zondag 9 maart 2014

Ekoplekz - Unfidelity


Nick Edwards, die ooit als de invloedrijke blogger Gutterbreakz door het leven ging, is een buitenbeentje in Bristol. Waar anderen de term postdubstep vooral invullen door gewoon techno met extra bas en andere door de soundsystemcultuur geïnspireerde muziek te maken (dus feitelijk nog meer dubstep), heeft hij radicaal gekozen om de analoge tour op te gaan. In het verleden leverde dat vooral quasi onafgewerkte brokken pulserende industriële noise op, die hij dan ook nog eens op cassette uitbracht, liefst op labels du jour als Mordant Music, Public Information, Perc Trax en Punch Drunk. Meer street cred kan hij dan ook nog nauwelijks opdoen. Dat Unfidelity uitkomt op Mike Paradinas' Planet Mu is dan ook teken dat hij nu klaar is voor het grote werk.

Gelukkig is Edwards bij de promotie naar de Premier League van de electronische muziek niet vergeten waar zijn wortels liggen. Nog steeds klinkt Ekoplekz alsof hij voor eeuwig verhangen is aan het geluid van de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig. En dan vooral aan labels als het Mute van de beginjaren en Throbbing Gristle's Industrial. Dat een van de nummers genoemd is naar de vroeggestorven pionier 'Robert Rental' is dan ook geen toeval. Ook Ekoplekz' muziek zal nooit echt het zonnetje in huis worden. Geef hem maar de geur van roest en ander postindustriëel verval. Een lekkende kraan en een ingestort dak dat de regen doorlaat is hem liever dan blinkend design. De man voelt zich duidelijk meer op zijn gemak in een verlaten loods met een vloer van aangestampte aarde dan op een zomers strand. Tenzij er daar enkele smerige bunkers zouden zijn neergeplant en in de verte een strandjutter aangespoelde en halfvergane rommel bij elkaar schraapt.

Het enige feitelijke verschil met zijn vroegere werk is dat je nu iets meer structuur gewaarwordt en dat er vaker dan vroeger een beat te horen is. Edwards muziek moet het niet zozeer van emoties hebben, eerder van processen als overkokende chemicalieën en zachtjes aftakelende afgeschreven technologie. Een lenteplaat levert dat niet op, maar je kan er wel mee voort tot aan de volgende winter.

"it was like trying to write a book with Mr. Kurtz"

Ik raad iedereen aan het hoofdartikel van The London Review of Books over Julian Assange te lezen. Het gaat over de eindeloze en hopeloze pogingen van ghostwriter Andrew O'Hagan om een autobiografie van de Wikileaks-(cult)leider te schrijven. Ik denk dat ik zelden zo vaak tijdens het lezen van een artikel heb gedacht: "Jeezes, wat ben jij een hopeloze zeiker, man!" Zelden zo een compleet démasqué mogen aanschouwen.

Zoals zo vaak in deze tijden is het probleem van dat hele Wikileaks-verhaal dat de mensen die de surveillancemaatschappij bekritiseren uiteindelijk zelf ook verslaafd zijn aan mobieltjes, internetaccounts hacken, twitter wars en Google searches (vooral over zichzelf, dat spreekt). Het doet denken aan Naomi Klein die eerst het kapitalisme aanklaagt en vervolgens van zichzelf een logo maakt. As if we all must.

Wat me tijdens het lezen ook enorm tegen de borst stootte is het ongegeneerd in het rond smijten door Assange van containerbegrippen als vrijheid en moraal, alsof hij, een narcist if there ever was one, en zijn kornuiten die begrippen een nieuwe inhoud gaan geven door het vrijgeven van data. Ik denk dat we heel wat moreler en vrijer zouden zijn als we eens opnieuw de wereld en de medemens in de ogen zouden durven kijken in plaats van, zoals nu, ermee om te gaan als data. Bovendien bewijst niemand de vrijheid een dienst door zichzelf het centrum van het bekende universum te maken. Edward Snowden mag dan ongeveer hetzelfde voor mekaar gekregen hebben, maar je hebt toch zelden de indruk dat hij zich als het geweten van de wereld wil opwerpen. Hij wil vooral in de belangstelling blijven staan om niet voor de rest van zijn leven in een Amerikaanse cel weg te rotten.

