zondag 29 maart 2009

Wat een mens zoal doet in een schrijfpauze

Niet ontslagen worden (touchons du bois) ondanks de crisis. Samuel Delany ontdekken. Jezelf ontzettend veel obsceen goedkope sf-pockets aanschaffen. Volledig opgaan in Miles Davis' elektrische periode. Een nieuw lief vinden. Stoppen met platen kopen. Opnieuw beginnen met platen kopen. Eindelijk een Ipod kopen en dan niet meer zonder kunnen. Na jaren naar mp3's luisteren opnieuw het genot van echt cd-geluid ontdekken. De geneugten van wireless internet ontdekken en dus internet gebruiken zonder te betalen. Eindelijk gelijk krijgen over het walgelijke karakter van het kapitalisme. Een haast fysieke haat over Simon Reynolds verder ontwikkelen. Wekelijks The Economist lezen en toch geen kapitalistisch zwijn worden. Giorgio Agamben lezen. Ontzettend veel boeken kopen en dan de tijd proberen te vinden om die ook daadwerkelijk te lezen. Eindelijk War Fever van Ballard uitlezen. Een cassetterecorder gratis naar je hoofd gesmeten krijgen en je oude tapes beluisteren. En opnieuw zin krijgen om te gaan bloggen natuurlijk.

Back in business

Dames en Heren, waarschijnlijk spoedig opnieuw berichten vanaf de zijlijn. Doe er uw oneindig voordeel mee.

dinsdag 22 juli 2008


maandag 11 februari 2008

"Why can’t we be intelligent about death?" I asked.
"It’s obvious."
"It is?"
"Ivan Ilych screamed for three days. That’s about as intelligent as we get."


—Don DeLillo, White Noise

zondag 6 januari 2008

30 Platen van 2007

2007 was voor albums een absoluut ongehoord groot jaar. Er kwamen elke week wel platen uit waarop ‘fantastisch’, ‘machtig’ en andere superlatieven van toepassing waren. En dat zowel op diep ondergronds, publiekschuw, experimenteel vlak als in de bovenste regionen van het internationale sterrendom. Het leek wel alsof er iemand goede platen zat te schijten. Een top 10 maken was dan ook haast onbegonnen werk. Maar God moet nu eenmaal zijn getal hebben. De man met voorsprong dit jaar was alweer Burial, en dat voor het tweede jaar op rij. Nog elke dag vraag ik me af waarom zijn eerste album niet ook vorig jaar op 1 stond. Toegegeven, in 2006 was de concurrentie met The Drift en Fizheuer Zieheuer wel heel groot, maar ik heb om eerlijk te zijn meer naar Burial geluisterd in 2007 dan in 2006. Untrue is feitelijk nog beter en nu al een legendarische klassieker, amper twee maanden na verschijnen.

0. Burial – Untrue

Untrue is de plaat die alles verbindt wat dit jaar wel en niet de moeite waard was. Het muzikale nulpunt van de mateloos complexe multipliciteit. Hetgeen geen klein mirakel mag heten. Decadentie en hoop tegelijk. Niet kiezen tussen nostalgie en futurisme, maar ze allebei omhelzen en vervolgens elementen van dubstep, rave, drum’n’bass, ambient, soul en techno dwingen samen te werken om een ongrijpbare alchemie aan het werk te zetten. Met ‘Near Dark’ als absolute future music track van het jaar. En ‘Shell of Light’ en ‘Etched Headplate’ als coda bij alle dromen die je ooit hebt gehad, en nog niet hebt gehad. Wonderlijke plaat die soms als The Orb, soms als Black Dog, soms als Dead Can Dance, en soms als alledrie tegelijk klinkt. Voeg aan die mix nog wat Todd Edwards en dub science toe en je bent er. Richtinggevende release voor nog vele jaren.

1. Grails - Burning Off Impurities

Spannende postrock was vroeger een oxymoron. Dankzij Grails is het nu ook een feit. Dat Burning Off Impurities uiteindelijk meer als krautrock (Tago Mago!) dan als postrock klinkt is daar niet vreemd aan. Maar ook de panoramische gitaren van Echo and The Bunnymen (denk Heaven Up Here) en zelfs een beetje DJ Shadow zitten erin. Met van die sublieme momenten waarop meerdere nummers ineensmelten tot één utopisch lang nummer dat het beste van ingebeelde en bestaande werelden oproept. Muziek als sporenlezer, reisgids en voertuig. Meesterlijk.

2. Arctic Monkeys - Favourite Worst Nightmare

Zonder twijfel de plaat die ik dit jaar het meest beluisterd heb. Ka-pótgespeeld heb ik dit. Spannend van de eerste tot en met de laatste noot. Meer energie dan de zon. Met een vette grijns op het gezicht, om dan af en toe toch maar een traantje weg te pinken. Met “Who wants to be man of the people when there’s people like you? als rockzinnetje van het jaar. Het geniale van Echo and The Bunnymen, melodieus als het beste van The Smiths (maar niet zo cynisch, noch zo sentimenteel), met de kracht van de beste Pixies. Ook uitgebreide lof voor de uiterst slimme productionele afwerking door de helft van Simian Mobile Disco. En die gasten zijn nog maar twintig. Een orkaan van een plaat.

3. Six Organs Of Admittance – Shelter From The Ash

Ik heb het in 2007 jaar vaak moeten zeggen. Maar ook deze plaat is het beste wat Ben Chasny ooit heeft gedaan. Met voorsprong zelfs. Nieuwe vriendin Elisa Ambroglio van Magik Markers verrijkt Chasny’s getormenteerde countrysymfonieën met de nodige diepte en emotie die nodig zijn om de gitaarstormen te doorstaan. Het grote gebaar is gebleven maar toegankelijker gemaakt door kortere en melodieuzere songs. De gitaarmuren van Neil Young, de naakte sensualiteit van Bonnie ‘Prince’ Billy en de nooit onschuldige natuurmystiek van Current 93 in één enkele plaat.

4. Om – Pilgrimage

Stel je het einde voor van Motiivi Tuntematons ‘Mankind Failed’, maar dan met echte instrumenten. Doe dat maal duizend van intensiteit. Doe daar dan een flinke scheut Billy Cobham en Mahavishnu Orchestra bij. Zachtjes aanlengen met de John Coltrane van OM. Het resultaat dan 75 minuten lang zonder aflaten héél luid spelen. Dit louter als geestesverruimend behartigen is beledigend voor wat erop Pilgrimage plaatsgrijpt. Keith Rowe heeft het deze maand in The Wire over twee soorten muziek: muziek in de tijd, en, de ware avant-garde, muziek als tijd. Om bewerkstelligt hier en très petit comité het zelden voorkomende tweede geval. Op puur muzikaal vlak de plaat van het jaar maar voor de novice wel heel afschrikwekkend. Niettemin een kosmisch spektakel van de eerste orde. Heel straf spul.

