpink op 90 dagen tijd al meer dan 120 keer door allerlei mediaplayers heb gejaagd en het zal zowat hetzelfde zijn met Drama van aespa, dat exact een maand geleden is uitgekomen. Wie me aan het begin van 2023 had verteld dat ik bepaalde nummers zo vaak zou spelen zonder ze ook maar beu te worden - van voornoemde twee nummers ken ik de structuur volledig uit het hoofd en kan ze meezingen van begin tot eind, ook de Koreaanse stukken (phonetisch dan toch) en het zijn niet de enige - had ik in zijn gezicht uitgelachen en me waarschijnlijk ook een klein beetje beledigd gevoeld. Na drie maanden snap ik nog steeds niet hoe muziek dat kan bewerkstelligen. Zelfs toen ik tussen de 12 en 18 jaar oud was kan ik me niet herinneren een plaat 150 keer te hebben opgelegd of een tape 100 keer te hebben gedraaid. Alsof opeens uit het niets muzikaal genot in een paar punten geconcentreerd kan worden. In popmuziek dan nog.
Die zes groepen - nogmaals: k-pop is bijna uitsluitend een groepsgebeuren - hebben met andere woorden een eigen sound en identiteit en zijn vergeleken met de gemiddelde k-pop act redelijk tot zeer origineel te noemen. Dat lijkt misschien weinig, maar ik heb de lat dan ook redelijk hoog gelegd. Iedere groep die een paar goede singles of een enkele knaller op zijn conto heeft staan telt niet mee. En die zijn er genoeg, ook al omdat k-pop in essentie een voortdurende afvalrace is: wie niet keer op keer blijft vooruitgaan of vernieuwt, of minstens de kwaliteit van zijn vorige era evenaart, verliest luisteraars en fans en dus geld. Dan denkt het muzieklabel er al snel aan om de groep op te doeken. Men stuurt dan een persmedeling de wereld in over de ontbinding van het contract, and that's it.
Er is in de laatste pakweg zeven jaar redelijk veel spul van hoge kwaliteit uitgebracht maar weinigen slagen erin om een indrukwekkende discografie, laat staan een klassiek oeuvre bij elkaar te boksen - het is trouwens nog maar de vraag of dat de bedoeling is. Groepen die de wettelijk vastgestelde periode van zeven jaar volmaken zijn een minderheid in vergelijking met het aantal groepen die debuteren. Om een idee te geven: in 2022 en 2023 alleen al hebben zomaar eventjes 150 groepen hun debuut gemaakt. Dat zijn drie nieuwe k-pop groepen elke twee weken die een gooi doen naar de eeuwige roem. En vergeet niet dat een debuut in k-pop nooit om het louter uitbrengen van muziek draait. Een groep laten debuteren kost een lange voorbereiding en veel geld, want groepen met vier leden (toch meestal het minimum ledental) zijn uitzonderlijk. Vaker zijn ze met zeven, negen, elf of zelfs meer dan twintig (dan vaak met een rotatiesysteem).
Bij die zes uitverkorenen is er een boy group. De rest zijn girl groups. Buiten vrouwelijk schoon en het feit dat in popmuziek een vrouwelijk perspectief bij mijzelf altijd meer in de smaak valt, is het me verder een raadsel waarom de vrouwelijke groepen constant hogere kwaliteit afleveren. Misschien heeft het er iets mee te maken dat Blackpink een verpletterende indruk heeft gemaakt en dat de rest dan automatisch is gevolgd. Kan ook zijn dat de schaduw van BTS me met een vooroordeel tegenover boy groups heeft opgezadeld. Ik betwijfel dat nochtans. Elke maand doorsta ik de youtube compilatie met de 200 meest bekeken k-pop music videos sinds het begin van de K-pop jaartelling en het blijken steeds weer de girl groups te zijn die kwalitatief komen bovendrijven. De reden zal zich misschien ooit nog openbaren. Ik ben immers nog maar drie maanden ver. Misschien ook niet en dat is even goed ok. Mysteries zijn te verkiezen, verklaringen verschaffen zelden genoegdoening als het over muziek gaat.
Men houde er verder steeds ten allen tijde rekening mee dat de muziek, de dans, de fashion style, de concepten en alles wat ook maar met de totaalervaring te maken heeft, buiten in uitzonderlijke gevallen (er zijn wel degelijk zangers en zangeressen die meeschrijven en zelf produceren), nooit door de zanger/danser/ performer bedacht, geconceptualiseerd en beslist is. In feite zijn de zangers en zangeressen in k-pop handpoppen, exact zoals het eraan toeging in de westerse popmuziek ten tijde van Motown en de Brill Building. Zij voeren uit wat anderen hebben geschreven en geproduceerd. Hun input is de performance en vaak niks meer dan dat (waarmee ik uiteraard niet wil zeggen dat een performance niks voorstelt: "the singer, not the song", zei Jagger ooit). Zelfs wie welke zanglijn en welk deel van de song krijgt toegewezen (de zogenaamde line distribution) wordt van bovenaf opgelegd. Pas wanneer ze met een soloproject voor de dag komen - en dat gebeurt meestal toch pas enkele jaren ver in hun carrière - kan het zijn dat ze een nummer hebben mogen kiezen en input geven over hoe het moet klinken en eruit zien.
Productiegewijs wordt er exact nihil aan het toeval overgelaten. Er zijn genoeg k-pop nummers die tot meer dan twintig producers en engineers op de credits hebben staan. De songschrijvers zijn niet zelden Europeanen - voor de meer pop en dance georiënteerde nummers (met Scandinaven als voornaamste leveranciers - zeer veel k-pop is manifest beïnvloed door het ABBA-model - aangevuld met Britten en Duitsers) en Amerikanen - als de invloed van zwarte muziek en het grote gebaar - versta: bombast - meer geprononceerd zijn. Maar veel muziek en producers zijn natuurlijk gewoon Zuid-Koreaans.
Wie er ook aan meewerkt en wie de uitvoerders ook zijn, een k-pop single is af: no way dat die aan de wereld wordt geopenbaard als men niet 100% zeker is dat de impact maximaal zal zijn. Daarom ook dat de meeste mensen die k-pop maar niks vinden als voornaamste reden van hun hekel aangeven dat het gewoon te veel, te vol, te hyper, te alles is. K-pop met minimale productie bestaat, maar enkel in vergelijking met de standaard overrompeling. Horror vacui heerst en de aandacht van de consument moet totaal zijn.