dinsdag 13 november 2012
Ik heb de gewoonte ontwikkeld, als ik een boek van een bepaalde schrijver heb gelezen dat me op een of andere manier uitzonderlijk bevalt, om dan ook zo snel mogelijk zo veel mogelijk andere boeken van diezelfde schrijver te lezen, al was het alleen maar opdat het enthousiasme dat je voor dat ene boek voelde te kunnen laten doorwerken in de volgende boeken die je leest. Het mooie is dan dat je vaker dan niet uit je comfortzone wordt gehaald. Daarmee wil ik zeggen dat je daardoor ook boeken leest die je normaal qua thema, onderwerp of stijl niet zou lezen.
Dat gebeurt momenteel met de boeken van Paul Auster. Hoewel ik niet ongelooflijk onder de indruk ben van Austers The New York Trilogy (Ik vind dat hij bepaalde stukken van de drie verhalen te veel in het ongewisse laat en aan in principe boeiende premissen en ideeën moeilijk een voldoening schenkend einde kan breien. Hoewel dat allemaal de bedoeling kan zijn, zal hij daardoor momenteel nooit een van mijn favoriete schrijvers worden, denk ik, eerder een middenmoter.), heb ik de drie boeken wel in een paar dagen uitgelezen omdat de aperte verwijzingen naar Maurice Blanchot en Borges voor mij aan de leeservaring net dat beetje extra gaven en de intriges geheel in de lijn van mijn favoriete thema's liggen (metafysica, metafictie, mysterie en duisternis, dubbelgangers, mensen die ten onder gaan aan het leven in hun eigen hoofd, etc...) Laat ik besluiten met te zeggen dat Auster in The New York Trilogy naar voren komt als een Blanchot of Borges light. Hetgeen verre van slecht is, maar niet goed genoeg om 's mans boeken ook daadwerkelijk aan te schaffen.
Niettemin ben ik dan vandaag maar begonnen in Man in the Dark, dat bijna twintig jaar later geschreven is en, hoewel het bijna onvermijdelijk aanverwante thema's bevat (het gaat hier tenslotte om dezelfde schrijver), bijna science fiction is - er zit een beetje van Philip Dick in, en dus in de verte ook weer een beetje Borges. En dat boek heeft me de laatste uren al een paar keer tranen doen verbijten omdat de situaties en levensverhalen die erin verhaald worden zo herkenbaar diepmenselijk en onnoemelijk treurig zijn.
Hoe je het ook draait of keert, het komt er uiteindelijk toch altijd op neer dat, wat je ook onderneemt, hoe stoer je jezelf ook voordoet, hoeveel succes je ook boekt, hoezeer je ook je dromen tot realiteit maakt, hoe optimistisch je het leven ook tegemoet treedt, hoe hard je ook je best doet om te houden van anderen en jezelf met de wereld te delen, hoe vaak je de rug weer recht of opstaat nadat je weer eens met je smoel tegen de vlakte bent gegaan, dit leven je uiteindelijk toch breekt. Het geluk bestaat erin, denk ik, om elk moment dat de moeite waard is zo intens mogelijk te beleven en elke kans op dat vluchtige geluk aan te grijpen, ook al wordt het uiteindelijk niks. Iets is altijd beter dan niks.
En die gedachten leiden dat er vervolgens toe dat ik waarschijnlijk ook Invisible en Travels in the Scriptorium de volgende dagen ga verslinden.
Dat gebeurt momenteel met de boeken van Paul Auster. Hoewel ik niet ongelooflijk onder de indruk ben van Austers The New York Trilogy (Ik vind dat hij bepaalde stukken van de drie verhalen te veel in het ongewisse laat en aan in principe boeiende premissen en ideeën moeilijk een voldoening schenkend einde kan breien. Hoewel dat allemaal de bedoeling kan zijn, zal hij daardoor momenteel nooit een van mijn favoriete schrijvers worden, denk ik, eerder een middenmoter.), heb ik de drie boeken wel in een paar dagen uitgelezen omdat de aperte verwijzingen naar Maurice Blanchot en Borges voor mij aan de leeservaring net dat beetje extra gaven en de intriges geheel in de lijn van mijn favoriete thema's liggen (metafysica, metafictie, mysterie en duisternis, dubbelgangers, mensen die ten onder gaan aan het leven in hun eigen hoofd, etc...) Laat ik besluiten met te zeggen dat Auster in The New York Trilogy naar voren komt als een Blanchot of Borges light. Hetgeen verre van slecht is, maar niet goed genoeg om 's mans boeken ook daadwerkelijk aan te schaffen.