5. The Young Gods - Superready / Fragmenté

Om eerlijk te zijn was ik The Young Gods al bijna vergeten. Maar Superready / Fragmenté (die titel ook!) is echt de meest kickin’ rock-‘n-roll ass plaat die ik in jaren tijd heb gehoord. Of moet dat gevoeld zijn? En dat met alleen synths. Dat er in twee talen gecommuniceerd wordt, met mijn twee favorieten Frans en Engels in de hoofdrol, is een bonus prize winner. “I’m one, two, three, four tons of TNT” uitschreeuwen en dat dan waar maken met de muziek. Faut-le faire. What time is space now ? vraagt Franz Treichler zich op een moment af. De vraag stellen is ze beantwoorden. Een mogelijke definitie van Le Très Saint Rock and Roll.

6. Von Südenfed - Tromatic Reflexxions

Mark E. Smith is en blijft een vreemde vogel. Maakt eerst met Post Reformation TLC de allerslechtste Fallplaat ooit. Om daarna samen met Mouse On Mars terug te slaan met dit brutale distillaat van Smiths spuwende en brommende echolaliën en de spastische technoritmes van Toma en St. Werner. Met ten gepaste tijde een Beach Boys-koortje en grotesk rondgestrooide nonsensrijmpjes als extra kruit. Als zowel Smith als de ritmes regelmatig op hol slagen weet de ingewijde dat het wel eens spannend kan worden. Mark E. Smith blijft met gemak de meest intrigerende uit zijn nek lullende dronkelap op deze planeet.

7. Dopplereffekt - Calabi-Yau Space [Rephlex]

Dopplereffekt is door de jaren heen geëvolueerd van een Kraftwerk-kloon, via nare industriële ambient, naar de in de leer gestrenge maar wel altijd sublieme gothic ambient van Calabi-Yau Space waar de kosmische magie van Tangerine Dream en de nagelaten essentie van Drexciya een hecht huwelijk aangaan. Niemand slaagt erin om tot-op-het-DNA zo diep in Detroit Techno te graven en toch tegelijk zo vermoeid Europees te klinken. De vroege Dead Can Dance catalogus geremixed door Kraftwerk, of iets van die onaanraakbare strekking. Het beste wat ze ooit gedaan hebben.

8. Islaja - Ulual Yyy [Fonal]

Die Stem! Klaaglijk, hopeloos, toch vaag geil, in de verte verwant aan de ijzige sirenenzang van opperpriesteres Nico, absoluut niet toonvast. Islaja is bedwelmend, raakt je op plekken van je lichaam en geest waarvan je niet wist dat ze bestonden. My Bloody Valentine meets Billie Holiday meets Faust meets de bossen en meren van het koude Finland. Soms zelfs té intens.

9. Colleen - Les Ondes Silencieuses [Leaf]

Verstillende plaat waarop een Frans meisje dat ook wel eens met muziekdozen speelt in de weer is met vergeten Renaissance-instrumenten. Retro-klassiek of een logische conclusie? Op de sofa, ogen dicht en gewoon luisteren. Een singer-songwriter die geen woorden meer nodig heeft om te spreken.

10. Pan Sonic – Katodivaihe

Ruwe en aartsbrutale noisetechno van het legendarische Finse duo, die, hoe hard hij ook zijn best doet om het niet te doen opvallen, op een volstrekt ondenkbare manier swingt. Perverse funk, niet bang om hard uit te halen. Doetjes houden ze op afstand houdt door van schreeuwend non-geluid schurende primaire techno te maken. Ondertussen zoeft het legendarische Finse duo wel regelmatig een paar keer angstwekkend dicht tegen de essentie van het geluid aan.

Verder genot, verrassing en verbijstering met

Area C – Haunt
Ben Frost – Theory of Machines
Blues Control - Blues Control
Britney Spears - Blackout
Circle – Tower
Diana Rogerson - The Lights Are On But No-One's Home
Dominik Eulberg – Bionik
El-P – I’ll Sleep When You’re Dead
Faust & Nurse With Wound - Disconnected
Gudrun Gut – I Put a Record On
Henrik Schwarz - Live
Interpol – Our Love to Admire
Kiss The Anus Of A Black Cat – Interlude To The Outermost
Library Tapes - Höstluft
Panda Bear - Person Pitch
Pole – Steingarten
Psalm Alarm – Blk Paintings Vol.1
Ricardo Villalobos - Fabric 36
Shining – Grindstone
The Patron – To Kill a Petty Bourgeoisie

33 x Vet Vinyl 2007

1. Shackleton – Blood on My Hands (Ricardo Villalobos Mix) [12” Skull Disco]

Dat ik Ricardo Villalobos al enkele jaren als de sleutelfiguur van het huidige technowereldje beschouw weet de betere tussen-de-regels-lezer ondertussen al wel. En ook dit jaar doet hij het weer, met deze epoche-bepalende remix waarin hij dubstep en minimale techno onder één vlag weet te scharen. Shackletons tribale treurzang, om te beginnen al geen fuifnummer, smeert hij diep en breed uit tot een bijna twintig minuten durende depressietrip. DeLillo’s Falling Man lezen zonder in je hoofd het eeuwige “When I see the towers fall, fall, fall…” te horen is er onmogelijk door geworden.

Villalobos lijkt wel de enige technoproducer die iets te zeggen heeft over de wereld van vandaag. Vooruitkijken is de boodschap en Villalobos heeft dat bij uitstek begrepen. Niet om vrolijk van te worden, maar waarom zou je dat überhaupt nog willen in een wereld waar 99.9% van alles wat gezegd en getoond wordt pure leugen is? “As flesh is weak / The forms break down / It cannot last forever” Nagel op de kop! Ik zou het van de daken schreeuwen, maar ik heb spijtig genoeg hoogtevrees.

Prettig nevendetail is het feit dat Shackleton zelf tot één van de heetste remixers van het jaar is gepromoveerd, met een remix voor Pole en zelfs een vierkwartsmaat remix van Simian Mobile Disco. Mensen die elkaar op positieve wijze besmetten, het mag ook wel eens.

2. Dusty Kid – Kore [12” Boxer]

Vet Geluid mag dan ondertussen al een beetje een lijkgeur verspreiden, dat betekent daarom nog niet dat het kadaver geen vruchtbare grond heeft opgeleverd. ‘Kore’ is de meest onweerstaanbare groove die ik dit jaar heb gehoord. Beats ergens tussen messcherpe electro en spannende house in, een atmosfeer die voortdurend twijfelt tussen wanhoop en extase, vette maar afgetrainde bassen, mooie maar niet overdonderende functionele breaks: een voorbeeld van zorgvuldig ingehouden Synthetik die toch met verve scoort.

3. Appleblim - Vansan [12” Skull Disco]

Niet Shackleton maar maatje Appleblim levert de dubstepplaat van 2007 af. Dieper dan deze plaat kan je in dansmuziek niet gaan. Het messcherpe en agressieve van techno gecombineerd met het weidse van de beste dub science. Op de dansvloer zal je het zelden tegenkomen, in je hoofd des te meer. Met plezier de dieperik in springen: de perfecte belichaming van waar deze wereld naartoe lijkt te gaan. Elk nadeel heb ze voordeel.