Wat beide heren voor elkaar gekregen hebben is voornamelijk dat we nu weten dat regeringen liever niet weten wat ze allemaal uitspoken en dat iedereen dankzij de nieuwste technologie afgeluisterd en bespioneerd kan worden. Ze hebben met andere woorden open deuren ingetrapt. Alsof we allemaal sliepen en nu dankzij hen wakker geworden zijn. Wat beiden en hun medestanders niet schijnen te beseffen is de privacyparadox waar ze hopeloos in zijn verstrikt geraakt. Want als wij, burgers, het recht op privacy opeisen, kan je moeilijk verwachten dat de regering van eender welk land, ontelbare keren machtiger dan eender welk individu, dat zelfde recht niet zou willen opeisen. Hoe naïef is het te denken dat democratie en vrijheid automatisch betekenen dat de staat als zodanig volledig transparant zou willen zijn? Het is nog maar de vraag of dat laatste gewoon ook wenselijk is.

Wat het artikel ten overvloede en enigszins voorspelbaar aantoont is dat je het redden van de wereld en de mensheid beter niet overlaat aan onvolwassenen en andere mensen die de wereld alleen kennen van achter hun laptopscherm.

zaterdag 8 maart 2014

"Eigenlijk is elke politieke aanwending van Nietzsche een perversie van hetgeen hij onderwees. Niettemin is wat hij onderwees gelezen door politici en zij hebben zich daardoor laten inspireren. Hij is even weinig verantwoordelijk voor het fascisme als Rousseau dat is voor het jacobinisme. Maar dat betekent, omgekeerd, dat hij even verantwoordelijk is voor het fascisme als Rousseau dat is voor het jacobinisme."

- Leo Strauss, De Drie Golven van de Moderniteit.

In feite mogen we ons gelukkig prijzen dat we leven in tijden dat politici niet geletterd genoeg meer zijn om zich door filosofen te laten inspireren. Tegenwoordig is die beroepsklasse zo begripsarm dat ze zich enkel nog door cijferaars laat inspireren (het laatste woord is slecht gekozen, want feitelijk laten ze zich erdoor terroriseren). Ironie van de geschiedenis (en dus van het stukje tekst dat ik hierboven citeer) is wellicht dat de laatste keer dat dit is gebeurd het ons de Amerikaanse neo-conservatieven heeft opgeleverd, die zich hebben laten inspireren door een verkeerd begrip van wat Leo Strauss (en in mindere mate Alexandre Kojève) te zeggen had.

woensdag 5 maart 2014

RIP Alain Resnais en Robert Ashley

Je kan geen genie zijn zonder heel veel dingen verkeerd te doen. Daarom hou ik ook niet van al het werk van beide heren. Maar wie niet begrijpt dat Providence, L'Année Dernière à Marienbad en Mon Oncle d' Amérique geniale films zijn en niks kan met grensverleggende muziek als Purposeful Lady Slow Afternoon, Automatic Writing en Private Parts, die moet dringend een opleiding tot Mens volgen. Zowel Resnais als Ashley zouden beaamd hebben dat je hoe dan ook het diploma toch nooit kan behalen. Beiden waren jong in de tweede wereldoorlog en beleefden hun gloriejaren van de jaren vijftig tot de jaren zeventig van de vorige eeuw, waarschijnlijk de jaren die, achteraf gezien, het absolute spirituele en materiële hoogtepunt van de westerse wereld hebben betekend - een adempauze tussen de slachting van de nazi's en de overwinning van het satanskoppel Reagan en Thatcher, twee absolute dieptepunten van de beschaving. Mensen als Resnais en Ashley, met die innovatiedrang, dat soort verkenningslust, wars van alle taboes, en zo een enorme culturele bagage worden niet meer geboren, denk ik soms wel eens. Meestal ben ik daar gewoon zeker van.  

zondag 2 maart 2014

Je vraagt je af of dat lusteloze gevoel dat ons allen met de totale overwinning van het Kapitaal onvermoed in de nek is gevallen, niet voornamelijk te maken heeft met een zeer reële future shock. We zijn nu, na alle science-fiction voorspellingen, surreële verbeeldingen en nieuwe metafysica's, eindelijk tot die mate van technologische acceleratie gekomen dat wat een jaar geleden nog toekomstmuziek was nu realiteit wordt (lees: niet 'is'). Wat doet het met een mens om zijn verbeelding elke dag opnieuw bewaardheid te zien? Wat als voorheen gescheiden domeinen als Verbeelding en Realiteit gaan interpenetreren om uiteindelijk Een te worden? Die psychologische en fysiologische schokken kunnen niet meer op lange termijn bestudeerd worden, maar moeten in real time herkend, benoemd én genezen worden. Is de dualiteit ziekte en gezondheid dan nog een werkbare hypothese? Als iedereen ziek is, is niemand nog ziek.