Niettemin ben ik dan vandaag maar begonnen in Man in the Dark, dat bijna twintig jaar later geschreven is en, hoewel het bijna onvermijdelijk aanverwante thema's bevat (het gaat hier tenslotte om dezelfde schrijver), bijna science fiction is - er zit een beetje van Philip Dick in, en dus in de verte ook weer een beetje Borges. En dat boek heeft me de laatste uren al een paar keer tranen doen verbijten omdat de situaties en levensverhalen die erin verhaald worden zo herkenbaar diepmenselijk en onnoemelijk treurig zijn.
Hoe je het ook draait of keert, het komt er uiteindelijk toch altijd op neer dat, wat je ook onderneemt, hoe stoer je jezelf ook voordoet, hoeveel succes je ook boekt, hoezeer je ook je dromen tot realiteit maakt, hoe optimistisch je het leven ook tegemoet treedt, hoe hard je ook je best doet om te houden van anderen en jezelf met de wereld te delen, hoe vaak je de rug weer recht of opstaat nadat je weer eens met je smoel tegen de vlakte bent gegaan, dit leven je uiteindelijk toch breekt. Het geluk bestaat erin, denk ik, om elk moment dat de moeite waard is zo intens mogelijk te beleven en elke kans op dat vluchtige geluk aan te grijpen, ook al wordt het uiteindelijk niks. Iets is altijd beter dan niks.
En die gedachten leiden dat er vervolgens toe dat ik waarschijnlijk ook Invisible en Travels in the Scriptorium de volgende dagen ga verslinden.
maandag 12 november 2012
zondag 11 november 2012
dinsdag 6 november 2012
"And since respectable and responsible intelligence comes not from the
knowledge we’ve already gained but how quickly and thoroughly we can
access information, we convince ourselves and our friends that the
latest horrible circumstance has such depth, such weight, that it
represents a societal question we can no longer ignore; we must now take
sides and talk about it."
Daarom is The Quietus dus mijn favoriete website.
Daarom is The Quietus dus mijn favoriete website.
donderdag 1 november 2012
Niet dat het een geheel nieuwe gedachte is (Borges is hier uiteraard de onbereikbare voortrekker), maar sinds ik in Paul Austers The New York Trilogy aan het lezen ben (ik had hier oorspronkelijk gewoon ben geschreven: Lezen is een vorm van Zijn, niet?) besef ik weer eens hoezeer het lezen verrijkt wordt door het lezen zelf, met andere woorden: door eerdere leeservaringen.
Ik maak er sowieso een goede gewoonte van om, voordat ik in een bepaald boek of oeuvre duik, allerlei randinformatie in me op te nemen. Dat gaat dan van een eenvoudig Wikipedia-artikel, over een biografie van de schrijver en zijn onmiddellijke omgeving, tot aan de zo volledig mogelijke socio-historische context. Zo kan ik me nu nog nauwelijks voorstellen hoe veel minder ik van Gravity's Rainbow zou begrepen hebben als ik voordien niet V zou gelezen hebben, laat staan dat je ook maar iets van dat boek begrijpt als je niet weet waar de Weimar Republiek voor stond. (Nu is dat uiteraard het slechtste voorbeeld mogelijk, omdat dat dat bepaalde boek nooit helemaal begrijpbaar zal zijn.)
Een vriend raadde me Paul Auster aan (wiens Leviathan ik ooit lang geleden uit moeders boekenkast heb getrokken, maar waarvan ik me nauwelijks nog iets herinner) omdat die ooit Maurice Blanchot had vertaald (en - daar ga je dan - ooit de partner was van Lydia Davis, die, buiten dat ze de meest fascinerende kortverhalen aller tijden schrijft, op haar beurt Foucault, Blanchot, Leiris en Proust heeft vertaald). En hoewel er natuurlijk nooit enige bias valt uit te sluiten (je kunt soms ook te veel weten over iets, waardoor de eigenlijke leeservaring in de weg gezeten wordt) viel me al onmiddellijk op dat Auster in City of Glass speelt met de idee van wat een schrijver nu feitelijk is, door te schrijven over een schrijver, die op zijn beurt detectiveromans schrijft en vervolgens zelf detective wordt.
De vraag is dan natuurlijk of je zonder die kennis en referenties je leeservaring verarmt. Ik denk het persoonlijk wel. Het ware lezen (en bij uitbreiding het ware luisteren en kijken) is er altijd op uit om een zo groot mogelijk netwerk van betekenissen te genereren. Anders wordt lezen ontspanning en ontspanning is voor doetjes.