4. Tolga Fidan – Venice/Tanbulistan [12” Vakant]

Mijn puristendagen liggen gelukkig ondertussen toch weeral enkele jaren achter mij. En als er één plaat was die in 2007 de cross-over tot uitdrukking bracht is het deze. Beide kanten spelen met overgave met ingehouden sfeer aan de hand van goed gekozen etnische samples, akelige kinderstemmetjes, nooit echt knallende beats, subtiele percussie en weer dat ingehouden sfeertje, dat, als de producer het goed speelt, tien keer meer overdondert dan 37 platen van Justice en Digitalism tesamen. Geniaal van de eerste hi-hat tot de laatste beat. Overklast bovendien zonder moeite alles wat dit jaar op het klasselabel Vakant is uitgekomen.

5. Inner City – Till We Meet Again (Carl Craig Remix) [12” Planet E]

Carl Craig heeft dit jaar weeral enkele klassieke remixes afgeleverd (Faze Action, Siobhan Donaghy), maar deze is de meest effectieve. Vooral omdat hij hier ongegeneerd voor de dansvloer en de duisternis kiest. Perfect opgebouwd met een voortdurend van intensiteit veranderende Moroder-beat en een uit het diepst onzer aller ziel komende gospelschreeuw. Zolang Carl Craig leeft, zal techno nooit sterven.

6. Prinzhorn Dance School – You Are the Space Invader [7” DFA]

Dit nummertje duurt amper enkele minuten en is zowat de meest minimale rockplaat ooit. Het staat alleen al in deze top 10 voor het sublieme zinnetje “CCTV’s stolen their soul”. Post-milenniale Schmerz beschreven met brokjes fundamentele lyriek: “You’re hiding from your past life / You’re hiding from your neighbour / You’re hiding from your doctor” Kijk, daar kan ik me één en ander bij voorstellen.

7. Peter Grummich – Gomorra EP [12” Wacked]

Apocalyptische techno, dat ik het nog mag meemaken. Drie nummers lang gromt, spuwt, brult en vloekt Peter Grummich in de Heilige Technokerk, terwijl hij elk knopje in zijn arsenaal tot bloedens toe kapot draait. Techno zoals het ooit bedoeld was: extatisch en aards tegelijk.

8. Burial – Ghost Hardware EP [12” Hyperdub]

Ghost Hardware is als opstap tussen Burial en Untrue de sleutelplaat in Burials nog steeds ongrijpbare oeuvre. Waanzinnig complexe beats, vervreemdende en vluchtige soul en bassen dieper dan de Marianentrog. Met het enkel op vinyl verschenen ‘Shutta’ als 2007-update van Aphex Twins Selected Ambient Works. Zieke muziek voor een zieke wereld. En toch onaards mooi.

9. Skream – Moving Snares [12” Disfigured Dubz]

Skream mag dan een stuk krapuul-van-de-straat zijn zoals ze dat alleen in Londen kennen (enfin, zo ziet hij er alvast wel uit), hij is wel de ultieme dubstepproducer. Hij lijkt geniale nummers uit te brengen op hetzelfde tempo waarmee andere mensen naar het wc gaan. Dit nummer, haast ongemerkt verschenen op een absoluut onbekend ondergronds label is de reden waarom ik van dubstep hou. Tonnen subbas rijten je trommelvliezen open, de distortion van de snares staat op 11, ronduit smerige amuzikale elementen infiltreren de melodieën, en het geheel rockt op zijn minst even hard als de beste techno. Wie dit niet aanvoelt zal nooit iets van dubstep begrijpen.

10. Henrik Schwarz – Walk Music [12” Moodmusic]

“Blade Runner techno“ noemde OMC het. Van een perfecte omschrijving gesproken. House heeft de laatste jaren zelden zo een perfectie bereikt als in dit nummer. Visioenen van een betere wereld en de belofte dat het ondanks de overvloedige smeerlapperij uiteindelijk allemaal toch de moeite waard is: dat roept ‘Walk Music’ op. Missie volbracht.

…en ook uitgebreid genoten van en/of overdonderd door volgende platen, waarbij ik zeker nog een stuk of twintig platen opzettelijk vergeet, zo groot was het aanbod dit jaar. Hetgeen weer eens bewijst dat op de meest stinkende mesthopen de mooiste bloemen groeien.

Ada – Fizzmann EP [Areal]
Andy Stott – Fear of Heights [Modern Love]
Cobblestone Jazz – DMT [Wagon Repair]
Cristian Vogel – The Never Engine [Tresor]
Gescom – EP 1 & 2 [Skam]
Hercules & Love Affair – Classique #2 [DFA]
Kraftwerk – Aerodynamik (Hot Chip Remix) [EMI]
L.v. – Globetrotting/Takeover Dub [Hyperdub]
Mark Ashken – Skream Remixes [Leftroom]
Melchior Productions Ltd. – No Disco Future [Perlon]
Melchior Productions Ltd. – Don Juan/In the Spirit [Perlon]
Moodymann – I’d Rather Be Lonely [KDJ]
Motiivi Tuntematon – Mankind Failed [Kompakt Extra]
Osunlade – Elements Beyond [Strictly Rhythm]
Pan-pot feat. Hugh Betcha – Charly [Mobilee]
Pier Bucci – Chiloé EP [Crosstown Rebels]
Population One – Rush Hour (Convextion Remix) [Rush Hour]
Ricardo Villalobos – Sei Es Drum [Sei Es Drum]
Simian Mobile Disco – Attack Decay Sustain Release [Wichita]
The Bug feat. Killa P + Flow Dan– Skeng [Hyperdub]
Underground Resistance – Kill My Radiostation [UR]
VA – Box of Dub [Soul Jazz]

zondag 18 november 2007

Duizend Muren

Voor die ene keer dat postmoderne theorie toepasbaar blijkt, is het op deze manier. En meteen weet je weer waarom de Joden het grootste aantal Nobelprijswinnaars in hun rangen hebben. Zoals gewoonlijk slinger je heen en weer tussen bewondering en afgrijzen.

vrijdag 16 november 2007

Peter Grummich - Gomorra

Eerlijk gezegd begrijp ik de mensen niet die 2007 een mak muziekjaar vinden. Alleen al op technogebied is dit het vetste jaar sinds het waanzinnige lustrum 1991-1995. Neem nu deze nieuwe 12-inch van Peter Grummich. Drie nummers, maar meer dansvloerschade kan je in een plaat amper kwijt. Dat de man een van de alumni van Shitkatapult is kan en/of wil hij niet verbergen. Deze plaat bulkt van de smerige, overstuurde en verwrongen geluiden.

Het titelnummer zou perfect dienst kunnen doen als soundtrack bij de ondergang van de gelijknamige stad. Kompakte en gedrongen ravestabs, een enge jumpchord en vegen vuige acid rijden op een verroeste en rammelende carrosserie de apocalyps tegemoet. Op het einde wordt het zelfs op z'n Detroits nog even ingetogen, maar dat is dan alleen maar omdat er niks meer rechtstaat.