We leven niet langer in een continu heden, maar in een continue toekomst. Het is al zo ver gevorderd dat we binnen afzienbare tijd cultureel niet meer achterom kunnen kijken, omdat we dan niet zeker meer zijn of we nog wel echt met het verleden te maken hebben. Dat verleden is immers de laatste tijd zo vaak en zo grondig gerecycleerd, ge-re-re-re-interpreteerd, geparodiëerd, gepasticheerd, vercampt en een enkele keer zelfs volledig restloos gekopieerd, dat het nu, nog voor er zich zoiets als een herinnering heeft kunnen vastzetten, meteen wordt opgeslorpt door de immer toekomende tijd. De tijd als een raket waarvan de uitlaat alles wat ervoor kwam verschroeit. Immer rücksichtlos vorwärts.

Dat belooft nog een spannend gevecht te worden: "Diersoort opgejaagd door technologie die zij zelf gecreëerd heeft. Uitkomst onzeker." Uit de graftombes van Baudrillard en Ballard stijgt hysterisch gelach op.

Rauwlust (1)

"The youth are so dull. They need a kick. I wish I could be that person that'd give them that kick. But I don't think that'll happen through music. I don't think music has that kind of power anymore."

Steeds die zelfde constatering, die ik ondertussen niet meer onder de mat van schroom en welvoeglijkheid wens te vegen: de jeugdige en jongvolwassenen mensen van tegenwoordig zullen zowat de eerste generatie in mensenheugenis zijn die collectief vervelender, braver, passiever, conformistischer en vooral - laat ik er niet omheen draaien - dommer (zeg maar gerust: stommer) is dan de vorige. Ze lijken wel zombies en ze zijn er vaak nog trots op ook. Het feit zelf is nog het ergste niet. Erger is dat het, ondanks elke mogelijke op rood springende indicator, zelfs niet gezegd mag worden, zonder dat er een of andere illuminé(e) ons komt vertellen dat het allemaal niet zo erg is. I beg to differ.

Ik weet niet wie er ooit op het idee gekomen is dat het uitvoeren van bepaalde (overigens poepsimpele) technologische handelingen (een Google search, het updaten van een Facebookprofiel, een app downloaden, het kunnen aanraken van een touchpad, het vliegensvlug opstellen van een sms in iets wat nog nauwelijks voor taal kan doorgaan, een blog aanmaken, een foto op het internet zetten) bijdraagt aan het opbouwen van een volwaardige menselijke persoonlijkheid. We kunnen met wat we nu weten wel stellen dat zij/hij dwaalde. Immers, wie niet meer moet nadenken om iets te verkrijgen, denkt effectief ook niet meer na. Wie niet meer nadenkt, wordt dommer. Ik wacht op degene die daar een speld wenst tussen te krijgen.

Nog erger is het feit dat het besmettelijk is. Vele mensen die niet tot deze generaties behoren beschouwen dit pseudo-leven blijkbaar als het voorbeeld waarnaar ze zich moeten modelleren. Ze schijnen te denken dat er zoiets bestaat als eeuwige jeugd en het aantal veertigers en vijftigers dat er bijloopt als skaters, hiphoppers, bergbeklimmers en Tomorrowlandbezoekers is dan ook niet meer te tellen. Ze kunnen allemaal niet wachten om hun hele leven met de wereld te delen (alsof ieders leven, dat nauwelijks verschilt van enig ander leven, ons zou interesseren) en te tonen dat ze oh zo emotioneel en betrokken zijn. Maar als ze drie minuten hun smartphone niet in de buurt hebben, blijkt dat ze het verleerd hebben om op een normale menselijke manier met elkaar om te gaan. Als er geen medium tussengeschakeld is, is er ineens niks meer om over te praten - behalve henzelf natuurlijk (IK ben daar OOK geweest, IK heb dat OOK gezien, IK ben OOK weer eens mee met het laatste en nieuwste). Maturiteit is een verre droom geworden en voor de meesten gewoon onmogelijk te bereiken. Ze zullen sterven als onnozele kinderen.

Laat ik ter afsluiting deze vervaarlijk aanzwellende tristesse even laten samenvatten door Johnny uit Naked:

"Was I bored? No, I wasn't fuckin' bored. I'm never bored. That's the trouble with everybody – you're all so bored. You've 'ad nature explained to you, and you're bored with it. You've 'ad the living body explained to you, and you're bored with it. You've 'ad the universe explained to you, and you're bored with it. So now you just want cheap thrills and like plenty of 'em, and it dun matter 'ow tawdry or vacuous they are as long as it's new, as long as it's new, as long as it flashes and fucking bleeps in forty different colours. Well, whatever else you can say about me, I'm not fuckin' bored."
"Who among us would even recognize perfection if we saw it?"