Ik maak er sowieso een goede gewoonte van om, voordat ik in een bepaald boek of oeuvre duik, allerlei randinformatie in me op te nemen. Dat gaat dan van een eenvoudig Wikipedia-artikel, over een biografie van de schrijver en zijn onmiddellijke omgeving, tot aan de zo volledig mogelijke socio-historische context. Zo kan ik me nu nog nauwelijks voorstellen hoe veel minder ik van Gravity's Rainbow zou begrepen hebben als ik voordien niet V zou gelezen hebben, laat staan dat je ook maar iets van dat boek begrijpt als je niet weet waar de Weimar Republiek voor stond. (Nu is dat uiteraard het slechtste voorbeeld mogelijk, omdat dat dat bepaalde boek nooit helemaal begrijpbaar zal zijn.)
Een vriend raadde me Paul Auster aan (wiens Leviathan ik ooit lang geleden uit moeders boekenkast heb getrokken, maar waarvan ik me nauwelijks nog iets herinner) omdat die ooit Maurice Blanchot had vertaald (en - daar ga je dan - ooit de partner was van Lydia Davis, die, buiten dat ze de meest fascinerende kortverhalen aller tijden schrijft, op haar beurt Foucault, Blanchot, Leiris en Proust heeft vertaald). En hoewel er natuurlijk nooit enige bias valt uit te sluiten (je kunt soms ook te veel weten over iets, waardoor de eigenlijke leeservaring in de weg gezeten wordt) viel me al onmiddellijk op dat Auster in City of Glass speelt met de idee van wat een schrijver nu feitelijk is, door te schrijven over een schrijver, die op zijn beurt detectiveromans schrijft en vervolgens zelf detective wordt.
De vraag is dan natuurlijk of je zonder die kennis en referenties je leeservaring verarmt. Ik denk het persoonlijk wel. Het ware lezen (en bij uitbreiding het ware luisteren en kijken) is er altijd op uit om een zo groot mogelijk netwerk van betekenissen te genereren. Anders wordt lezen ontspanning en ontspanning is voor doetjes.
donderdag 25 oktober 2012
donderdag 18 oktober 2012
woensdag 3 oktober 2012
Zelden het met een standpunt over religie zo eens geweest.
Ter vergelijking:
"Ik ben niet uit op de vernieting van religie; iedereen mag natuurlijk hoop putten waaruit hij maar wil. Ik ben wel uit op de vernietiging van het irrationele, dat zo gemakkelijk uit religie voortkomt. Irrationaliteit is gevaarlijk en contraproductief. Alleen het wetenschappelijke wereldbeeld kan tot een betere wereld leiden. Je moet mensen desnoods provoceren om ze zich dat te laten realiseren."
- Fysicus Lawrence Krauss, in De Morgen van 29-9-2012
Krauss lult hier al even hard uit zijn wetenschappelijke nek als zij die vinden dat belastering van de Profeet de dood verdient (Er valt een hele boom over op te zetten, maar ik kan me bijvoorbeeld nauwelijks een ethiek voorstellen die niet uiteindelijk voortkomt uit religie). Maar hem zal je niet horen eisen dat iemand die de quantumfysica of de evolutietheorie afwijst aan de hoogste boom dient opgeknoopt te worden.
Ter vergelijking:
"Ik ben niet uit op de vernieting van religie; iedereen mag natuurlijk hoop putten waaruit hij maar wil. Ik ben wel uit op de vernietiging van het irrationele, dat zo gemakkelijk uit religie voortkomt. Irrationaliteit is gevaarlijk en contraproductief. Alleen het wetenschappelijke wereldbeeld kan tot een betere wereld leiden. Je moet mensen desnoods provoceren om ze zich dat te laten realiseren."
- Fysicus Lawrence Krauss, in De Morgen van 29-9-2012
Krauss lult hier al even hard uit zijn wetenschappelijke nek als zij die vinden dat belastering van de Profeet de dood verdient (Er valt een hele boom over op te zetten, maar ik kan me bijvoorbeeld nauwelijks een ethiek voorstellen die niet uiteindelijk voortkomt uit religie). Maar hem zal je niet horen eisen dat iemand die de quantumfysica of de evolutietheorie afwijst aan de hoogste boom dient opgeknoopt te worden.