Verwoestend prijsnummer is het ronduit eschatologische 'Rhythm & Saw', dat vanaf de eerste tonen alle lucht uit je karkas zuigt en nadien alleen nog maar aanzwelt. Stormen steken op, de percussie ratelt alsof er op verschroeide skeletten wordt gedrumd. Al snel ruikt het naar verbrande aarde en waar dit nummer is langsgeweest tref je langs alle kanten uitgeputte en krankjorum gedraaide neurodansers aan. Carl Craig, maar dan met een rothumeur dat al maanden aansleept.

Afsluiter 'Oooohh!!' neemt schijnbaar gas terug, maar de metalen percussie komt op het voorplan en even verderop vechten afgebeten stukken stem en verloren gelopen machinegeluiden om de lekkerste brokken. Pisnijdige muziek is dit en de agressie wordt maar net binnen de perken gehouden. Alsof een roedel helhonden met bakken schuim op de bek je door een eindeloze tunnel achterna zit. Je kleren hebben ze je al van het lijf gescheurd. Een geluk bij een ongeluk: dan kan je het tenminste niet meer in je broek doen.

Peter Grummich is een baas, zoals mijn Nederlandse broeders dat dan zeggen.

zaterdag 10 november 2007

Cristian Vogel - The Never Engine

Een van de dingen die ik na meer dan 20 jaar hardcore muziekliefhebberij heb geleerd is dat je niemand, maar dan ook echt niemand, kan afschrijven als terminaal of vanaf-nu-oninteressant. Ik ben nu wel nooit echt een liefhebber van Cristian Vogel geweest, maar hij was wel altijd iemand waar ik als producer veel respect voor had, vooral omdat hij altijd vooruit dacht. En natuurlijk is zijn remix van Jiri.ceiver's 'Osiac' één van de beste technotracks aller tijden. En laat ik evenmin het monotoon stampende maar oh zo effectieve 'Blue Arsed Fly' vergeten.

Een stap in de goede richting was zijn optreden/dj-set deze zomer in de Spiegeltent in de Antwerpse haven. Ik werd bijna half tegen mijn zin meegesleurd door vrienden maar Vogels set was fenomenaal. Ik (her)kende absoluut niks van wat hij bracht maar ik wist wel zeker dat echte techno zo moest klinken.

En dan is er nu The Never Engine, niet alleen een tour de force bij uitstek, maar ook nog eens uitgebracht op Tresor, een ooit groots label waarvan ik de laatste jaren amper wat vernomen heb. Dan opeens, out of the blue, met dit monster van een elpee geconfronteerd worden, is het nirvana van elke technoliefhebber. Acht nummers, acht keer het soort muziek waarvan je zeker weet dat een bepaald soort muziekliefhebber ervan gaat opmerken 'dat dit toch geen muziek is'.

Want Vogel slaat en hakt er hier op los zoals zelden nog gehoord sinds 2000. Aartsminimaal, archi-brutaal, ultra-repetitief, rechtdoor, niet in je zij, maar recht op je neus. Geen mededogen. Een beetje te vergelijken met de fenomenale bulldozerfunk die Luke Slater vroeger met regelmaat op de planeet afvuurde. Dat er op de labels een machine afgebeeld staat is allerminst toeval, want dit is 100% not soulful. Maar wel razend opwindend. Denk Daniel Bell, maar dan met een speedrush van heb ik je daar in de aderen. Piep, tuut, boing, boom, tschak, maar dan tegen lichtsnelheid. Van een comeback gesproken!

zondag 4 november 2007

Six Organs Of Admittance - Shelter from the Ash

Er zijn dit jaar al wat platen voorbijgekomen die tot het beste van dit millenium kunnen gerekend worden. Grails en Arctic Monkeys springen onmiddellijk voor de geest, maar ook deze nieuwste van Ben Chasny aka Six Organs Of Admittance. Ik had persoonlijk gedacht dat hij zijn meesterwerk van vorige jaar, The Sun Awakens, een tijdje niet meer zou kunnen overtreffen. Maar Shelter from the Ash is echt nog een heel stuk beter. Het typische Takoma-geluid is nog wel aanwezig, zij het nog enkel als onderlaag. Belangrijker is dat Chasny nu volop voor songs gaat. Geen nummer gaat over de tien minuten en dat komt de gebaldheid van zijn boodschap ten goede. Die boodschap is overigens, zoals meestal, nogal apocalyptisch (zinnen als "You lost your final wing, never to grow back again" en "They may even eat the horse that you're riding" zijn niet van de lucht), waarschijnlijk een direct gevolg van zijn verblijf bij Current 93. Maar Chasny verzuimt ook niet af en toe heel hard de versterker open te gooien en het op een dramatisch gitaarrammen te zetten. Een indrukwekkende en vaak pijnlijk directe plaat die per beluistering dieper in de ziel kerft.

zondag 28 oktober 2007

Wollt Ihr Den Totalen Techno? (2)

Cassy - Nil Desperandum/Soul Saviour
Soul Capsule - Waiting 4 a Way

Perlon blijft hoe dan ook een van de meest interessante minimal labels, ook na 64 releases. Zij die van ultra-minimale en beendroge funk houden weten het label wel te vinden. Cassy doet op 'Soul Saviour' iets wonderbaarlijks met ontzettend weinig middelen en de dansbaarheidsfactor is lekker hoog. 'Nil Desperandum' is dan weer van die typische vervreemdende Perlon-shit.

De 10-inch van Soul Capsule (nog steeds Peter Ford en Thomas Melchior) is meer een hebbedingetje voor verzamelaars als ikzelf. Buiten een vaag ambientgeluid en enkele onverstaanbare vocalen gebeurt er weinig of niks, maar dat weet je op voorhand als je je een Soul Capsule of Baby Ford aanschaft.

Dusty Kid - Anatome e.p. Vol.1
VA - Boxer #50

Ik schaam me toch een klein beetje dat ik pas bij release nummer 50 kennismaak met dit label. 'Kore' van Dusty Kid is zonder enige twijfel mijn favoriete technonummer van de laatste maanden: dreigende vetgeluid-beats, fijne geluidjes, een stuk of wat breaks en een groove om U tegen te zeggen. Als Tiefschwarz ooit nog aanspraak willen maken op relevantie, kunnen ze beter hier hun oren te luisteren leggen. De flip doet ook weinig verkeerd, is wat Lynchiaanser van sfeer, maar zit dan weer propvol met gekke geluidjes. Topplaat!

Boxer #50 is in feite een tweeluik dat in acht nummers de labelsound probeert te vatten. En die ligt ergens tussen Vet Geluid, klassieke techno en electro in. Prijsbeesten komen van Goldfish & Der Dulz (het hypnotische 'Elkino'), Frank Martiniq (de duivels smerige acid van 'Facehugger'), Matzak (met een ultravette en dramatische remix-met-gitaar van Tekel) en Duotheque (dat op 'Logo' de gouden tijden van Daniel Bell en de vroege Probe-releases doet herleven). Techno zoals er meer zou moeten zijn.