- Sam Tanenhaus

Optimo - Dark was the Night


In een tijd waar je dagelijks gemakkelijk tientallen nieuwe mixen kan streamen op en downloaden van het net lijkt de mix-cd een uitstervend en vaak overbodig genre. Komt nog bij dat de meeste dj-mixen meerdere beluisteringen niet kunnen doorstaan, meestal omdat ze binnen één genre blijven hangen en niet meer dan een showcase zijn voor de dj in kwestie, die het altijd nodig vindt om zijn eigen efemere plaatjes in de etalage te zetten. Voor zij die meer verwachten is daar gelukkig Optimo, het Schotse dj-duo dat om de zoveel tijd een klassieke mix op zilveren schijf met de wereld deelt.

Het tweetal heeft een schier encyclopedische muziekkennis en laat dat ook horen. Hoewel hun basis electronische dansmuziek in de breedste zin van die term is schrikken ze er nooit voor terug om postpunk, funk, disco, industrial, ambient, exotica, outsider muziek en zelfs gitaardeuntjes en spoken word uit allerlei tijdperken van de populaire muziek in hun sets te verwerken. Het gevolg is dat je succulente mixen als Walkabout, How to Kill the DJ [Part 2], Psyche Out, Sleepwalk en Fabric 52 jaren later nog kan beluisteren. Concurrentie hebben ze allang niet meer.

Je kan er van op aan dat ook Dark is the Night dat benijdenswaardige lot ten deel gaat vallen. De titel verklapt al dat de nieuwe mix op avontuur trekt door de duistere kwadranten van de electronica, hetgeen meteen duidelijk wordt als Liz Harris' Grouper met dreigende piano-ambient mag openen. Met nummers van het obscure new wave duo Jeff & Jane Hudson en de Detroitse minimal don Terrence Dixon komt de mix dan langzaam op gang, om pas bij Mike Dunns sinistere 'I Won't Hurt You' en de industriële techno van Robert Auser er de beuk in te gooien. Pivotaal punt in de mix is de minutenlange samensmelting van Byetone's schurende 'Plastic Star' met de losse herneming van Princes 'Sign of the Times' door Kode9 & The Space Ape.

Daarna verzeilen we in steeds lichtschuwer territorium met pikdonkere techno van Silent Servant en een waarlijk wondermooi nummer van Inigo Kennedy. Een noisy interludium van klankenneuker Hecker gekoppeld aan een exoticadeuntje van Nurse With Wound luidt dan het laatste deel van de mix in, waar helden als Carter Tutti, Like A Tim, Voigt & Voigt zo vlot in elkaar overvloeien dat je de overgangen amper opmerkt. Het wat vrolijker 'Mad Monks on Zinc', een door de heren van de vergetelheid geredde raveparel van Holy Ghost Inc, is zowat het enige lichtpuntje op de reis. Ze sluiten af met meer obscure wave van The Freeze en een cover van eeuwige favoriet 'Dream Baby Dream'.

En dan is het weer wachten op de volgende Optimo-mix.

zaterdag 1 maart 2014

Shackleton - Freezing Opening Thawing


Sam Shackleton klinkt nu al toen jaar als niemand anders en met elke nieuwe release blijft hij zijn ideosyncratische, op eindeloos geknede basmassa en oriëntaalse percussie gestoelde stijl aanscherpen, bijslijpen, verdiepen en verfijnen. Na het monsterlijk immense The Quiet Hour/The Drawbar Organ EPs-project zouden mindere goden in een dipje kunnen verzeilen. Het is het kenmerk van een groot en uniek artiest dat hij zelfs op een plaat die maar drie nummers bevat expansiever dan ooit voor de dag komt.

Dat de alomtegenwoordige percussie is gebleven zal niemand verbazen, maar het zomaar eventjes meer dan elf minuten in beslag nemende titelnummer gooit er ook nog ouderwetse ravebetekenaars en een urgent, haast extatische sfeertje overheen. Wie hierop kan dansen is na afloop enkele kilo's zweet kwijt. Je bent wat blij dat 'White Flower with Silvery Eye' daarna wat gas terugneemt en zich terugtrekt in de wat meditatievere rituele tempelpercussie die je meer gewoon bent van hem. Maar ook hier klinkt een gevoel van lichtheid en - ik durf amper te geloven dat ik dit met Shackleton associëer - blijheid door dat je op 's mans vorige platen nauwelijks tot helemaal niet terugvindt. Met afsluiter 'Silver Keys' gaat de intensiteit dan terug pieken, alweer door toegevoeging van nieuwe synthkleuren, die, dat mag duidelijk zijn, een nieuwe fase in het tot nu toe voornamelijk door grijswaarden en schaduwpartijen gekenmerkte basisgeluid inluiden. Zeke Cloughs in bijna fluoricerend groene levenskleuren aangeleverde artwork past dan ook uitstekend bij de muziek.