"Others believe that the really distinctive forms of contemporary art and thought have made a quantum leap beyond all the diverse sensibilities of modernism, and earned the right to call themselves “post-modern”. I want to respond to these antithetical but complementary claims by reviewing the vision of modernity with which this book began. To be modern, I said, is to experience personal and social life as a maelstrom, to find one's world and oneself in perpetual disintegration and renewal, trouble and anguish, ambiguity and contradiction: to be part of a universe in which all that is solid melts into air. To be a modernist is to make oneself somehow at home in the maelstrom, to make its rhythms one’s own, to move within its currents in search of the forms of reality, of beauty, of freedom, of justice, that its fervid and perilous flow allows.
- Marshall Berman, All That Is Solid Melts Into Air, The Experience of Modernity.
- Marshall Berman, All That Is Solid Melts Into Air, The Experience of Modernity.
zondag 9 september 2012
zaterdag 8 september 2012
"Quand je me le représente ainsi: était-ce un homme brisé? depuis toujours sur son déclin? Qu'attendait-il? Qu'espérait-il sauver? Que pouvions-nous pour lui? Pourquoi aspirer si avidement chacune de nos paroles? Es-tu entièrement abandonné? Ne peux-tu parler pour toi? Devons-nous penser à ton défaut, mourir à ta place"
- Maurice Blanchot, Le Dernier Homme.
- Maurice Blanchot, Le Dernier Homme.
woensdag 15 augustus 2012
woensdag 8 augustus 2012
Béatrice Dalle én Asia Argento op één foto? En dan ook nog eens gefotografeerd door David Lynch!?! Hal-le-lu-jaaaaah! Piiiiiiii-raise da Lord!
(via)
"an experimental time, in which the outcomes of activities could neither be predicted nor guaranteed; a time which might turn out to be wasted, but which might equally yield new concepts, perceptions, ways of being."
E Viva serendipity! Mark Fisher schrijft nog eens een stuk dat er toe doet. Let vooral - in verband met onderstaande post - op de zeer ter zake doende opmerking over postpunk.
E Viva serendipity! Mark Fisher schrijft nog eens een stuk dat er toe doet. Let vooral - in verband met onderstaande post - op de zeer ter zake doende opmerking over postpunk.
dinsdag 7 augustus 2012
Weer eentje die er de brui aan geeft.
Ik ga niet zeggen dat ik Warburton (en David Toop) compleet volg in alles wat hij te zeggen heeft, maar ik moet toegeven dat ik, zeker het laatste jaar, al een paar keer de drang heb voelen opkomen om volstrekt te stoppen met muziek te verzamelen. Er zal best nog wel veel goeie nieuwe muziek uitkomen (en soms stoot ik er zelfs nog wel eens op) maar het valt toch op dat bijna alle muziek die ik me nog aanschaf van vele jaren geleden dateert. Dat hoeft zelfs geen 'klassiek' spul te zijn, zolang het maar vernieuwender klinkt dan wat heden ten dage voor nieuw en spannend doorgaat. Opvallend is dat bijna alles waar ik naar luister uit de gouden tijdperken 1968-1974 (voor krautrock en Engelse artrock), 1977-1984 (voor postpunk, new wave en enkele laatkomers zoals de late Talk Talk) en 1986-1994 (voor house en techno) dateert. Er zijn periodes dat alleen The Fall, Can, Wire (en dan alleen nog de eerste drie elpees) en Pere Ubu mijn oorschelp mogen betreden. Die periodes worden trouwens almaar langer. Voeg daar nog wat jazz, klassiek en dub aan toe en we zijn er wel. (OK, wie mijn platenkasten ooit heeft aanschouwd weet dat ik overdrijf, maar het gevoel blijft)
In principe is dat ook geen slechte zaak. Na vele jaren wroeten en ziften weet je gewoon wat je goed vindt en op een of andere manier gaat al het nieuwe dat je hoort verwijzen naar de canon die je voor jezelf hebt samengesteld. De meeste dingen klinken dan als aftreksels, imitaties en parodieën van de muziek die ooit je leven een andere richting heeft doen inslaan. Dat heet inderdaad ouder worden. Dat heet blasé zijn. Dat heet teveel muziek beluisterd en ontdekt.