Ada - Fizzman

Ik heb Ada nooit echt van dichtbij gevolgd, maar heb haar wel ooit eens plaatjes horen opleggen en dat was gewoon groots. Net als deze 12-inch die bulkt van de kwaliteit. 'Fizzman' lonkt naar Kevin Saunderson en vroege KMS en als die pianoriff erin komt gaat mijn dak er helemaal af. Ook over 'Barren Space' staat met vette stift "Detroit!" geschreven, maar dan meer in Aril Brikha-stijl. Stevige aanrader en klassieker in wording.

Siobhan Donaghy - Don't Give Up (The Carl Craig Remixes)
Tiefschwarz - Original (Carl Craig Remix)
LCD Soundsystem - Someone Great

Zeggen dat het een zeer dik jaar is voor Carl Craig-fans is een open deur intrappen. Maar deze remix voor ex-Sugar Babe Donaghy is zonder twijfel zijn beste van 2007. De dub is de verplichte versie, want hoe zeer ik ook gecharmeerd ben van Donaghy, zingen kan ze echt niet. In ieder geval zelden betere turd polishing gehoord.

De remix voor Tiefschwarz is al niet veel minder en gaat verder op de weg die hij met zijn Faze Action rave-mix was ingeslagen. Maar hier krijg je op het einde nog een mooi klassiek Detroitstuk toe. Hoe zou het trouwens nog zijn met de overschatte broers zelf?

Het LCD Soundsystem remixpack is feitelijk enkel de moeite waard voor de epische Carl Craig remix. Ook hier weer een vette ravebas en een overdaad aan jumpchords, maar dan onder een duister Italo discoritme. Carl Craig is God. Maar dat wist u natuurlijk al.

Substance & Vainqueur - Libation/Resonance

Ja! Jaaa! Jaaaaa! Weeral de vierde schijf waarop beide heren de gouden tijden van Chain Reaction doen herleven. Alsof ze gewoon na Chain Reaction nummer 35 terug de draad oppikken, zelfs de labels zijn gemodelleerd naar die van het dubmoederschip. Subliem, sexy, tijdloos en een must-have voor iedereen die zich ooit tot techno heeft bekeerd.

Moodymann - Technologystolemyvinyle
Moodymann - I'd Rather Be Lonely

Het begint eerlijk gezegd een beetje de spuigaten uit te lopen met Kenny Dixon Jr. Zijn laatste twee wapenfeiten zijn allebei one-sided en kosten ook nog eens een meer dan aardige duit. Klantenbinding moet dan komen van de onberispelijke kwaliteit en spijtig genoeg voor mijn beurs is die zoals altijd ontzettend hoog. Vooral 'I'd Rather Be Lonely', met Amp Fiddler op vocalen is weer een absolute tour de force, waar ons aller Kenny vlotjes overschakelt van soulvolle house naar jazz alsof het niks is. Geniaal zonder twijfel, maar één 12" met beide nummers erop had eerlijker geweest tegenover de steeds zeldzamer wordende mensen die nog wel vinyl kopen. One-sided vinyl stole my money, zoals ze dan zeggen.

Petre Inspirescu - Tips

Cadenza was al een hele tijd de weg kwijt (denk even aan die strontvervelende Digitaline releases) maar met deze dubbelaar van Inspirescu is Luciano's label weer helemaal de goede weg op. Natuurlijk minimaal, maar wel met veel ethische percussie, originele samples en steeds een stompende funkbeat. Zoals dat dus moet. We zijn nog niet terug bij de tijden van Achso en 'Orange Mistake', maar het komt wel heel hard in de buurt. Wie van Fabric 36 houdt zou dit ook wel kunnen lusten. Overdadig lekkere plaat.

Pan-pot - Charlie

Wie dit nog niet kent is waarschijnlijk doof. Een anti-drugslied zowaar, met een van de meest funkende ritmetracks van het jaar. Een nummer dat loopt als een Hoge Snelheidstrein. Alsof dat nog niet genoeg is, doet Anja Schneiders Tex Mex remix er nog een schepje bovenop. Ze knipt de tekst er gewoon uit en zet op 69-wijze de originele groove wat meer in de minimale verf. Dubbel plezier.

Gui Boratto/SCSI-9 - Speicher 55

Eindelijk nog eens een goeie Speicher! En dan vooral voor het zalig trancende 'Matryoshka' van Gui Boratto. Normaal ben ik ganz nicht beeindrückt door Boratto's pruttelende emotech, maar dit is gewoon te sterk om te negeren. Hemels hoge plaat! Zo zou Border Community opnieuw moeten gaan klinken in plaats van al dat Balearisch indie-gezeik uit te brengen. Ook SCSI-9 doet het niet slecht met de licht trippende acid van 'Another Day Acid', dat me vreemd genoeg voornamelijk aan Garniers eerste Fnac-platen deed denken. En dat is dus een heel groot compliment.

Kraftwerk - Aerodynamik/La Forme (Hot Chip Remixes)

God, wat een kwaliteit is dit zeg! Ook met Hot Chip ben ik over het algemeen niet zo mee, maar na hun twee zeer sterke Booka Shade remixes zijn ook deze herwerkingen weer juweeltjes van melodie, opbouw en arrangeren. Zelden werd Kraftwerk zo'n mooie dienst bewezen. Subliem!

Kiki & Sasse - Belvedere

Ok, dit komt net achter Henrik Schwarz en zijn sublieme 'Walk Music', maar deze twee nummers zijn toch wel heel erg sterk. Mooi tussen extatische minimale house en trancy techno laverend zet dit met gemak elke dansvloer in brand. Beide tracks zorgen voor splinters in het brein. Doet hard denken aan een goede oude 20:20 Vision release. Ah, waar is de tijd?.

Worthy - Crack-el EP

Niet omdraaien, maar gewoon ineens de schitterende, langs alle kanten piepende en krakende Justin Martin remix opzetten. Midden in het nummer verandert de beat in een electro-achtig hyphy ritme met funky claps, om dan daarna terug weer vol in de 4/4 te duiken. Funky, trippend en zelfs een klein beetje vrolijk. Kom daar nog eens om in deze duistere tijden.

Ronny & Renzo - Big Smack and Flies
Mutron - Alone

De plaatjes van het Antwerpse King Kung Foo-label mogen dan ook weer ontzettend duur zijn, muzikaal zijn ze tot nu toe alle drie fantastisch. Zo exclusief ook dat ze het zelfs nog niet tot op Discogs geschopt hebben. En ja, Ronny & Renzo is een domme naam, maar dat maakt het duo meer dan goed met hun slower-than-slow house vol met psychedelica, kitsch en discovibes (denk Map Of Africa en Quiet Village). Mungolian Jet Set levert een spannende tribale discoremix met mooie oosterse gitaar aan en dat maakt van deze plaat een absoluut hebbeding.