Alleen de echte groten slagen er moeiteloos in door eindeloos te variëren op een thema zich toch elke keer weer verder te ontwikkelen. Shackleton mag je alvast bijzetten in die galerij. Heidens goede plaat.

donderdag 27 februari 2014

patten - ESTOILE NAIANT


Eerlijk? Ik vind het altijd een beetje verdacht wanneer een artiest het van typografie moet hebben om indruk te maken. patten (naam met kleine letters, albumtitels met GROTE LETTERS) is het zoveelste Warpproduct dat speelt met schijnbaar ongestructureerde softwaresculpturen op een bedje van overgesatureerd geluidsdesign. Het verrassingseffect is daardoor ondertussen nihil en je vraagt je af of de kwaliteitscontrole bij Warp de laatste tijd nog wel bij de pinken is (Iemand de laatste drie jaar nog een goeie plaat van Hudson Mohawke gehoord?). Richtingwijzers heten hier Oneohtrix Point Never, Actress en Autechre in een moeilijke bui. Maar in tegenstelling tot de eerste ontbreekt hier de juiste hoeveelheid sympathieke camp, tot de tweede een portie emotionele intensiteit en tot de derde een werkethiek die op tijd de eigen onzin wegselecteert.

patten lijmt maar over elkaar struikelende ritmes, abstracte ambientsferen en andere stroperig vette klanken aan elkaar en hoopt dat de luisteraar uit het resulterende boeltje zijn eigen plaat kan reconstrueren. Maar om dat te bewerkstelligen moet je wel van heel goeden huize zijn en gewoon ook al veel langer meedraaien. Je moet, quoi, een reputatie hebben die het verdedigen waard is. Hij die wil deconstrueren moet eerst aantonen dat hij weet wat structuur betekent. In plaats van een vormeloze en richtingloze geluidsbrij als ESTOILE NAIANT met de wereld te delen zou patten, met of zonder hoofdletters, beter eerst eens bewijzen dat hij op zijn minst een gewoon goed nummer in elkaar kan flansen. Wraakroepende tijdverspilling.

maandag 24 februari 2014

Hardcore Trax : Dance Mania Records 1987-1995


Samen met iets bekendere namen als Trax en DJ International, die hits als 'Love Can't Turn Around' en 'Move Your Body' op het palmares hadden staan en zich beide konden laten voorstaan op de beste tracks van Larry 'Mr. Fingers' Heard, vormt het altijd meer underground gebleven Dance Mania het ultieme triumviraat van de Chicago house. Opgericht door Jesse Saunders, de man die met 'On and On' het eerste housenummer maakte, was het label onder Raymond Barney gedurende de jaren negentig het mekka voor de typische snelle en minimale ghetto- en bootyhouse. Momenteel is de koning van de ghetto house DJ Funk het opperhoofd, maar ondertussen is de typische Dance Mania-stijl al een tijdje geleden voorbijgesneld door de opkomst van de juke, beter bekend als footwork (een term die feitelijk meer verwijst naar de hyperactieve dansstijl waarvoor het de soundtrack is). Of Dance Mania ooit nog een zelfstandige kracht gaat worden (momenteel bestaat de output voornamelijk uit reissues van klassiekers) valt dus af te wachten, maar met deze uitgebreide staalkaart uit de eerste negen jaren valt op hoe rijk de geschiedenis van het label wel geweest is.

De eerste cd overloopt de beginfase van het label, toen pioniers als Marshall Jefferson (hier als Hercules), Farley 'Jackmaster' Funk (vertegenwoordig met überklassieker 'House Nation') en Lil' Louis (van wie je hier onbegrijpelijkerwijs noch 'The Original Video Clash', noch '7 Days of Peace' terugvindt), Armando en Terry Baldwin er het mooie weer maakten. Opvallend is dat in het werk van nu vergeten namen als Da Posse en Victor Romeo Chicago's ligging tussen Detroit en New York, waar respectievelijk de door electro vormgegeven techno en de door disco beïnvloede garage de dansvloer deden vol lopen, de producers van twee walletjes deed eten. Zowel de diepe, zwaar op emotie inzettende synthgeluiden van Detroit als de feestvocalen van de New Yorkse house vind je hier terug. Zo zouden 'Crazy Wild' van Club Style (Paul Johnson en Robert Armani in een voor de heren zeldzame mellow mood) en Vincent Floyds 'I Dream You' zo op Retroactive of een vroege Planet E hebben gekund, terwijl de nummers van Strong Soul en Da Posse even goed op Nu Groove of Strictly Rhythm verschenen hadden kunnen zijn. Zelfs toen al maakte het ondanks bepaalde niet te loochenen typische stadsgebonden stijlen nauwelijks uit waar je woonde. Iedereen wilde aan het nieuwe geluid en latere vastliggende territoria moesten nog ingenomen worden. Maar het geeft ook aan dat Dance Mania in tegenstelling tot de twee andere klassieke Chicago-instituten meer ruimte gaf om te experimenteren, naast het functionele en formulaïsche aspect van de producties, een van de redenen waarom het label het langer heeft uitgezongen dan de concurrentie. Zelfs Green Velvets in de tweede helft van de jaren negentig heersende Relief ging nog sneller overkop dan Dance Mania, dat het uiteindelijk tot 2000 uitzong, toen Trax allang aan de derde of vierde reissuegolf zat en er van DJ International sinds mensenheugnis niks meer vernomen was.