Allemaal helemaal waar, maar toch blijft het gevoel knagen dat vooral de popmuziek (de muziek die het grote publiek bereikt en die in de hitparade - of wat daar nog voor doorgaat - staat) tegenwoordig niet meer aanzet tot het graven naar invloeden. Vroeger vroeg je je constant af wat de bronnen van grote en bekende artiesten waren. Van Bowie naar Neu, van Massive Attack naar vroege hiphop en dub, van shoegaze naar Faust, toen kon dat nog. Nu vinden zogenaamd nieuwe muzikanten hun invloeden zogezegd all over the place en dat zal wel mooi en interessant en breeddenkend zijn, maar het wijst voor mij eerder op richtingloosheid, gebrek aan inspiratie, oppervlakkige kennis en onwetendheid over traditie en geschiedenis. Om Warburton (en The Incredibles) te parafraseren: als iedereen erover opschept dat hij alles en iedereen als een invloed beschouwt, dan krijg je finaal een smaak- en kleurloze brij die amper kan boeien ("I'm not joining conventional rock band / The conventional is experimental / The conventional is now experimental / And is no way noble"), laat staan dat die flauwe soep je leven verandert. Ik voel dan ook dat het moment dat ik me nog enkel met literatuur en filosofie (film, televisieseries in de vorm van dvd-boxen en hedendaagse kunst - zeg maar: het doodgegooid worden met Het Beeld - laten me al helemaal koud) ga onledig houden angstwekkend dichtbij komt.
Waar het ook mee te maken heeft is het voldongen feit dat de cultuur waar ik in opgegroeid ben en die me onvermijdelijk heeft vormgegeven (laten we die heel breed de Europees-Amerikaanse Beschaving noemen) de laatste jaren steeds duidelijker in een decadente staat en soms zelfs in acute ademnood lijkt te verkeren. Een politiek, cultureel en economisch imperium loopt op zijn einde en ik denk dat ik de komende jaren vaker dan niet ga proberen om andere oorden op te zoeken, op zoek naar nieuwe perspectieven waarvan ik vrees dat mijn huidige aan bloedarmoede lijdende omgeving die me niet meer kan bieden.
Cultuurpessimisme? You bet! Bijna alles wat ooit vernieuwend en revolutionair was, was een reactie op een bestaande cultuur die ontoereikend werd bevonden en dus vers bloed nodig had. De huidige cultuur schijnt zich enkel nog voort te slepen door steeds opnieuw stilstaand te herhalen hoe goed men wel bezig is en hoe noodzakelijk en onvermijdelijk de bestaande toestand is. Actie - ook verkalking is een actie - is een doel op zich. Re-Actie - in die zin dat men de teller terug op nul moet durven zetten en na grondig zelfonderzoek, hetgeen afstand impliceert, opnieuw beginnen (Beckett's "Try Again, Fail Again, Fail Better") - is onbestaande of uit zich enkel nog in nihilistische en in elk geval voor mij volstrekt oninteressante daden en woorden. Samuel Delany heeft het ooit 'cultural fugue'* genoemd, een soort zelfvernietiging door terminale zelfgenoegzaamheid en oneindig doorschuiven -en dus ontlopen - van verantwoordelijkheid. Gently we are being led into the night.
* in Stars in My Pocket like Grains of Sand. Letterlijk betekent het "a state of terminal runaway of cultural and technological complexity that destroys all life on a world via a singularity". De interpretatie is mijn verantwoordelijkheid.
Ik ga niet zeggen dat ik Warburton (en David Toop) compleet volg in alles wat hij te zeggen heeft, maar ik moet toegeven dat ik, zeker het laatste jaar, al een paar keer de drang heb voelen opkomen om volstrekt te stoppen met muziek te verzamelen. Er zal best nog wel veel goeie nieuwe muziek uitkomen (en soms stoot ik er zelfs nog wel eens op) maar het valt toch op dat bijna alle muziek die ik me nog aanschaf van vele jaren geleden dateert. Dat hoeft zelfs geen 'klassiek' spul te zijn, zolang het maar vernieuwender klinkt dan wat heden ten dage voor nieuw en spannend doorgaat. Opvallend is dat bijna alles waar ik naar luister uit de gouden tijdperken 1968-1974 (voor krautrock en Engelse artrock), 1977-1984 (voor postpunk, new wave en enkele laatkomers zoals de late Talk Talk) en 1986-1994 (voor house en techno) dateert. Er zijn periodes dat alleen The Fall, Can, Wire (en dan alleen nog de eerste drie elpees) en Pere Ubu mijn oorschelp mogen betreden. Die periodes worden trouwens almaar langer. Voeg daar nog wat jazz, klassiek en dub aan toe en we zijn er wel. (OK, wie mijn platenkasten ooit heeft aanschouwd weet dat ik overdrijf, maar het gevoel blijft)
In principe is dat ook geen slechte zaak. Na vele jaren wroeten en ziften weet je gewoon wat je goed vindt en op een of andere manier gaat al het nieuwe dat je hoort verwijzen naar de canon die je voor jezelf hebt samengesteld. De meeste dingen klinken dan als aftreksels, imitaties en parodieën van de muziek die ooit je leven een andere richting heeft doen inslaan. Dat heet inderdaad ouder worden. Dat heet blasé zijn. Dat heet teveel muziek beluisterd en ontdekt.