Ook de plaat van Mutron is een pareltje. Het origineel hobbelt vrolijk weg, ergens tussen Black Dog/Plaid, gestoorde Italo en Krautschaffel, terwijl Ronny & Renzo deze keer voor de remix zorgen. Dat levert dan weer prachtige psychedelische en tribale Alan Parsons-arrangementen op die zich op de grens van het dansbare bewegen. Mysterieus en groots. Meer van dit!

zondag 7 oktober 2007

De Diepte In: Kaoru Abe

“Ik wil de snelste van allemaal worden. Sneller dan de koude, sneller dan de mens alleen, sneller dan de aarde, sneller dan Andromeda.”

Volgend jaar is hij dertig jaar dood. Kaoru Abe blijft na al die tijd een van de ultieme krachtpatsers van de saxofoon. Enkele duimen groot, maar wat een geluid. Abe wou per se de luidste zijn, de hardste, de moeilijkste, de meest vrije en ongestructureerde. Wat voor de ander moeilijk is, dat waar hij liever zijn vingers niet aan brandt, is noodzaak - eerste oorzaak - voor de ene. Je verbaast je er dan ook niet bovenmatig over dat Abe, nog piepjong, ten gevolge van een maagscheur overleed. Wie naar de essentie op zoek gaat en ze ook vindt (het gezicht van God zien, quoi) moet sterk in zijn schoenen staan.

Hoe overleef je dat, de waarheid in de ogen zien? Wat te doen als het overgrote deel van de medemensen niet eens begrijpt waar je het over hebt? Maurice Blanchot kwam het grootste deel van zijn leven nauwelijks nog buiten, vermeed menselijk contact. Jean-Luc Godard zoekt nog steeds koppig verder naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden voor het beeld, trekt er zich niks van aan dat op een enkeling na niemand nog volgt, laat staan geïnteresseerd is in de revolutie. Niet iedereen is zo sterk. Martin Heidegger viel voor vanitas, hoogmoed en de Nazi’s. Derrick May produceerde zich leeg en zal waarschijnlijk nooit meer muziek maken. Brian Wilson is er gek van geworden en een levend wrak. Céline werd fascist en verviel tot literair gemurmel. Nietzsche dacht dat hij Jesus Christus was.

Abe was, zoals vele genieën en sleutelfiguren, een iconoclast. Hij lachte je gewoonweg uit als je niet even ver ging, kon gaan, als hijzelf. Vervreemde van publiek en vriendschap, totdat hij ten slotte nog enkel in een klein zaaltje voor zichzelf stond te spelen. De muze hield hij gespijsd met verdoemde liefde, sloten drank en ontelbare geleegde pillenflesjes. Na 31 jaar houdt het vergankelijke lichaam het dan voor gezien. Gelukkig is er dan nog de muziek. Als onuitputtelijke troost.

De bron van Abe’s verzengende geloof in eigen kunnen lag in het feit dat hij zichzelf had leren spelen, op pure wil. Dan heb je geen god of gids nodig, ni dieu, ni maître. Anderen worden volgers. Wat kan je immers van hen leren? Drummer Sabu Toyuzumi, één van de mannen die hem van Kawasaki naar grootstad Tokyo gehaald had, vroeg hem ooit of hij zich ook maar iets gelegen liet liggen aan de muzikanten met wie hij speelde. Abe verwaardigde zich slechts een half-ironisch, half-vals grijnslachje.

Gitarist en Masayuki Takayanagi, nochtans zelf geen gemakkelijke jongen (hij ontsloeg ooit zijn collega’s van het New Direction trio door hen op een affiche voor een volgend concert voor een voldongen feit te stellen en, als schepje erbovenop, hen voor vulgaire verraders van de goede zaak te brandmerken), kon aanvankelijk nog volgen. De platen waarop ze samen spelen Mass Projection, Gradually Projection en Deconstructive Sympathy zijn gitaar-sax noiseduo’s met de oerkracht van een vuurspuwende vulkaan. Snelheid, volume en onberekenbaarheid worden een ritme op zichzelf. Luisteren is leven. Maar kom niet te dichtbij, je zou je kunnen branden. Ook hij moest opgeven toen Abe na een show van liefst vier uur tabula rasa purperblauw uitsloeg… maar toch doorging. Een andere keer was het een dol geworden clubeigenaar die gewoon de stekker eruit trok.

Niet dat zulks Abe tegenhield. Hij had de gewoonte om langs de snelweg te repeteren, al toeterend en skronkend probeerde hij zijn gelijk te halen tegenover de geluidschaos van het immer in flux zijnde auto- en vrachtwagenverkeer. Ook de oerkracht van de rivierwind was een uitdaging, een tegenstander op niveau. Toen hij op een keer langs de Tamagawa stond te brullen met zijn saxofoon, belde een verschrikte schipper de politie. Hij dacht dat er iemand vermoord werd.

Het is wellicht een mooie analogie voor wat Abe probeerde te doen. Afrekenen, komaf maken met. Met wat eigenlijk? Zijn programma: “Geluid dat de mogelijkheid van een oordeel opschort. Geluid dat nooit vergaat. Geluid dat zich bevrijdt van elk mogelijk beeld. Geluid dat voortkomt zowel uit de dood als uit de geboorte. Geluid dat sterft. Het geluid rondom mij. Geluid zoals de symptomen van een eeuwige cold turkey. Geluid dat zich verzet tegen het bezit ervan. Geluid dat gek wordt. Geluid dat uit de kosmos stroomt. Het geluid van het geluid.”

Abe werd omhooggeschreven door de radicale cultuurcriticus, organisator en producer Akira ‘Aquirax’ Aida, punkkenner en Krautrockaficionado, gediplomeerd in Franse literatuur (twee Abe-albums dragen titels van Céline’s boeken, Nord en Mort à Crédit), liefhebber van Rimbaud, Blanchot en Derrida, maar ook pleitbezorger in Japan van iemand als Brigitte Fontaine. Freejazz en improvisatie waren nog meer zijn ware stokpaardjes.

Hij zag in Abe een geestesgenoot van de Europese post-Coltrane freejazz en improvisatie, fysieker, kouder, vaak bijtend hard, meer in proteïsche gedachten verzonken dan de mystieke en vaak ook religieuze aspiraties van de Amerikaanse fire music van Coltrane en Ayler. (Is het toeval dat Abe zijn eerste optreden speelde in het jaar dat Peter Brötzmann zijn verschroeiende Machine Gun uitbracht?) Aida schreef dat hij droomde van “een manier van spelen die het moment kan doen exploderen en op die manier de mensheid bevrijden van zijn gebondenheid aan het bestaan”. Hij hoopte op “het bereiken van uiterste radicaliteit en bovenmogelijke snelheid”.