Vanaf cd 2 gaat het deksel er dan af. Nieuwe namen als DJ Funk, Paul Johnson, Parris Mitchell,Tim Harper, Robert Armani, DJ Deeon en Eric Martin (dat andere helden als DJ Rush, DJ Milton, DJ Slugo en Traxmen hier ontbreken bewijst de weelde aan beschikbaar materiaal) gooien de beuk erin met repetitieve, minimalistische en meestal ook veel snellere nummers, die vooral bedoeld zijn om vliegensvlug aan elkaar gemixt te worden in hun eigen dj-sets en zelfs nu een blijvende invloed hebben op de dansvloeren aller landen. Je kan je de verwoestende dj-sets van Jeff Mills en Dave Clarke en een label als Djax-up Beats amper inbeelden zonder deze muziekstijl. Schuttingstaal en vrouwonvriendelijke praat (het regent mothafuckas, hoes, bitchas en big dicks) en vaak overbekende gerecycleerde samples en kinderrijmpjes vieren hoogtij en het is dan ook niet verbazingwekkend dat het voornamelijk deze periode uit de geschiedenis van het label is die men zich herinnert. Geen mens die dan ook gaat ontkennen dat Armani's nog steeds hysterische 'Ambulance', Paul Johnsons dwingende 'Feel My M.F. Bass' en DJ Deeons hitsige 'Da Bomb' geen tumult op eender welke dansvloer gaan veroorzaken. Hetgeen nog eens ten overvloede aantoont dat het bij electronische dansmuziek vaker dan niet loont om het oersimpel te houden.

Iedere liefhebber van het label mist op deze slechts vierentwintig nummers tellende compilatie zijn hoogstpersoonlijke klassiekers (ondergetekende bijvoorbeeld gegarandeerde heupen- en bekkenschudders als 'Work That Body', 'Fuck That Pussy', 'Let Me See Your Butterfly' of Tyree's 'Big Booty Girls; en Lil' Louis' afwezigheid is om welke reden dan ook een regelrechte schande) en misschien is 1995 een wat arbitraire datum om mee af te sluiten. Maar dat is detailkritiek, zeker als je weet dat het aantal releases tegen het einde aan de driehonderd benaderde. Trax en DJ International mogen zich gelukkig prijzen als ze in de toekomst zo'n mooi eerbetoon ten deel valt als deze Hardcore Trax.

zondag 23 februari 2014

Leyland Kirby - Breaks My Heart Each Time


Ha, Leyland Kirby! Het is een moedig man met evenveel levens als een kat die Kirby's discografie door en door kent. Na als V/Vm de Pierre Menard van de Engelse ravegeschiedenis vertolkt te hebben, waarbij hij zowat elke electronische muziekstijl van italo en Praga Khan tot en met Aphex Twin en happy hardcore aan zijn degen rijgde, deed hij (en doet hij nog steeds) als The Caretaker zijn deel als een van de aanstekers van de zogenaamde hauntology-beweging, jongens en meisjes (maar toch vooral jongens) die maar niet genoeg kunnen krijgen van het geluid van taperuis en andere halfvergane muziekbronnen en een fetisch ontwikkeld hebben voor library music en tv-series en bedrijfsfilms uit de jaren zestig. Evenmin is hij te beroerd om met een varkensmasker op zijn kop een heliumversie van 'It's a Beautiful Day' met het dansende publiek te delen. Ik zal daar maar stoppen, want Kirby's output en pseudoniemenlust is werkelijk te immens om verstandelijk te vatten, laat staan dat je de tijd zou hebben om al dat spul ook daadwerkelijk te beluisteren (hoofdwerk Theoretically Retrograde Amnesia alleen al telt zes cd's, met een gratis te downloaden bonuscd als extraatje).