Allemaal helemaal waar, maar toch blijft het gevoel knagen dat vooral de popmuziek (de muziek die het grote publiek bereikt en die in de hitparade - of wat daar nog voor doorgaat - staat) tegenwoordig niet meer aanzet tot het graven naar invloeden. Vroeger vroeg je je constant af wat de bronnen van grote en bekende artiesten waren. Van Bowie naar Neu, van Massive Attack naar vroege hiphop en dub, van shoegaze naar Faust, toen kon dat nog. Nu vinden zogenaamd nieuwe muzikanten hun invloeden zogezegd all over the place en dat zal wel mooi en interessant en breeddenkend zijn, maar het wijst voor mij eerder op richtingloosheid, gebrek aan inspiratie, oppervlakkige kennis en onwetendheid over traditie en geschiedenis. Om Warburton (en The Incredibles) te parafraseren: als iedereen erover opschept dat hij alles en iedereen als een invloed beschouwt, dan krijg je finaal een smaak- en kleurloze brij die amper kan boeien ("I'm not joining conventional rock band / The conventional is experimental / The conventional is now experimental / And is no way noble"), laat staan dat die flauwe soep je leven verandert. Ik voel dan ook dat het moment dat ik me nog enkel met literatuur en filosofie (film, televisieseries in de vorm van dvd-boxen en hedendaagse kunst - zeg maar: het doodgegooid worden met Het Beeld - laten me al helemaal koud) ga onledig houden angstwekkend dichtbij komt.
Waar het ook mee te maken heeft is het voldongen feit dat de cultuur waar ik in opgegroeid ben en die me onvermijdelijk heeft vormgegeven (laten we die heel breed de Europees-Amerikaanse Beschaving noemen) de laatste jaren steeds duidelijker in een decadente staat en soms zelfs in acute ademnood lijkt te verkeren. Een politiek, cultureel en economisch imperium loopt op zijn einde en ik denk dat ik de komende jaren vaker dan niet ga proberen om andere oorden op te zoeken, op zoek naar nieuwe perspectieven waarvan ik vrees dat mijn huidige aan bloedarmoede lijdende omgeving die me niet meer kan bieden.
Cultuurpessimisme? You bet! Bijna alles wat ooit vernieuwend en revolutionair was, was een reactie op een bestaande cultuur die ontoereikend werd bevonden en dus vers bloed nodig had. De huidige cultuur schijnt zich enkel nog voort te slepen door steeds opnieuw stilstaand te herhalen hoe goed men wel bezig is en hoe noodzakelijk en onvermijdelijk de bestaande toestand is. Actie - ook verkalking is een actie - is een doel op zich. Re-Actie - in die zin dat men de teller terug op nul moet durven zetten en na grondig zelfonderzoek, hetgeen afstand impliceert, opnieuw beginnen (Beckett's "Try Again, Fail Again, Fail Better") - is onbestaande of uit zich enkel nog in nihilistische en in elk geval voor mij volstrekt oninteressante daden en woorden. Samuel Delany heeft het ooit 'cultural fugue'* genoemd, een soort zelfvernietiging door terminale zelfgenoegzaamheid en oneindig doorschuiven -en dus ontlopen - van verantwoordelijkheid. Gently we are being led into the night.
* in Stars in My Pocket like Grains of Sand. Letterlijk betekent het "a state of terminal runaway of cultural and technological complexity that destroys all life on a world via a singularity". De interpretatie is mijn verantwoordelijkheid.
maandag 6 augustus 2012
"Christenen roepen dat ze gediscrimineerd worden omdat ze niet mogen discrimineren. Christenen zijn niet oké."
(via)
Het zal zowat de eerste keer zijn dat ik onderaan een opiniestuk een mening lees waar ik het eens mee kan zijn.
(via)
Het zal zowat de eerste keer zijn dat ik onderaan een opiniestuk een mening lees waar ik het eens mee kan zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)


