maandag 21 november 2016

November 2016. Voor ik er erg in had bestaat deze blog dus tien jaar. Tijd om ermee op te houden. Ten eerste omdat ik er gewoon geen zin meer in heb. Ten tweede omdat ik vind dat blogs al een tijdje passé zijn. Ten derde omdat ik van mezelf begin te vinden dat er niet veel positief meer te vertellen valt en ik de kans wil minimaliseren dat ik hier nog enkel apocalyptische boodschappen vol met vox clamantis in deserto-stijl waarschuwingen en ander cultuurpessimisme begin tentoon te spreiden (waarschijnlijk was het al een tijdje zover, maar passons). Ten vierde omdat deze blog toch ooit begonnen was om mooie stukken over muziek te verspreiden en, ofschoon mijn interesse voor muziek daarom niet per se minder geworden is, ik in het huidige tijdsgewricht nog amper mijn gading vind. De meeste muziek waar ik nu naar luister is minstens dertig jaar oud en in een maatschappij waar lege hype, flitsende nieuwerwetserij en volslagen talentloosheid het hoge woord voeren voel ik me elke dag minder op mijn plaats. Iedereen, de goorste idioot eerst, heeft tegenwoordig een mening over alles en het spreekt vanzelf dat als je van je zelf niet vind dat je de allergrootste hebt, elk woord er een te veel is.

Laatst hebben we ook die goeie ouwe Leonard Cohen ten grave mogen dragen en hoewel het hoogstwaarschijnlijk puur toeval is, heb je toch het instinctieve gevoel dat de goede man maar rap eieren voor zijn geld heeft gekozen alvorens The Donald daadwerkelijk de machtigste man ter wereld gaat worden (hoewel je al ene tijdje vermoedt dat El Lider Máximo van China die rol heeft overgenomen, maar dat niemand nog in de smiezen heeft). Cohen verkondigde ooit dat hij de toekomst had gezien en it is murder. Ik geloof dat het nu al een tijdje zo ver is. Het tijdperk van democratie, humanisme en mensenrechten loopt op zijn einde en ik zie momenteel niet bepaald hoop aan de einder verschijnen. Op de meeste plekken van deze aardbol is het terug van homo homini lupus, waarbij de sterkste en de rijkste de zwakke en de arme een pak voor de broek geeft. En, dat is feitelijk nauwelijks een verrassing, die zwakke en arme schijnt het nog te verwelkomen ook. Onbeleefdheid, ongemanierdheid, brallerij, debilisering, desinformatie, intimidatie en lomp geweld zijn overal en het enige wat nog schijnt te tellen is me, me, me. Ik heb het sterke vermoeden dat het voor een heel tijdje niet meer goed komt.

Follow me, the wise man said, and he walked behind.

p.s. 

ik heb net mijn tweede lezing van blood meridian achter de rug (moet toch zeker vijftien jaar geleden zijn dat ik dat boek voor de eerste keer heb gelezen en met de reactie van de witte meerderheid in de verenigde staten blijkt het ook een zeer tijdige lezing geweest te zijn) en ik was wat opzoekingen aan het doen over het legendarisch ambigue einde. ik merk dat daarover de wildste en meest doorwrochte interpretaties mogelijk bestaan. misschien is een van de punten die ik hierboven wil maken wel dat er geen juiste interpretatie bestaat van andermans geestesproducten. er is daar geen waarheid. het is net de ware betekenis en de volle kracht van elke taaluiting dat deze tot commentaar en interpretatie uitnodigt, tot een sapere aude dat alle invalshoeken, al dan niet geïnformeerde opinies en voorgaande commentaren en interpretaties aftoetst en vervolgens aanvaardt of verwerpt, of nog, verder aanzet tot herinterpretatie. zo ontwikkelt men een idee van de wereld dat een basis heeft in kennis. het spreekt voor mij, maar ik maak daarbij blijkbaar deel uit van een steeds afnemende minderheid, vanzelf dat deze idee nooit af is, nooit een eindpunt kent, dat deze zich tot je laatste ademtocht blijft ontwikkelen. mijn vrees, die ik elke dag in deze wereld meer bewaarheid zie, is dat die interpreteerbaarheid van de wereld op de helling staat. de wereld is vol van massa's, publieken en identitaire groepen die nog maar een waarheid aanvaarden: die van henzelf. hun twitter, hun informatielink die ze met de wereld willen delen, hun sectaire website, hun vriendenkring op facebook, hun politieke visie, hun identiteit (wat is dat ook, die geheimzinnige en uiteindelijk volstrekt zinledige identiteit?) is nog het enige waar ze naar verwijzen en als self-fulfilling prophecy na een tijdje nog alleen kunnen naar verwijzen, een soort vrijwillige onnadenkendheid waarbij technologie en media aandrijvers en nivelleerders zijn. we zijn terug op weg naar een situatie waarin de vraag naar het waarom meestal wordt beantwoord met een 'omdat het zo is' of een 'omdat ik/hij/deze of gene het zeg(t)'. dat dit in naam gebeurt van een al even zinledig vrijheidsbegrip waarvan we langzaam zouden moeten beseffen dat het helemaal niet bestaat is nog de grootste tragedie. vrijheid bestaat net als identiteit enkel in de geest en nooit in de realiteit. het enige waarvoor men enigszins zou kunnen vechten op deze wereld is het recht om iets te denken en dit te delen met dezelfde wereld. wanneer dat steeds minder mogelijk wordt, is het einde van een bepaald samenlevingsmodel waar ik aan hecht in zicht. en ik weet elke dag meer dat ik met de tunnelvisionairen die dat oplevert volstrekt niets meer te maken wil hebben. voor mij staat het al levenslang vast dat met iemand die niet steeds verder wil nadenken het moeilijk of onmogelijk discussiëren is. er was een tijd dat er hoop was op beterschap, maar dat lijkt ondertussen een verre droom.