Deze ep op Apollo, het ambient sublabel van R&S, is eigenlijk een mooie samenvatting van waar de man doorheen zijn carrière mee bezig is geweest: imitatie, herinnering en vergetelheid. Vaker dan niet klinkt Kirby's muziek alsof er een membraan tussen de klanken en de luisteraar is gespannen. Je vermoedt dat er achter de sluier iets muzikaals bloeit, maar alles blijft uiteindelijk ongrijpbaar en flou. Het klinkt te verzadigd om naar te luisteren, maar geen mens die het in zijn hoofd haalt om erop te dansen. Wat wel altijd onmiddellijk naar voren treedt is de peilloos diepe melancholie waarin elke klank is gedrenkt. Waar iemand als Kode9 het verleden gebruiken om steeds nieuwe permutaties te distilleren, lijkt Kirby's werk één grote uitdrukking van nostalgie en spijt, een op voorhand tot mislukking gedoemde poging om terug te grijpen naar een verleden dat onherroepelijk voorbij is. Kirby als strandjutter van de muziekgeschiedenis, de W.G. Sebald van het hardcore continuum.

Een titel als 'Diminishing Emotion' slaat de nagel dan ook perfect op de kop. Na de eerste sublieme high is het plezier al verloren. Je kan immers niet twee keer in dezelfde rivier stappen. Op Breaks My Heart Each Time maakt hij in vier nummers korte metten met de Artificial Intelligence-beweging die door knakkers als Black Dog, Autechre, Reload en de Aphex Twin van Polygon Window en Selected Ambient Works Vol. 2 op gang werd getrokken. Door de typische ultrahoge fidelity komt hij trouwens vaak vervaarlijk dicht in de buurt van wat de producers uit het vaporwave-universum proberen te doen. Net als James Ferraro en Internet Club speelt hij op haast onverschillige wijze met typische betekenaars en maniërismen uit rave, ambient en house. In die zin is de plaat een mooie metafoor voor de almaar doorrazende muzikale pseudoprogressie die we nog elke dag te verwerken krijgen. Het is allemaal kundig gemaakt en klinkt als een klok, maar het kan je in laatste instantie geen ruk schelen (zie ook het schoolvoorbeeld van de great pretender, Kanye West).

Dat daar ook problemen aan verbonden zijn voor de beleving is evident. Het is immers één zaak om met open mond te constateren hoe minutieus iemand de sfeer van een bepaald tijdperk kan oproepen. Een andere is om daar dan ook langer dan de tijdsduur van het uitzitten van de nummers in kwestie werkelijk van te kunnen genieten. Laat staan dat je je een half uur daarna nog iets van zou herinneren. Maar je vermoedt dat net dat juist de bedoeling geweest is.
"There is no progress. The world changes materially. Science makes advances in technology and understanding. But the world of humanity doesn't change. We are just like the caveman who makes a tool out of a flint, a tool for survival, but also a deadly weapon: we haven't changed at all. In music there are new things, synthesizers, tape, recorders, etcetera, but we still have our sensibilities, our ears, the old harmonic structures in our heads. We're still born do-re-mi."

- Pierre Schaeffer
"God doesn't say exactly from which type of molecules he makes the beautiful colours of a cloud. I feel we should do the same: conceal cause and effect, in order to obtain a fantastic phenomenon, which would be as beautiful as possible. It's like an invasion of beauty. I think it's a type of joy, of special joy. It can be a mystic joy."

- Horatiu Radulescu

zaterdag 22 februari 2014

Wie denkt dat het Europese en Angelsaksische commentaardom absolute debielen de kans geeft om hun vooroordelen en andere dommigheden tentoon te spreiden, moet zich maar eens naar de commentaren op Al Jazeera begeven. Dat is nog wel van een ander, voornamelijk treuriger niveau, vooral dan als het over vrouwen en Joden gaat. Soms denk je dat het met de Islamitische wereld nooit meer goed gaat komen. En dan denk ik dat je nog blij mag zijn dat je geen woord Arabisch verstaat. Griezelig gewoon.
Het moge duidelijk zijn. Vanaf heden op de Zijlijn opnieuw platenrecensies en andere muziekgerelateerde tekst. Ik mik op één stuk per dag. Never aim too low, immers.

Neneh Cherry - Blank Project


Wie had er ooit gedacht dat we nog een soloplaat van Neneh Cherry in onze schoot geworpen gingen krijgen? Alleen bijna-veertigers herinneren zich nog de gloriedagen van 'Manchild' en 'Buffalo Stance', laat staan dat een enkeling nog weet dat ze in haar wilde tienerjaren met punkfunkers Rip, Rig & Panic en On-U Sound-acolieten The New Age Steppers vroege bijdragen leverde aan de Bristol-scene die later Massive Attack, Tricky en Portishead zou baren. Een tijd geleden stapte de stiefdochter van jazzgrootheid Don gedeeltelijk terug in de spotlichten door haar samenwerking met de Zweedse jazzkrachtpatsers van The Thing en nu is er dus een echte nieuwe plaat, geproduceerd door Kieran Hebden van Four Tet. En nee, de legendarische klefheid van haar jaren later nog steeds wraakroepende samenwerking met Youssou N'Dour (beaucoup de sentiments, weet je wel) is gelukkig nergens te bekennen.