Toen Aida Kaoru Abe had gehoord wist hij dat de droom misschien werkelijkheid was geworden. Zelden konden anderen erin meegaan. Met Milford Graves, Amerikaans freejazzdrummer en alumnus van het legendarische ESP-Disk liep het fout. Aida had hem over laten komen voor een tournee met het kruim van de Japanse vrije scene. Maar Abe verachtte hem omdat hij volgens hem te vol van zichzelf was en bovendien een echte showdrummer. Voor iemand als Abe, zelf ook niet bepaald gespeend van egocentrisme en altijd op zoek naar het altius, citius, fortius, was hij de verpersoonlijking van wat hij nu net niet wou. Tijdens optredens ging hij dan ook voor Graves’ drumkit staan en pestte hem met zijn gebroken en aanvallerige tonen. Graves had er al snel genoeg van en liet Abe uit de groep verbannen.

Al spoedig moest Abe zich gaan toeleggen op duo-improvisaties. Begeleid door een drummer of een bassist ging hem dat het beste af en ook de reeds genoemde muzikaal-maniakale gladiatorengevechten op het scherp van de snee met Takayanagi zijn parels van kosmische intensiteit, op de pijngrens van lawaai en muziek, van definitieve poëzie en nog tastend halffabrikaat, onversneden geluid dat, haast tegen zijn wil in, met de muzikale hamer wordt gesmeed. Muziek als resultaat van de strijd met de elementen.

Op het laatst speelde hij solo, op zoek naar de ultieme expressie, “het geluid van het geluid”. Wie durft moet zich maar eens enkele dagen in de liefst tiendelige box Solo Live at Gaya begraven, een compilatie van opnames uit de twee jaren voor zijn dood. Daar leeft hij zich uit op alt-, sopraan- en sopraninosaxofoon, piano en zelfs mondharmonica. Mooi is het niet altijd. Je hoort een zoekende ziel die geen compromissen sluit en beseft dat de essentie niet altijd schoonheid verbergt. Net zoals de laatste opnames van Billie Holiday, toen ze haar stem al had kapotgezongen, en waarbij je af en toe gêne voelt dat je bij zulke kwetsbaarheid de legitieme voyeur mag zijn, klinken die laatste levenstekens soms haast pijnlijk, naakte en ver van volmaakte probeersels, waar af en toe een glimp van de perfectie uit naar voren komt. Dieper graven in de eigen ziel is zelden op plaat vastgelegd.

Stilte is een essentiële component van de latere Abe. Reflectie en een nakende maturiteit dienen zich aan. Hij wil nog wel wegblazen en verbazen, maar beseft blijkbaar dat ook “het geluid van het geluid” altijd het gevecht met de absolute leegte moet aangaan. Daarvoor was hem echter nog maar weinig tijd gegund. Op 9 september 1978, na een gevecht met alles en iedereen, vervoegde ook de Beul van het Blaasinstrument de allerlaatste stilte.

De Diepte In: Astral Social Club*

Drones hebben nogal eens de neiging om te aards te klinken. Door de zwaartekracht zitten ze verankerd, vastgekleefd aan het oppervlak en houden je stevig aan het hier en nu gekluisterd. Ze willen je – vaak letterlijk - met alle geweld je neus op de lelijkheid van de monotonie van het alledaagse duwen, een erfenis van de industriële scene. Niet zo bij Astral Social Club. Astral Social Club ambieert niets minder dan de kosmos. Het latente diepe universum en de onuitputtelijkheid van de kronkels van de verbeelding zijn de landkaarten waarmee hij op reis trekt. Het derde oog openen, het lichamelijke ontstijgen, van de onbeweeglijkheid van de menselijke beperktheid gezien van op kosmische schaal verhalen, op zijn minst even lang doorgaan als de ragas van Ali Akbar Khan en Pandit Pran Nath, of de westerse vertolking daarvan door La Monte Young en zijn cohorten.

Neil Campbell – want zo heet de man achter dit eenmansproject – verlaat daartoe in 2004 het minimale drone-orkest Vibracathedral Orchestra en kijkt sindsdien niet meer om. Al dertien ongetitelde cd-r’s, twee elpees en een door hemzelf gemixte verzamelaar vol ongeëvenaarde zweverigheid slingeren rond in een baan om de aarde. Referenties naar de objectieve buitenwereld of zo iets onbenulligs als titels, daar doet Campbell niet aan. Alles is ‘Untitled’ en dat is maar goed ook. Het is zoals bij alle interessante instrumentale muziek de bedoeling dat de immer aanzwellende en nooit echt aflopende drones de verbeelding in werking zetten. Niets ligt vast, alles is mogelijk.

Campbell heeft in tegenstelling tot vele anderen begrepen dat je daarvoor niet steeds hoeft terug te grijpen naar de zelfde eeuwige minimale componisten genre Steve Reich en de New Yorkse school, noch naar de ongedifferentieerde brutale confrontatiepolitiek van een label als Broken Flag. Nee, Astral Social Club gaat het in Duitsland zoeken, bij de vroege Krautrock van Kraftwerk, Kluster en Cluster.

Maar ook - en dat is minder voor de hand liggend in de noise- en dronewereld - bij een onvolprezen technomeister als Wolfgang Voigt, wiens Gas en M.I.5-projecten al in de jaren negentig van vorige eeuw op zoek gingen naar nieuwe manieren om het ijzige minimalisme van de machinale Detroit techno een niet goed te duiden (want zorgvuldig onder dikke lagen gruis, mist en muzikale zwellichaampjes verborgen) warmte mee te geven, een baarmoedergevoel, dat zich niettemin verre houdt van postmoderne onzin als wellness en new age.

Als er uit het niets een atavistische oerwoudbeat opduikt is die obsessioneel repeterend, maar nooit, en dat is opvallend, verontrustend. De muziek van Astral Social Club geeft altijd de mogelijkheid om je aan te passen, weerbarstigheid is af te raden, een uitsluitend element, terwijl Astral Social Clubs muziek juist inclusief is, ondanks de vaak woest rondwervelende sonische stormen altijd verwelkomend.

Net als de muziek van Gas is Astral Social Club gefilterde existentie. Je weet dat er diep in de maalstroom iets herkenbaars moet zitten, je beweegt je er steeds naartoe, maar je kan het nooit vatten. “Is dat niet een….?” Ja, misschien wel, zou kunnen, maar zekerheid wordt je onthouden. Het is als in de rivier stappen en weten dat die ondertussen al een onomkeerbare metamorfose heeft ondergaan. Het zou kunnen dat je een blackmetal-zanger zich de longen uit het lijf hoort schreeuwen. Het is mogelijk dat je daar een kamerorkest of een losgeslagen folkband hoort. Misschien wordt daar tussen de plooien van het opgekrulde geluid een eeuwenoud satanisch ritueel opgevoerd. Het behoort allemaal tot de oneindige mogelijkheden van de verbeelding, maar de immer zuigende en aldoor dempende geluidstextuur vermijdt een definitief oordeel.