vrijdag 11 november 2016


Well I stepped into an avalanche,
it covered up my soul;
when I am not this hunchback that you see,
I sleep beneath the golden hill.
You who wish to conquer pain,
you must learn, learn to serve me well.
You strike my side by accident
as you go down for your gold.
The cripple here that you clothe and feed
is neither starved nor cold;
he does not ask for your company,
not at the centre, the centre of the world.

When I am on a pedestal,
you did not raise me there.
Your laws do not compel me
to kneel grotesque and bare.
I myself am the pedestal
for this ugly hump at which you stare.

You who wish to conquer pain,
you must learn what makes me kind;
the crumbs of love that you offer me,
they're the crumbs I've left behind.
Your pain is no credential here,
it's just the shadow, shadow of my wound.

I have begun to long for you,
I who have no greed;
I have begun to ask for you,
I who have no need.
You say you've gone away from me,
but I can feel you when you breathe.

Do not dress in those rags for me,
I know you are not poor;
you don't love me quite so fiercely now
when you know that you are not sure,
it is your turn, beloved,
it is your flesh that I wear.

donderdag 10 november 2016

Het is nu niet zo dat ik sta te juichen dat The Donald de volgende president van de Verenigde Staten gaat worden. Daarvoor zijn de ratio, sinds mensenheugnis geldende beleefdheidsnormen en een modicum aan goede smaak me iets te dierbaar. Evenmin ga ik nu zitten grienen, zoals de weldenkende linkse jongens en meisjes die nu voorspelbaar een snel naderende apocalyps verzekeren. Amerika is nu eenmaal Amerika en wie verbaasd is over wat er daar nu heeft plaatsgegrepen heeft weinig kaas van Amerikanen gegeten. Dat onnadenkendheid heden ten dage vaker zegeviert dan gezond verstand was allang duidelijk voordat er zelfs nog maar sprake was van 's mans kandidatuur.

Het vreemdste echter vind ik nog dat er, onmiddellijk nadat de eerstedagstorm, is gaan liggen, nu opiniërende lui opstaan die ons komen vertellen dat de man een revolutie gaat veroorzaken. Omdat hij zogezegd tegen de globalisering en het establishment zou zijn.

Tegen de globalisering kan je iets hebben, maar ik vrees dat je er weinig aan gaat veranderen. Mensen met een flink stel hersens menen nu opeens uit zijn incoherente praatjes op te moeten maken dat hij een mercantilist is. Dat betekent nog niet dat de wereldeconomie niet verderdraait als de zelfverklaarde Leader of the Free World morgen besluit om niemand het land meer in te laten en waanzinnige importtarieven op te leggen. De wereld bestaat, voor zover ik het weet, niet uit Amerika alleen. Misschien is het wel net dat idee dat eindelijk eens de wereld uit moet.

Dat, ten slotte, een wilde kapitalist uit New York, die uit een rijke broek komt geschud, vleesgeworden establishment is, lijkt me een open deur intrappen. Wie het tegendeel beweert raad ik een dringende afspraak met woordenboek en encyclopedie aan.

Net zoals bij die vriendelijk lachende Reagan, zou het me niettemin amper verbazen dat iemand die maar een richting kan op denken meer gedaan gaat krijgen dan de huidige generatie politici, die de laatste decennia steeds weer het vervelende, compromitterende midden hebben opgezocht en nu in zulke mate geen kant meer uit kunnen dat alleen de rauwe schreeuw van Trump hen nog uit hun eeuwige dagdroom dreigt te halen.