Of ze met Blank Project in deze tijden waar pop toch vooral aan vulgariteit gelijk staat opnieuw de toppen van hitparades aller landen gaat beklimmen valt te betwijfelen. Maar ze klinkt, alleen al door haar uit duizend herkenbare stem, die nog meer dan vroeger rebelse kracht en bluesy kwetsbaarheid combineert, wel alsof ze nooit is weggeweest. Daarbij wordt ze geholpen door de jongens van Rocketnumbernine (vaste gasten op Four Tets Text label), die handig manoeuvreren tussen hippe UK bass music, alternatieve rock en een snuif percussieve jazz en een Hebden die gelukkig nooit Cherry's unieke stemgeluid naar de achtergrond verdringt. Hetgeen de facto betekent dat ze tegenwoordig klinkt als Tricky die zijn nachtmerries heeft thuis gelaten.  

Tekstueel neigt Cherry in 2014 naar het persoonlijke. De wereldverbeteraar in haar bestaat misschien nog wel, maar ze voelt zich niet geroepen om die ook op plaat in de strijd te gooien. De meeste liedjes lijken dan ook gericht aan een niet genoemde liefde, terwijl de rest mediteert over haar eigen persoonlijkheid en - zoals zo vaak bij Cherry - wat het betekent een vrouw te zijn. Belangrijker nog is dat het lijkt alsof ze de luisteraar direct aanspreekt, hetgeen van Blank Project ondanks de ritme- en tempovariaties een intieme plaat maakt.

Het enige enigszins curieuze aan deze plaat is de samenwerking met de Zweedse pop light chanteuse Robyn, waarvan de meerwaarde nooit helemaal duidelijk wordt. Maar dat is nauwelijks een smet op deze welgekomen comeback.

vrijdag 21 februari 2014

Untold - Black Light Spiral


Is er leven na dubstep? Nu is Untold nooit een echte dubstepper geweest in de zin van genrebepalende topspelers als Skream en Mala. De man die - men vergeet dat wel eens - James Blake aan de wereld schonk (en hem daarna al even snel liet gaan toen die per se zijn amechtige en droeve liedjes met een groter publiek wilde delen) en het spaarzaam uitbrengende Hemlock bestiert, doet al jaren zijn eigen ding in het immer uitdeinende hardcore continuum. Zijn in steen gebeitelde Change in a Dynamic Environment-trilogie kon je zelfs enkel pure techno noemen, zij het van de meest oppressieve en dreigende soort. Natuurlijk wist je op voorhand dat ook op 's mans eerste langspeler tonnen bas de hoofdrol gingen kapen. Maar dat de zuurstof zo schaars zou zijn als op Black Light Spiral komt niettemin nog aan als een verrassing.

Wie op basis van een titel als 'Sing a Love Song' vrolijk steppende deuntjes verwacht is er aan voor de moeite. Untold graaft op zijn eersteling zo diep dat na enkele seconden het licht al snel alleen nog een herinnering is. De beats, die afwisselend gesyncopeerd en onder vierkwartsregime op je afgevuurd worden, zijn zonder uitzondering topzwaar en de atmosfeer is ronduit verstikkend. De tekst van het voornoemde 'Sing a Love Song' wordt al snel verhaspeld tot iets dat als "This is not a love song" klinkt en het half vrolijke piano-intermezzo in dat nummer is zowat het enige geluid op Black Light Spiral dat in de buurt komt van een majeurtoon. Voor de rest mag je hier eerder doodsklokken en sirenes die een nakend bombardement aankondigen verwachten. Wat ooit samples van reggae mc's waren klinken hier als het ijzige gegil van Prurient op een zwarte dag, of als een Luke Slater die met een knoert van een rothumeur de studio is ingedoken en met een alternatieve soundtrack voor Aliens voor de dag - de term is slecht gekozen - komt. Als afsluiter 'Ions' plotseling is afgelopen lijkt het alsof er net een kogeltrein rakelings langs je oren is voorbijgeschoten. Je wilt dan even geen muziek meer horen.

Black Light Spiral is als een overmachtig leger dat met niets ontziend  geweld over de vijand walst en achteraf de door louter toeval niet gesneuvelde verslagenen alsnog over de kling jaagt. Kwestie van de raven ook iets te gunnen.

zondag 16 februari 2014