Op andere momenten klinkt Astral Social Club vaak als een psychedelische band uit het progressieve tijdperk, maar dan een die net één akkoord heeft kunnen spelen en toen voor altijd in een onhoudbare loop is terechtgekomen. De muzikanten lijken opeens nog maar één noot te kunnen spelen en na een tijdje beseffen ze dat die aanpak zo slecht nog niet is. Vandaar natuurlijk ook het astrale aspect van de eigennaam. Herhaal vaak genoeg het zelfde woord, speel vaak genoeg dezelfde toon en je verlaat je lichaam, de kerker van het vlees uit en zoeft met de snelheid van het licht op weg naar onbekende bestemmingen en dimensies. Naar het bekende kijken van dichtbij, maar wel vanuit een andere dimensie.

De nummers van Astral Social Club eindigen ook nooit. Ze worden afgebroken of vallen stil, als een vinylplaat die langzaam tot stilstand komt (weer die referentie naar het wereldje van de elektronische dansmuziek!). Alsof de maker ermee wil aangeven dat ze ook gewoon voor altijd hadden kunnen doorgaan. Het zijn schetsen van potentiële oneindigheid, als de bewegingen van een sinds jaar en dag vloeiende stroom.

Een ding weet je wel: waar de stroom ook eindigt, het moet daar goed toeven zijn. Er zal je daar iets geopenbaard worden. Poorten die anders gesloten blijven, zullen opengaan. Tot nu toe onbegrijpelijke apocriefe geschriften zullen eindelijk geduid worden. Het leven wordt er misschien niet mooier op maar je hebt het toch al iets beter begrepen. Daarom, schaf die lidkaart aan en join the Astral Social Club.

* Dit artikel verscheen oorspronkelijk eerder dit jaar op De Subjectivisten. Maar aangezien die site ondertussen het tijdige met het eeuwige heeft verwisseld, publiceer ik hem opnieuw als begin van de reeks De Diepte In, waarvan, naar ik hoop, nog vele afleveringen gaan verschijnen.

zaterdag 6 oktober 2007

Wollt Ihr Den Totalen Techno? (1)

Nieuw! Nieuw! Nieuw! Nieuw! Nieuw!

Robert Babicz - Pingpong in Moonlight [Audiomatique]

De betere woestijntechno van Rob 'ex-Acid' Babicz. Huppelende funky beats en hi-hats plus een onheilig diep synthgeluid. Meer heb je dus soms niet nodig. Zo'n plaat die schijnbaar weinig nieuws doet maar wel binnen 2 jaar nog in de dj-bak steekt.

Mathew Jonson - Stop [Wagon Repair]

Het is niet al dat in goud verandert wat hij aanraakt. Bijna een maand heb ik er weerstand aan geboden. Maar uiteindelijk is het toch Mathew Jonson, niet? Waarom zou ik hem niet een keer gesuikerde vocoderpop vergeven? Maar ik had wel liever gehad dat hij het hier bij houdt. Ceterum censeo dat de flip zuigt.

Supermayer - Two of Us [Kompakt]

Gelukkig staat dit allesoverrompelende glockenspielmonster ook op de Supermayer-cd. Anders was er helemaal geen reet aan geweest. De Geiger remix op de flip gaat meer richting Detroit en is dus een mooie bonus. Koop de maxi, vergeet de elpee.

Kevin Saunderson - History Elevate 1 [Planet E]

Deel 1 in een remixsaga van de werken van meneer Kevin Saunderson op Planet E. De Carl Craig remix is geniaal als steeds, met een Moroderloopje en beats die steeds van intensiteit veranderen, plus de eeuwige gospelschreeuw die Craig altijd zo goed doet. De Loco Dice remix zou wel eens een minimale groeiplaat kunnen worden, maar heeft bij nader toehoren ongeveer 2% met het origineel te maken. Zo kan ik het ook. Niettemin verplichte aanschaf.

Pole - Steingarten Remixes [~scape]

Mooie herfstige remix van Thomas Melchior, een stijlvol Basic Channel'tje van Detroitlegende Mike Huckaby en een strontvervelende Dimbiman remix. Op doorschijnend vinyl. Dat zijn de feiten. Doe er uw voordeel mee.

DS - Orangefood [Snork Enterprises]

Ik doe het zelden, maar deze plaat heb ik dus gekocht voor de zalige baarmoederbas die heel het nummer lang netjes op en af loopt. Minimal zoals het hoort.

Philip Sherburne - Lumberjacking [LAN]


Wire-journalist en blogger maakt de oversteek naar productie met deze mooie minimale technoplaat. Goeie push, goeie geluiden, nog geen meesterwerk, maar als debuut verre van slecht. De Excercise One remix is minimaal vulsel voor dj's die zich vervelen en nog even een derde schijf in de mix willen smijten.

Marc Houle - Techno Vocals [M_nus]

Plaat van de maand! Beide kanten rocken, maar zijn zowat het minst minimale op Minus sinds de Mathew Jonson release. Vette new wave baslijnen, diepe vocalen, lekker veel echo en reverb: alles zit goed. Met het prettig aan Phuture herinnerende titelnummer als hitje-in-wording, maar de rockistische flip kan zeker mee aan het feest. Prijsbeest!

VA - Spies & Lies [Items & Things]

Het ging tijd worden dat de opvolger verscheen. Weerom vier nummers van vier verschillende artiesten. Stijlvolle met een scheut electro aangelengde minimal van Alexi Delano, Jose Cabrera, de mij onbekende Thrill Cosby (lang over nagedacht, zeker?) en een immer in topvorm verkerende Marc Houle, die de erfenis van Dan Bell uitperst - en en passant transformeert - tot die laatste druppel eruit is.

Opnieuw verkrijgbaar

Aphex Twin - Selected Ambient Works 85-92 [R&S]
Aphex Twin - Classics [R&S]

Wie dit niet kent is nu voor de laatste keer vergeven. Na deze remasters zijn er geen excuses meer. Van hemelse ambient tot sub-gabber techno met een vijs los. Nu nog even het reissuedepartement bij Warp wakker schudden, zodat ze eindelijk die Polygon Window eens opnieuw op vinyl op de markt smijten. Nee, liever onzin als Clark en Maxïmo Park uitbrengen.

Mystic Institute - The Cyberdon EP - Reload Remixes [Evolution]
Link - The Augur [Symbiotic/Evolution]


Hierbij dezelfde verplichte aanschaf. Origineel op obsceen gelimiteerde oplage, kan je de Global Communication remix van 'Obselon Minos', officieel het beste ambientnummer aller tijden, dankzij Clone nu voor een schijntje op vinyl in huis halen. De flip is eveneens om duimen en vingers van op te eten, met het sterk aan Suburban Knight herinnerende 'NS-581A-T' als dansvloervuller van formaat.

De Link ep (Mark Pritchard solo) woekert al evenzeer met overrompelende emoties over industriële beats van uit de tijd toen Black Dog, Aphex Twin en Autechre nog de heersers van de wereld waren. Om eerlijk te zijn wist ik zelfs niet dat deze plaat bestond.

Muziek als deze maken ze niet meer. Spijtig genoeg geldt dat ook voor Tom Middleton en Mark Pritchard. O Tempora, O Mores.