zaterdag 30 oktober 2010

Ben altijd weer enigszins geshockeerd als ik cultuurdragers (ja, dat is ironie, maar dan zonder aanhalingstekens) bij besparingen op het cultureel budget van de staat zo hysterisch zie reageren. Alsof enkele miljoenen minder voor dat of dat balletgezelschap, deze of gene theatergroep zou betekenen dat Cultuur met de grote C gevaar loopt. Cultuur zal nooit stoppen, verdwijnen of sterven zolang er mensen zijn die er in geĂ¯nteresseerd zijn. Cultuur en creativiteit hebben geen geld nodig. Ze zijn onstopbaar op zichzelf. Eerder nog laten ze zich temmen en kooien door toelages, beurzen en watweetiknog. Mocht ik zelf kunstenaar zijn, nog eerder lag ik in een kraakpand te kreperen dan mijn recht op te geven om te doen wat ik wil. De staat is in deze tijd de vijand van de creativiteit, want nog enkel bezig met geld. Als het tegenwoordig over cultuur gaat wemelt het opeens van cultuurloze begrippen als 'werkingsbudget', 'drempelverlaging' of 'convergenties'. Dan weet je toch genoeg.

Geen opmerkingen: